Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 10 december 2015 vraagt Loutfi Ali, Ferdinand Coosemansstraat 131, 2600 Berchem, per e-mail om zijn eigendom, gelegen Ferdinand Coosemansstraat 131, district Berchem, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Ferdinand Coosemansstraat 131, district Berchem, is kadastraal gekend als 'HUIS' met vier woonentiteiten met gegevens 21e afdeling, sectie B nummer 34 R 6.
Eerder afgeleverde vergunningen:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2. Bestaande feitelijke toestand
Het pand bestaat momenteel uit vier appartementen, één per bouwlaag.
Naar aanleiding van een klacht voor het vermeerderen van het aantal woongelegenheden, werd het pand gecontroleerd op 2 juli 2013. Er werd vastgesteld dat de klacht ongegrond was. Er werd nooit een proces-verbaal van overtreding opgemaakt.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw in aanmerking komt voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden vergunning.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert het gebouw van voor 1918.
Uit de bevolkingsgevevens blijkt dat, voor de datum van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962) vier gezinnen tegelijkertijd waren ingeschreven.
In het archief werden bouwplannen teruggevonden van 1927. Hieruit blijkt dat er een handelsgelijkvloers met achterliggende keuken en drie verdiepingen met telkens een WC werd vergund. De aanwezigheid van een WC per verdieping kan reeds duiden op drie woonentiteiten. Momenteel is het gelijkvloers eveneens omgevormd tot appartement.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning als gebouwd voor 1962.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college keurt goed dat het pand Ferdinand Coosemansstraat 131, district Berchem, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning wordt opgenomen, inclusief de vier woonentiteiten, als gebouwd voor 1962.
Het college geeft opdracht aan
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg. |