Terug

2016_CBS_02358 - Plan-MER 'Windturbinepark Antwerpse haven rechteroever en omgeving'. Kennisgevingsnota - Advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/03/2016 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_02358 - Plan-MER 'Windturbinepark Antwerpse haven rechteroever en omgeving'. Kennisgevingsnota - Advies - Goedkeuring 2016_CBS_02358 - Plan-MER 'Windturbinepark Antwerpse haven rechteroever en omgeving'. Kennisgevingsnota - Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

De bevoegdheid van het college om het openbaar onderzoek te organiseren en advies te verlenen is gebaseerd op artikel 4.2.8. §4 en 4.2.11. §1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Aanleiding en context

In 2008 legde de Europese Raad de 20-20-20 doelstellingen voor 2020 vast. Dit is ten eerste een vermindering van het energiegebruik met 20%, ten tweede een stijging van het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het bruto eindverbruik tot 20% en ten derde een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 20% ten opzichte van 1990.
Voor België stelde Europa de doelstelling met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen vast op 13%. De omzendbrief RO/2014/02 stelt dat windenergie één van de noodzakelijke opties is om de bindende Europese doelstelling voor België te halen. Daarbij dient gestreefd te worden naar een ruimtelijke concentratie van windturbines onder andere in de zeehavengebieden.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) verleende via een samenwerkingsprotocol in 2003 een domeinconcessie voor het bouwen en exploiteren van windturbines op rechteroever aan VLEEMO. De onderneming realiseerde inmiddels 12 operationele windturbines en heeft nog voor 18 turbines een vergunning bekomen.

De gemeenteraad keurde op 26 oktober 2015 (jaarnummer 541) het geactualiseerde klimaatplan 2015-2020 van de stad Antwerpen goed. De stad Antwerpen engageert zich onder meer om, in lijn met de Europese doelstellingen, minstens 20% minder CO2 uit te stoten tegen 2020. Lokale energieproductie zoals windturbines is één van de sectoren die uitgewerkt zijn binnen het hoofdstuk 'Maatregelen mitigatie 2015-2020'.

VLEEMO wenst in de toekomst 60 tot 100 nieuwe windturbines te realiseren op de rechteroever in de Antwerpse haven tussen het Churchilldok en de Nederlandse grens. Dit project is volgens het MER-besluit van 10 december 2004 bijlage II MER-plichtig. In 2015 werd na overleg met de dienst MER beslist om een strategisch MER op te maken, dat kan dienen als kader voor de aan te vragen vergunningen voor de verschillende fasen van het project. De eerste stap in deze procedure is de kennisgevingsnota, die van 19 januari 2016 tot en met 28 maart 2016 voor het publiek ter inzage is gelegd en waarvoor de adviserende instanties wordt gevraagd advies uit te brengen ten laatste op 28 maart 2016.

Argumentatie

De implementatie van windenergie draagt bij tot de uitbouw van een duurzame energievoorziening en het behalen van de Antwerpse klimaatdoelstellingen. Dit windturbineproject is de belangrijkste maatregel om de doelstelling voor 2020 te behalen.

Bij de doorrekening van de klimaatmaatregelen is uitgegaan van een jaarlijkse energieproductie van ongeveer 830.000 MWh bij volledige windturbineparkontwikkeling. In het klimaatplan wordt uitgegaan van 415.000 MWh tegen 2020 gezien een gefaseerde en dus nog onvolledige ontwikkeling van het windturbinepark. Deze orde van grootte stemt overeen met de indicatieve milieuraming uit de kennisgevingsnota.

Voor de realisatie van het klimaatplan vormt de uitvoering van dit project dus een cruciale actie. Een grondige en kwalitatieve aanpak van het plan-MER vormt hiervoor de beste garantie. Daarom worden volgende aanbevelingen op de kennisgevingsnota geadviseerd.

