De bevoegdheid van het college om het openbaar onderzoek te organiseren en advies te verlenen is gebaseerd op artikel 4.2.8. §4 en 4.2.11. §1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
In 2008 legde de Europese Raad de 20-20-20 doelstellingen voor 2020 vast. Dit is ten eerste een vermindering van het energiegebruik met 20%, ten tweede een stijging van het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het bruto eindverbruik tot 20% en ten derde een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 20% ten opzichte van 1990.
Voor België stelde Europa de doelstelling met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen vast op 13%. De omzendbrief RO/2014/02 stelt dat windenergie één van de noodzakelijke opties is om de bindende Europese doelstelling voor België te halen. Daarbij dient gestreefd te worden naar een ruimtelijke concentratie van windturbines onder andere in de zeehavengebieden.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) verleende via een samenwerkingsprotocol in 2003 een domeinconcessie voor het bouwen en exploiteren van windturbines op rechteroever aan VLEEMO. De onderneming realiseerde inmiddels 12 operationele windturbines en heeft nog voor 18 turbines een vergunning bekomen.
De gemeenteraad keurde op 26 oktober 2015 (jaarnummer 541) het geactualiseerde klimaatplan 2015-2020 van de stad Antwerpen goed. De stad Antwerpen engageert zich onder meer om, in lijn met de Europese doelstellingen, minstens 20% minder CO2 uit te stoten tegen 2020. Lokale energieproductie zoals windturbines is één van de sectoren die uitgewerkt zijn binnen het hoofdstuk 'Maatregelen mitigatie 2015-2020'.
VLEEMO wenst in de toekomst 60 tot 100 nieuwe windturbines te realiseren op de rechteroever in de Antwerpse haven tussen het Churchilldok en de Nederlandse grens. Dit project is volgens het MER-besluit van 10 december 2004 bijlage II MER-plichtig. In 2015 werd na overleg met de dienst MER beslist om een strategisch MER op te maken, dat kan dienen als kader voor de aan te vragen vergunningen voor de verschillende fasen van het project. De eerste stap in deze procedure is de kennisgevingsnota, die van 19 januari 2016 tot en met 28 maart 2016 voor het publiek ter inzage is gelegd en waarvoor de adviserende instanties wordt gevraagd advies uit te brengen ten laatste op 28 maart 2016.
De implementatie van windenergie draagt bij tot de uitbouw van een duurzame energievoorziening en het behalen van de Antwerpse klimaatdoelstellingen. Dit windturbineproject is de belangrijkste maatregel om de doelstelling voor 2020 te behalen.
Bij de doorrekening van de klimaatmaatregelen is uitgegaan van een jaarlijkse energieproductie van ongeveer 830.000 MWh bij volledige windturbineparkontwikkeling. In het klimaatplan wordt uitgegaan van 415.000 MWh tegen 2020 gezien een gefaseerde en dus nog onvolledige ontwikkeling van het windturbinepark. Deze orde van grootte stemt overeen met de indicatieve milieuraming uit de kennisgevingsnota.
Voor de realisatie van het klimaatplan vormt de uitvoering van dit project dus een cruciale actie. Een grondige en kwalitatieve aanpak van het plan-MER vormt hiervoor de beste garantie. Daarom worden volgende aanbevelingen op de kennisgevingsnota geadviseerd.
Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.
Het college keurt volgend advies, voor de kennisgevingsnota voor de plan-MER 'Windturbinepark Antwerpse haven rechteroever', goed: