Terug

2016_CBS_03378 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Claujuma bvba, Leugenberg 204, 2180 Ekeren - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/561/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/04/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_03378 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Claujuma bvba, Leugenberg 204, 2180 Ekeren - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/561/IB - Goedkeuring 2016_CBS_03378 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Claujuma bvba, Leugenberg 204, 2180 Ekeren - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/561/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Claujuma bvba - Boterbloemlaan 72 - 2980 Zoersel. De aanvraag omvat een nieuwe self car-wash.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Claujuma bvba, Boterbloemlaan 72, 2980 Zoersel, voor de exploitatie van een self car-wash, gelegen op het adres Leugenberg 204, 2180 Ekeren - Antwerpen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale voorwaarden

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

 

bedrijfsafvalwater

hoofdstuk 5.3.2 en bijlage 5.3.2;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.17.1;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.4.3.


Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  1. op geen enkel moment mogen wachtende voertuigen zich opstellen op de rijbaan. Deze dienen steeds op eigen terrein verwerkt te worden.
  2. de aan- en afrijwegen naar en van de carwash-installatie evenals parkeerplaatsen dienen  vloeistofdicht aangelegd te worden zodat elke mogelijkheid tot bodemverontreiniging vermeden wordt.
  3. uiterlijk zes maanden na vergunningverlening worden analyseresultaten van het bedrijfsafvalwater bezorgd aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be).
  4. de nodige maatregelen worden genomen om inrijdende auto’s (die over voet- en fietspad moeten) attent te maken op eventueel aankomende voetgangers en fietsers. 

Brandweervoorwaarden: 

  1. Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst;
  2. Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 22 april 2016 en eindigt op 22 april 2036.

Artikel 5

Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.