  • De afbakening van het onderzoeksgebied omvat een groot deel van de rechteroever van de Antwerpse haven en enkele gebieden daarbuiten zoals het volledige district Berendrecht-Zandvliet-Lillo, de Kabeljauwpolder, de Polder van Stabroek en de Ettenhoofse Polder. Vanuit de disciplines slagschaduw, geluid, landschap en natuur wordt een ruimer studiegebied errond aangenomen. Met betrekking tot de discipline natuur omvat de afbakening van het studiegebied bijkomende delen op de linkeroever en de zuidelijke rechteroever omwille van de Vogelrichtlijngebieden respectievelijk 'Schorren en Polders van de Beneden-Schelde' ter hoogte van het Verdronken Land van Saeftinghe en 'De Kuifeend' in de haven zelf. Op de rechteroever wordt echter geen aandacht gegeven aan de aanwezigheid van een grensoverschrijdend Vogelrichtlijngebied 'Zoom - Kalmthoutse Heide'. Dit gebied ligt zowel op Vlaams als Nederlands grondgebied. Het Vlaamse deel is weliswaar verderaf gelegen, maar het Nederlandse deel grenst wel onmiddellijk aan het onderzoeksgebied. Het studiegebied zou voor de discipline natuur daarom uitgebreid moeten worden met dit volledige belangrijke Vogelrichtlijngebied (zowel Vlaams als Nederlands deel).
  • De planningscontext is met betrekking tot Antwerpse beleidsdocumenten niet volledig. De verwijzing naar het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) is erg summier (geen verwijzing naar de doelstellingen van o.a. de Ecostad, de Zachte Ruggengraat, ...). Dit geldt ook voor het provinciaal ruimtelijk structuurplan. Verder ontbreken ook de inmiddels goedgekeurde structuurschets Berendrecht-Zandvliet en het voorontwerp Groenplan. Een vervollediging van de planningscontext met deze documenten is wenselijk.
  • Het kaartmateriaal is te beperkt (onder andere een kaart met de geldende bestemmingsplannen ontbreekt) of van slechte kwaliteit, waardoor de leesbaarheid en beoordeling van de nota bemoeilijkt wordt. Aanvulling met kwalitatief kaartmateriaal in het plan-MER is wenselijk.
  • Er wordt in de kennisgevingsnota uitgegaan van één locatie-alternatief, zijnde heel het voorgestelde onderzoeksgebied. Binnen dit alternatief wordt maximaal gezocht naar inplantingslocaties. Dit is een aanvaardbare aanpak. De MER zal tot een driedelige zonering komen (groen, oranje, rood), die echter mogelijk meer potentieel biedt dan de door VLEEMO beoogde 60 tot 100 windmolens. Indien dit het geval is, is het wel mogelijk om binnen de zonering nog alternatieven te onderzoeken voor louter het VLEEMO-aandeel (korte termijn - scenario) en inplantingsalternatieven niet bij voorbaat uit te sluiten. Het gaat dan binnen het aangenomen locatie-alternatief om een prioritering van inplantingslocaties binnen de groene zonering.
  • In de discipline mens-ruimte wordt het onderzoek m.b.t. verstoringseffecten gekoppeld aan woongebieden en woonclusters (>5woningen). Het is niet duidelijk hoe de definiëring van een wooncluster precies gebeurt: zijn dit 5 aaneengesloten woningen of 5 alleenstaande woningen die nabij mekaar gesitueerd zijn? Wat is dan de gehanteerde onderlinge afstand? 
  • De effecten op landschap en bouwkundig erfgoed worden best aan de hand van beeldinpassingen gemotiveerd (d.i. zichten vanuit Berendrecht, Zandvliet, Ekeren en Stabroek).
  • In functie van lokaal draagvlak werd een partnerforum opgericht. Dit is echter niet voldoende om de lokale bevolking te betrekken. Het is aangewezen meer in te zetten op informatievergaderingen of andere communicatiekanalen, in samenspraak met het lokale bestuur.

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1HWN01 - Antwerpen is een duurzame stad
1HWN0101 - De ecologische duurzaamheidsambities zijn maximaal gerealiseerd met het oog op een hoge levenskwaliteit voor iedereen en economische waardecreatie
1HWN010101 - Met een lager energieverbruik, duurzaam geproduceerde energie en schone technologie evolueren we naar klimaatneutraliteit in 2050

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt volgend advies, voor de kennisgevingsnota voor de plan-MER 'Windturbinepark Antwerpse haven rechteroever', goed:

  • het studiegebied dient uitgebreid te worden met het volledige Vogelrichtlijngebied 'Zoom - Kalmthoutse Heide', zowel het Vlaamse als Nederlandse deel;
  • de planningscontext moet aangevuld worden met een grondigere verwijzing naar de doelstellingen van volgende beleidsdocumenten: het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA), de structuurschets Berendrecht - Zandvliet en het voorontwerp Groenplan;
  • het kaartmateriaal wordt bij voorkeur vervolledigd (o.a. toevoeging van geldende bestemmingsplannen) met aandacht voor de kwaliteit en leesbaarheid;
  • bij een groter mogelijk potentieel dan 60 tot 100 windturbines worden inplantingsalternatieven niet bij voorbaat uitgesloten. Het gaat dan binnen het aangenomen locatie-alternatief om een prioritering van inplantingslocaties binnen de groene zonering;
  • een duidelijke definitie opnemen van een woningcluster;
  • voor de motivatie van de effecten op landschap en bouwkundig erfgoed dienen beeldinpassingen toegepast te worden.  
  • naast het partnerforum wordt meer aandacht voor de informatiedoorstroming naar de lokale bevolking verwacht. De voorgestelde communicatiekanalen dienen afgestemd te worden met het lokale bestuur.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.