Feiten en context
Op vrijdag 26 februari omstreeks 15.45 u. ontplofte bij Indaver een tankwagen met solventen, gevolgd door een aantal kleinere ontploffingen. Een aanpalende opslagplaats vatte vuur. Gelukkig werd er niemand gewond. Maar een zwarte, roetgekleurde rookpluim trok toen over de nabijgelegen kade bemoeilijkte de ademhaling van dokwerkers die aan het werk waren. Zij kregen hoofdpijn, prikkelende ogen, keelpijn en neusloop. Burgemeester Bart De Wever kondigde het rampenplan af. De inwoners van Stabroek werden verwittigd om ramen en deuren gesloten te houden, maar de dokwerkers moesten door blijven werken. Hen werd gezegd dat ze zich geen zorgen moesten maken want vanaf dat de cijfers van die metingen gekend waren zouden ze hen op de hoogte houden. Pas nadat de vakbond en de dienst veiligheid contact hadden opgenomen met het management kregen de dokwerkers van de teminal manager de mededeling dat ze het werk moesten staken en zich naar de refter moesten begeven. De civiele bescherming is nog metingen komen uitvoeren op de kade, maar dit was meer dan een uur nadat de zwarte rookwolk was voorbijgetrokken. Ook de Seweso-sirenes werden niet in gang gezet. Volgens de burgemeester van Stabroek omdat dit ‘vereist dat hij een handgetekend bevel naar de hoofdzetel van de Civiele Bescherming moet faxen, waarna het nog een uur kan duren voor de sirenes effectief loeien’. Maar het zijn de Antwerpse brandweerlieden van de zones Rand, Noord, Zuid en Oost, samen met de korpsen van Essen en Kalmthout die nog lang hebben moeten nablussen. Zij werden ook gecontamineerd met het zeer sterk vervuilde bluswater omdat bij het uitvallen van de elektriciteit op Indaver dit bluswater niet werd afgevoerd. Hun materiaal, hun kledij, de brandweerslangen waren allen gecontamineerd. Een aantal brandweerlieden werden onwel, kregen hoofdpijn en kregen huidirritatie. Er werden bloedstalen en urinestalen afgenomen en brandweerlieden die direct betrokken waren bij de interventie zouden medisch opgevolgd worden door de arbeidsgeneesheer. Er zou een grote evaluatie van de interventie gebeuren, is beloofd. Er stelt zich zeker een serieus probleem van tekort aan reservekledij. In de brandweerkazerne van Deurne waren amper vier afgedankte brandweerpakken van de eerste generatie ter beschikking van collega’s die reeds op pensioen waren. Toen precies een jaar geleden op de gemeenteraad van maart 2015 raadslid Van Duppen dit probleem van de brandweerpakken en de reservekledij in Deurne al aankaartte antwoordde de burgemeester, ik citeer: “Ja, dat is heel juist, ik heb het gezien en dat zal moeten verbeteren”.
Vragen
1. Is ondertussen de oorzaak van de ontploffing al gekend?
2. Wat zijn de resultaten van de evaluatie van de brandweerinterventie op het vlak van veiligheid en preventie van contaminatie? Werden in de bloed en urinestalen toxische stoffen aangetroffen?
3. Waarom werden de dokwerkers niet vroeger verwittigd om het werk te staken en zich naar de refter te begeven?
4. Wat is er sinds vorig jaar nog gebeurd om de toestand van de brandweerpakken te verbeteren en het tekort aan reservekledij op te vangen, zoals de burgemeester op deze raad beloofd had?
5. Nu er nog geen reiniging met vloeibaar CO2 kan gebeuren, hoeveel PAK’s zijn er niet geïmpregneerd in de gecontamineerde pakken die met de klassieke reiniging nauwelijks of niet kunnen verwijderd worden?
Raadslid Mertens houdt zijn interpellatie.
De burgemeester geeft antwoord op de vragen.
Raadslid Mertens houdt nog een wederwoord.
Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.