Terug

2016_CBS_02703 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153095 - district Antwerpen - Lange Koepoortstraat 8, Lange Koepoortstraat 10 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 15/04/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_02703 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153095 - district Antwerpen - Lange Koepoortstraat 8, Lange Koepoortstraat 10 - Goedkeuring 2016_CBS_02703 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153095 - district Antwerpen - Lange Koepoortstraat 8, Lange Koepoortstraat 10 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Katrien Warmenbol, Philippe Mortelmans
De aanvraag omvat: verbouwen van een handelspand met woning tot een handelsgelijkvloers met 3 woonentiteiten en doorbraak gemene muur
Dossiernummer: AN1/B/20153095

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Het college is van oordeel dat de aanvraag aan de bepalingen van de bouwcode en het RUP Binnenstad voldoet en wordt in aanmerking komt voor vergunning.

Artikel 28 BC, Minimale oppervlakte van buitenruimte stelt dat elke woongelegenheid dient voorzien te worden van een minimale buitenruimte van 4m² te vermeerderen met 2m² per extra slaapkamer te rekenen vanaf de 2de slaapkamer. Gezien het hier een erfgoedpand betreft dat bovendien gelegen is in een CHE-gebied en aan alle voorwaarden en beperkingen werd voldaan binnen de adviezen van de dienst Monumentenzorg kan worden afgeweken van art 28 op basis van artikel 5§1 van de bouwcode waarin wordt gesteld dat:  In CHE-gebied, voor gebouwen opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed en/of voor gebouwen in beschermde landschappen wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van het behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur. 

Het betreft een pand opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed en de gevel maakt ook deel uit van een beschermd stadsgezicht, het is dan ook niet wenselijk om terrassen of buitenruimten toe te voegen aan de voorgevel.

Artikel 24 BC, Minimale lichtinval en minimale luchttoevoer stelt dat elke verblijfsruimte openingen dient te hebben voor de toetreding van daglicht en zicht. Het betreft hier de afwezigheid van een aan een gevelopening gelegen raam ten behoeve van de keukens van de diverse studio’s van 35m² netto vloeroppervlakte. De betrokken keuken(s) per studio zijn gelegen in een open ruimte van telkens 35m² die op slechts 4,37m gelegen zijn van de voorgevel met 3 raamopeningen van 1,22m breed en 2,07 m hoogte [1.22 x 2.07 x 3]= 7,5m² raamopening. De bouwcode schrijft voor dat de minimale lichtdoorlatende oppervlakte 10% moet zijn van de netto vloeroppervlakte = 10% van 35m²= 3,5m². De berekeningswijze toont aan dat de hoeveelheid lichtopening(en) meer dan het dubbele bedraagt van de minimale vereisten. Daarenboven gelden ook hier de voorwaarden van art 5§1 van de bouwcode die bepalen dat bij gebouwen in CHE-gebied en diegene met vermelding als geïnventariseerd pand de voorwaarden van Monumenten primeren op de andere voorschriften.

In CHE-gebied, voor gebouwen opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed en/of voor gebouwen in beschermde landschappen wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van het behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur. 

Artikel 21 BC : Minimale hoogte van ruimte

Er wordt aangetoond via een detailtekening van de vloeropbouw dat de vrije hoogte op de derde verdieping 2,60m bedraagt.

Op de te behouden en historische moerbalken wordt een nieuwe houten constructie aangebracht van respectievelijk 19 en 15 cm dewelke de oorspronkelijk bemeten en te kleinen vrije hoogte opvoert naar 2,60 m vrije hoogte.

Artikel 22 BC: Minimale oppervlakte van een zelfstandige woning

Een zelfstandige woning dient een netto-vloeroppervlakte te hebben van minimaal 35m²

Op de toegevoegde plannen werd digitaal aangetoond dat de minimale oppervlakte 35,01 m² [met aftrek van binnenmuren en schachten]

Door het verwijderen van alle ongebruikte kokers en plaatselijk dubbele scheimuren wordt een minimum netto oppervlak van 35m² gerealiseerd.

Artikel 29 BC: Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen

De aangeleverde documenten tonen aan dat er een fietsenstalling aanwezig is op het gelijkvloers met een capaciteit van 11 fietsen. Er dienen slechts 3 fietsstalplaatsen te worden voorzien conform art. 29

RUP Binnenstad § 2.2.1 Draagkracht

Een heropdeling van een historisch handelshuis met een te behouden handelsfunctie op het gelijkvloers naar 2 studio’s van 35m² en één duplex van 45m² kan bezwaarlijk aanzien worden als een overschrijding van de draagkracht van de omgeving en het pand zelf. In de toelichting van het betrokken RUP Binnenstad wordt verwezen naar de voorkeur voor verwevenheid en eenheid van typologie. Aan deze vereisten wordt voldaan.

Verwevenheid is een essentieel kenmerk van een binnenstedelijk gebied. Maar een te grote mix van verschillende functies of een te grote concentratie van één bepaalde functie kan tevens voor conflicten en overlast zorgen. Ook is er een verschil tussen typologieën die niet via de functiebeperkingen kunnen opgevangen worden, zoals het verschil tussen een groot appartementsgebouw en een eensgezinsgebouw.Daarom wordt dit principe toegepast om elke beslissing van functie, typologie en schaal af te wegen tegenover de draagkracht van de omgeving.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aavrager, die ertoe gehouden is:
  • de voorwaarden uit het advies van de brandweer strikt na te leven;
  • de historische structuur bestaande uit de tongewelfde kelder, de balkenroosteringen bestaande uit moer- en kinderbalken, balksleutels en consoles, historisch metselwerk te vrijwaren;
  • de blauwe hardstenen onderdelen van de voorgevel niet mee te schilderen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.