Terug

2015_CBS_10411 - Rioolbeheer - Gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding afvalwater. Aanpassing tariefstructuur - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 10/12/2015 - 10:30 Digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_10411 - Rioolbeheer - Gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding afvalwater. Aanpassing tariefstructuur - Goedkeuring 2015_CBS_10411 - Rioolbeheer - Gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding afvalwater. Aanpassing tariefstructuur - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens het gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikelen 2 en 42 beogen de gemeenten om op het lokale niveau bij te dragen tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Voor de verwezenlijking van aangelegenheden van gemeentelijk belang kunnen ze alle initiatieven nemen. De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden van gemeentelijk belang.

Artikel 43, §2, 15° van het gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan.

Aanleiding en context

In 2004 (gemeenteraad van 22 juni 2004, jaarnummer 1182) werd een overeenkomst gesloten tussen stad Antwerpen en Antwerpse Waterwerken (AWW), waarbij het stedelijk rioolbeheer en meer bepaald de activiteit watersanering werd toevertrouwd aan AWW. De laatst gewijzigde versie van deze overeenkomst werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2014 (jaarnummer 1015).

De gemeentelijke saneringsbijdrage voor de stad Antwerpen werd bij gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2013 (jaarnummer 631) met ingang van 1 november 2013 vastgelegd op 1,3332 EUR/m³ water (op dat ogenblik het maximaal toegelaten bedrag) met een jaarlijkse indexatie.

In de overeenkomst inzake rioolbeheer van december 2014 (gemeenteraadsbesluit van 15 december 2014, jaarnummer 1015) werd het besluit van de gemeenteraad van 21 oktober 2013 (jaarnummer 631) bekrachtigd en werd opgenomen dat toekomstige wijzigingen aan de saneringsbijdrage (met uitzondering van de indexatie) steeds aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Begin 2015 werd de saneringsbijdrage geïndexeerd tot 1,3361 EUR/m³ water.

Ingevolge de opname in het Vlaams regeerakkoord van de hervorming van de drinkwaterfactuur en in gevolge het decreet (goedgekeurd 9 december 2015 in het Vlaams parlement) tot wijziging van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging en het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, wat betreft de aanpassing van de aanrekening van de kosten voor publieke drinkwatervoorziening en de kosten voor gemeentelijke en bovengemeentelijke sanering waarbij een nieuwe tariefstructuur wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2016, dient bijgevolg de gemeenteraad een beslissing te nemen over de vastlegging van de nieuwe tarieven voor de gemeentelijke saneringsbijdrage en saneringsvergoeding vanaf 1 januari 2016.

Argumentatie

Door de hervorming van de drinkwaterfactuur wordt vanaf 1 januari 2016 een vernieuwde tariefstructuur van kracht. Volgende principes werden opgenomen in het Vlaamse decreet:

1. onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke verbruikers (het betreffende onroerende goed bevat één of meer wooneenheden), niet huishoudelijke verbruikers (het betreffende onroerende goed bevat geen wooneenheden) zonder milieudossier (met een verbruik minder dan 500 m³ per jaar) en niet huishoudelijke verbruikers met milieudossier;

2. voor huishoudelijke verbruikers wordt de gemeentelijke saneringsbijdrage bepaald door:

  • een uniform (over heel Vlaanderen geldend) vastrecht van 30,00 EUR/jaar/wooneenheid met een vermindering van 6,00 EUR/jaar per gedomicilieerde inwoner;
  • een variabele prijs, bestaande uit een progressieve tariefstructuur, namelijk:
  • een basistarief, dat geldt voor de eerste verbruiksschijf (het verbruik dat overeenstemt met 30m³/wooneenheid/jaar en bijkomend 30 m³/gedomicilieerde inwoner/jaar);
  • een comforttarief voor de tweede verbruiksschijf (het resterende verbruik) dat het dubbele bedraagt van het basistarief;

3. voor niet-huishoudelijke verbruikers zonder milieudossier wordt de gemeentelijke saneringsbijdrage bepaald door:

  • een vastrecht van 30,00 EUR/jaar;
  • een variabele prijs, die bepaald wordt door toepassing van een vlak tarief per m³ water;

4. voor de niet-huishoudelijke verbruikers met milieudossier wordt de gemeentelijke saneringsbijdrage bepaald door:

  • een variabele prijs, die bepaald wordt door toepassing van een vlak tarief per m³ water, eventueel rekening houdend met het niet geloosde volume;

5. voor de huishoudelijke verbruikers waar het afvalwater gezuiverd wordt door middel van een collectief (door de rioolbeheerder) geplaatste en beheerde Individuele Behandelingsinstallatie Afvalwater wordt de individuele saneringsbijdrage bepaald door:

  • een vastrecht van 50,00 EUR/jaar/wooneenheid met een vermindering van 10,00 EUR/jaar per gedomicilieerde inwoner (de som van het vast recht van de gemeentelijke saneringsbijdrage en de bovengemeentelijke saneringsbijdrage);
  • een variabele prijs, bestaande uit een progressieve tariefstructuur, namelijk;
  • een basistarief dat de som is van het basistarief voor de gemeentelijke en de bovengemeentelijke saneringsbijdrage samen, dat geldt voor het verbruik dat overeenstemt met 30 m³/wooneenheid/jaar en bijkomend 30 m³/gedomicilieerde inwoner/jaar;
  • een comforttarief voor het resterende verbruik, dat het dubbele bedraagt van het basistarief; 

6. de verschillende tarieven van de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding (met uitzondering van het vast recht) mogen zoals in het verleden maximaal 1,4x (voor de individuele saneringsbijdrage en –vergoeding maximaal 2,4x) het overeenkomstige tarief voor de bovengemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding bedragen. Begin 2015 werd de bovengemeentelijke saneringsbijdrage opgetrokken, zodat het huidige tarief van de stad Antwerpen (1,3361 EUR/m³) lager is dan het huidige toegelaten maximum (1,6923 EUR/m³). De nieuwe bovengemeentelijke tarieven werden op 9 december 2015 op Vlaams niveau vastgelegd. Daarbij wordt minimaal gestreefd naar gelijkblijvende inkomsten op bovengemeentelijk vlak;

7. tenslotte worden ook de correcties omwille van sociale redenen op Vlaams niveau vastgelegd. Daarbij wordt voor elke component van de waterprijs eerst de normale prijs berekend, waarop vervolgens een vermindering van 80% wordt toegepast. 

Voorstel nieuwe tarieven
Gelet op bovenstaande principes werden op basis van de gekende verbruikers de nodige berekeningen gemaakt om te komen tot een voorstel van nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2016. Daarbij werd gestreefd naar gelijkblijvende inkomsten, uitgaande van het huidige tarief met een indexatie op 1 januari 2016.

Op basis van bovenstaande worden volgende nieuwe tarieven voor de gemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding voorgesteld vanaf 1 januari 2016 (bedragen exclusief btw en nadien jaarlijks te indexeren op basis van de gezondheidsindex).

Voor de huishoudelijke klanten

Basistarief 1,00 EUR/m³
Comforttarief (gekoppeld aan basistarief)  2,00 EUR/m³

 

Voor de niet-huishoudelijke klanten

Vlak tarief 1,3440 EUR/m3

 

De bedrijfseenheid stadsontwikkeling adviseert om de principes van de vernieuwde tariefstructuur en de voorgestelde bedragen voor het basistarief, comforttarief en vlak tarief voor de gemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding van het afvalwater goed te keuren, op voorwaarde dat deze tarieven de toegelaten maximumbedragen niet overschrijden. Enkel hierdoor kunnen de nodige garanties bekomen worden dat er voldoende financiële middelen zijn voor een efficiënt en doelgericht rioolbeheer.

Juridische grond

In zitting van 22 juni 2004, jaarnummer 1182, keurde de gemeenteraad de overeenkomst van 22 april 2004, verlening van een gebruiksrecht op de rioleringsinfrastructuur aan AWW, in het kader van de gemeentelijke saneringsverplichting, goed. Deze overeenkomst werd aangepast met een addendum. Dit addendum werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 20 december 2004, jaarnummer 2603.

De gemeenteraad keurde op 1 maart 2010 (jaarnummer 287) een aangepaste overeenkomst met AWW goed. Op 15 december 2014 (jaarnummer 1015) keurde de gemeenteraad een nieuwe overeenkomst goed met water-link inzake sanering aan abonnees geleverd water en de uitvoering van het integraal waterbeheer.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN05 - De aanleg en heraanleg van de publieke ruimte verzekeren een aangename stad
1SWN0503 - Projecten voor de (her)aanleg van het publiek domein in stad en districten zijn gerealiseerd van ontwerp tot en met uitvoering
1SWN050302 - De (her)aanleg van bovenlokale en lokale straten en pleinen versterkt buurten en wijken

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college stelt aan de gemeenteraad voor om, mits voorgestelde tarieven de toegelaten maximumbedragen niet overschrijden, de invoering vanaf 1 januari 2016 van volgende tarieven voor de variabele prijs van de gemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding van het afvalwater, goed te keuren:

  • voor de huishoudelijke verbruikers een basistarief (voor de eerste verbruiksschijf) van 1,00 EUR/m³ en een comforttarief (voor de tweede verbruiksschijf) van 2,00 EUR/m³;
  • voor de niet-huishoudelijke verbruikers een vlak tarief van 1,3440 EUR/m³. 

Deze bedragen zijn exclusief btw en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex.

De tarieven met betrekking tot de individuele saneringsbijdrage en –vergoeding zijn gelijkgesteld aan de som van het tarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding en het corresponderende tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.