Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 7 december 2015 vraagt Oulichki Bouchra, Dendermondse Steenweg 276 te Sint-Niklaas aan om zijn eigendom, gelegen Guldensporenstraat 10, 2140 Borgerhout, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Guldensporenstraat 10 te Borgerhout, is kadastraal gekend als “Huis” met gegevens 25ste afdeling, sectie A, nummer 24 N 24.
Volgens de kadastrale gegevens is het gebouw opgetrokken tussen 1900 en 1918.
In het archief van de stad Antwerpen is één bouwdossier terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestplan en gelegen in woongebied.
2. Bestaande feitelijke toestand
Het betreft een gesloten bebouwing met twee bouwlagen en een verdieping onder zadeldak. Er werden twee appartementen ingericht, één op de gelijkvloerse verdieping en één op de bovenliggende verdiepingen.
3. Overtredingen
Er werd nooit een proces-verbaal van overtreding opgemaakt.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw in aanmerking komt voor opname als geacht vergund.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert het gebouw van tussen 1900 en 1918. De luchtfoto’s tonen aan dat de constructie zeker was voltooid voor de datum van het gewestplan.
Uit de bevolkingsgegevens blijkt dat, voor de datum van de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw, er twee gezinnen/alleenstaanden waren ingeschreven.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister wegens een onweerlegbaar vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Guldensporenstraat 10, district Borgerhout, inclusief de twee woongelegenheden, in het vergunningenregister wegens onweerlegbaar vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 1962.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |