Bestuurszaken ontving op 15 april 2016 via eBesluitvorming een voorstel tot beslissing van raadsleden Van Brempt en Kherbache.
De toelichting die door raadsleden Van Brempt en Kherbache werd bezorgd, luidt als volgt.
Inleiding
Jaarlijks kopen alle Belgische overheden samen voor zo’n 50 miljard euro aan werken, diensten en producten aan via overheidsopdrachten. Het aandeel van de lokale overheden daarin is zo’n 8 miljard. Deze opdrachten zijn dus een belangrijke bron van rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling.
De wijze waarop deze opdrachten worden toegewezen zijn strikt gereglementeerd door een Europese Richtlijn.
Het Europees Parlement heeft erover gewaakt dat die Richtlijn een efficiënt wapen is, om de strijd te kunnen aangaan tegen de frauduleuze praktijken en tegen de sociale dumping in het kader van overheidsopdrachten.
De aanbestedende overheden worden bij de keuze van gunningscriteria aangemoedigd om meer aandacht te hebben voor criteria die betrekking hebben op het milieu, innovatie en zgn. levenscyclus.
De lidstaten mogen de overheidsinstanties die een opdracht uitschrijven verplichten om aannemers die inbreuken hebben gepleegd op de milieuwetgeving of op de sociale- en arbeidswetgeving, uit te sluiten.
Overheidsinstanties hoeven voortaan niet automatisch het laagste bod te kiezen in openbare aanbestedingen. Bij de aanschaf van goederen en diensten, aanbesteding van openbare werken, of het afsluiten van concessiecontracten kunnen voortaan ook andere factoren, zoals de tewerkstelling van kansengroepen, of kwetsbare groepen, worden meegenomen en meegewogen.
Ook de naleving van het arbeidsrecht en van CAO’s zouden een rechtstreekse rol moeten spelen in het toekennen van opdrachten, met een verplichte uitsluiting in het geval van niet-naleving van de rechten van de werknemers. Zo kan deze regelgeving een effectief instrument zijn om sociale dumping te weren bij de uitvoering van overheidsopdrachten.
Daarom onderhavig voorstel om een gedragscode, een zgn. charter ter bestrijding van sociale dumping bij lokale overheidsopdrachten die wij uitschrijven, aan te nemen, waarin wij volgende clausules opnemen:
Aanleiding en context
Overwegende dat de sociale dumping schadelijk is voor onze economie, werkgelegenheid en sociale zekerheid;
Overwegende dat de langdurige werkloosheid, vooral bij laaggeschoolden en werknemers met migratieachtergrond, een structureel probleem is in Vlaanderen en dat de overheidsopdrachten een belangrijke bron van werkgelegenheid kunnen betekenen ;
Overwegende dat de belangen die op het spel staan, meer bepaald de duur van de arbeidsperiodes, de veiligheid, het loon van de werknemers en hun levensomstandigheden, belangen zijn waaraan onze overheden, elk op hun niveau, een waarde moeten hechten die uitgedrukt moet worden via een versterkte normatieve regeling;
Overwegende dat de sociale dumping tot nadelige oneerlijke concurrentie leidt voor de bedrijven die de geldende regels wèl naleven;
Overwegende dat het principe van het vrij verkeer van diensten en werknemers moet samengaan met de eis tot eerlijke concurrentie en bijgevolg het principe van “gelijke rechten voor gelijk werk” gerespecteerd moet worden;
Overwegende dat op het gebied van de strijd tegen de sociale dumping de Europese , federale en gewestelijke wetgevingen en lokale regelgevingen versterkt moeten worden, om juist dit fenomeen te bestrijden;
Overwegende dat van de mogelijkheden, die de omzetting van de richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten biedt, gebruik gemaakt moet worden om op alle bestuursniveaus ons arsenaal aan wetgevingen en regelgevingen tegen de sociale dumping te versterken;
Overwegende dat ook andere lokale openbare instellingen aangemoedigd dienen te worden om de principes voorzien in dit Charter op te nemen in hun overheidsopdrachten;
Juridische grond
Overwegende dat artikel 23, 1° van de Grondwet het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid onder meer gericht op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil) verzekert, alsmede het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en op een billijke beloning, alsook het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen waarborgt;
Overwegende dat krachtens de richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten, overheidsinstanties de mogelijkheid zullen hebben om meer nadruk te leggen op de kwaliteit en op milieu- en sociale aspecten;
Rekening houdende met het Vlaams Plan Overheidsopdrachten voor een strategisch en gecoördineerd beleid inzake overheidsopdrachten voor Vlaanderen, zoals aangenomen door de Vlaamse Regering op 29 januari 2016;
Besluit
Artikel 1: Het charter toegevoegd aan deze beraadslaging aan te nemen, om de sociale dumping bij de overheidsopdrachten uitgeschreven door het stadbestuur van Antwerpen en bij uitbreiding door onze andere lokale entiteiten, zoals de Antwerpse Autonome gemeentebedrijven(dochters van de stad Antwerpen), te bestrijden.
Artikel 2: De hogere bestuursniveaus te verzoeken om:
Basisreglement bestuurlijke organisatie stad Antwerpen - artikel 39
"Elk punt dat niet op de gewone agenda voorkomt, kan tot vijf dagen vóór de zitting samen met een verklarende nota aan de secretaris worden overhandigd, die deze toegelichte voorstellen van beslissing bezorgt aan de voorzitter van de raad.
Een lid van het uitvoerend bestuur kan van de mogelijkheid om agendapunten toe te voegen geen gebruik maken.
De secretaris deelt de bijgevoegde agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de raad, en de toegelichte voorstellen onverwijld mee aan de leden van de raad."
De gemeenteraad neemt kennis van dit besluit.
De gemeenteraad verwerpt dit aanvullend agendapunt bij monde van de fractievoorzitters.
Stemgedrag
Stemden ja: sp.a, Vlaams Belang, PVDA+ en Groen.
Stemden neen: N-VA, CD&V en Open VLD.
De gemeenteraad neemt een beslissing omtrent volgende artikels.