De Vlaamse regering keurde op 20 mei 2011 een besluit goed, waardoor het mogelijk werd voor personeelsleden van bepaalde andere lokale besturen om via een mobiliteits- of bevorderingsprocedure in dienst te treden bij de stad Antwerpen. Dit besluit werd van kracht op 24 juli 2011. Deze mogelijkheid werd bij besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2011 (jaarnummer 1174) ingeschreven in de rechtspositieregeling. Van deze mogelijkheid wilde de stad Antwerpen optimaal gebruik maken. Op 24 mei 2012 keurde de stadssecretaris goed om elke interne mobiliteitsoproep automatisch verruimd open te verklaren naar OCMW Antwerpen, AG Kinderopvang en AG Stedelijk Onderwijs.
De groepsbrede mobiliteit heeft een flinke start genomen. Bij deze vorm van mobiliteit veranderen de personeelsleden effectief van werkgever. Een medewerker van het AG Kinderopvang die geselecteerd wordt voor een vacature bij de stad Antwerpen via mobiliteit zal zijn/haar ontslag moeten geven bij AG Kinderopvang en in dienst moeten treden bij de stad Antwerpen (en omgekeerd). Deze verandering van werkgever brengt een aantal drempels voor het personeelslid met zich mee zelf die we met dit besluit willen wegwerken.
Dezelfde drempels tussen de stad en OCMW Antwerpen werden reeds bij collegebesluit van 9 oktober 2015 (jaarnummer 8425) weggewerkt.
Het behoud van statuut bij overgang naar AG Kinderopvang en het overdragen van ontslaganciënniteit wordt niet meer voorgelegd omdat dit voor AG Kinderopvang reeds beslist werd in enerzijds artikel 7 van hoofdstuk 3.5.2 van de rechtspositieregeling en anderzijds in het besluit stadssecretaris van 9 februari 2016 (jaarnummer 87).
Om de administratieve last aan de kant van de beide besturen te beperken, wordt er voorgesteld om bij mobiliteit tussen de stad Antwerpen en AG Kinderopvang vanaf 1 juni 2016 geen verlof voor opdracht meer toe te kennen. Het besluit stadssecretaris van 17 november 2015 (jaarnummer 1149) zal hieraan met ingang van 1 juni 2016 aangepast worden.
Bij de overschakeling naar de rechtspositieregeling in 2009 werd de toelage 'vuil en ongezond werk' omgezet in een gevarentoelage. Er geldt een overgangsmaatregel dat medewerkers die deze toelage 'vuil en ongezond werk' reeds ontvingen, deze mochten blijven ontvangen in plaats van de nieuwe gevarentoelage te ontvangen. Voor medewerkers die via verruimde mobiliteit overstappen wordt voorgesteld dat zij eveneens de gunstigere toelage mogen blijven behouden.
Het college beslist dat met ingang van 1 juni 2016 het personeelslid dat van AG Kinderopvang via verruimde mobiliteit in dienst treedt van de stad Antwerpen:
Een medewerker van de stad Antwerpen die via verruimde mobiliteit naar AG Kinderopvang gaat, krijgt hiervoor bij een overstap vanaf 1 juni 2016 geen verlof voor opdracht meer toegekend.
Het college beslist dat het personeelslid dat in dienst was voor 1 januari 2009 bij de stad Antwerpen, OCMW Antwerpen of AG Kinderopvang en bij wijze van overgangsmaatregel nog recht had op de oude toelage 'vuil en ongezond werk', deze regeling behoudt bij de uitvoering van taken bij de stad Antwerpen die in aanmerking komen voor een gevarentoelage.