Terug

2016_RVBAGSO_00097 - Beleidsondersteuning - Reglement meldingsprocedure integriteitsschendingen - Goedkeuring

Raad van Bestuur AG Stedelijk Onderwijs
vr 24/06/2016 - 16:00 2eV zaal Ijsbreker
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen DaniĆ«ls; Freya Piryns; Fauzaya Talhaoui; Mie Branders; Peggy Pooters; Carine Leys; Koen Laenens; Lisa Geets; Claude Marinower; Leen Verbist; Alex Tanguy; Bavo Smits; Carine Sneyers

Afwezig

Ann Van Dyck

Secretaris

Carine Sneyers

Voorzitter

Leen Verbist
2016_RVBAGSO_00097 - Beleidsondersteuning - Reglement meldingsprocedure integriteitsschendingen - Goedkeuring 2016_RVBAGSO_00097 - Beleidsondersteuning - Reglement meldingsprocedure integriteitsschendingen - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

De raad van bestuur is bevoegd voor de rechtspositieregeling van personeel Stedelijk Onderwijs, meer bepaald:

  • de afwijkingen van of aanvullingen op de rechtspositieregeling  van de stad Antwerpen voor het niet-gesubsidieerd personeel conform artikel 241, §2 van het gemeentedecreet;
  • de aanvullende rechtspositieregeling voor het gesubsidieerd personeel  conform artikel 10 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

Inspraak

De procedure wordt besproken op het vakbondsoverleg van 21 juni. 

Aanleiding en context

Het bureau voor integriteit van Stad Antwerpen heeft een onderzoek gevoerd naar het invoeren van een meldingsprocedure voor Stad Antwerpen. Dit leidde tot een meldingsprocedure integriteitsschendingen, die werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 oktober 2010.

Het Charter van de Groep Stad Antwerpen bepaalt dat de A-waarden van toepassing zijn op de hele groep en dat alle entiteiten de adviezen en werkwijze van het bureau voor integriteit volgen. Het bureau voor integriteit is bevoegd om kennis te nemen van klachten over het AG SO en deze te behandelen.

Op basis van de huidige het huidige reglement, is de procedure voor meldingen van toepassing op alle personeelsleden van het AG SO. Er kan echter discussie ontstaan over het beschermingsstatuut bij bepaalde meldingen van personeelsleden. 

Argumentatie

Het is belangrijk dat de beschermingsprocedure ook van toepassing is op de personeelsleden van het AG SO zodat personeelsleden die vermoedens hebben van misstanden gepleegd bij het Stedelijk Onderwijs, deze op een veilige manier kunnen melden. Op die manier kan de melder, indien nodig, worden beschermd en komt  het imago van het Stedelijk Onderwijs niet onnodig in het gedrang.

1             Niet-gesubsidieerd personeel

De meldingsprocedure integriteitsschendingen van Groep Stad Antwerpen, zoals ingeschreven in de rechtspositieregeling van het personeel van Stad Antwerpen, is integraal van toepassing op het niet-gesubsidieerd personeel van het Stedelijk Onderwijs. De huidige beschermingsmaatregelen die daarin zijn ingeschreven, zijn op dit moment echter enkel van toepassing op personeel van Stad Antwerpen, niet op de niet-gesubsidieerde personeelsleden van Stedelijk Onderwijs. De stad Antwerpen heeft laten weten dat de (geplande) uitbreiding van deze beschermingsmaatregelen wordt uitgesteld. Om die reden is het noodzakelijk dat de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf de beschermingsmaatregelen ook expliciet van toepassing maakt.

2             Gesubsidieerd personeel

Opdat de meldingsprocedure integriteitsschendingen van de Groep Stad Antwerpen en de daarbij horende beschermingsmaatregelen van toepassing zouden zijn voor het gesubsidieerd personeel, wordt ze onderhandeld met de representatieve vakorganisaties. 

3             Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersonen integriteit waarvan sprake, zijn de vertrouwenspersonen welzijn op het werk. Hiervoor moeten geen nieuwe personeelsleden aangeduid worden.

4             Procedure
Omdat de procedure en de beschermingsmaatregelen van toepassing zijn op het niet-gesubsidieerd en het gesubsidieerd personeel, moet hierover vooraf worden onderhandeld met de representatieve vakorganisaties. Na goedkeuring door de raad van bestuur zal de procedure worden bekendgemaakt aan alle personeelsleden van het AG SO en permanent raadpleegbaar zijn via het HR-kanaal op intranet.

Juridische grond

  • Gemeenteraadsbesluit van 22 september 2008 (jaarnummer 1522) zoals gewijzigd, betreffende de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel Stad Antwerpen.
  • Gemeenteraadsbesluit van 16 februari 2009 (jaarnummer 242) betreffende het arbeidsreglement.
  • Gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2010 (jaarnummer 6), reglement meldingsprocedure integriteitsschendingen.
  • Groepscharter, Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 26 september 2014 (jaarnummer 9727)

Adviezen

Bureau voor Integriteit Gunstig advies

Het bureau voor integriteit geeft positief advies op het reglement en gaat dus ook akkoord met de rol die erin toebedeeld is aan het bureau voor integriteit. (vergadering bureau voor integriteit donderdag 14/04/2016).

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
1SLW03 - Door het organiseren en aanbieden van kwalitatief onderwijs biedt het Stedelijk Onderwijs eerlijke ontplooiingskansen, die elke lerende grijpt om talenten en competenties te ontwikkelen en door te groeien tot een verantwoordelijke wereldburger
1SLW0312 - Een gepland, opgevolgd, evidence-based, reglementair en transparant beleid ligt aan de basis van de effectieve en gemeten realisatie van de missie van het Stedelijk Onderwijs

Besluit

De raad van bestuur ag stedelijk onderwijs beslist:

Artikel 1

Het directiecomite van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen legt het volgende voor aan de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen:
 
De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen beslist dat de volgende meldingsprocedure integriteitsschendingen, met in het bijzonder de beschermingsregeling, van toepassing wordt op alle personeelsleden AG SO (gesubsidieerd én niet gesubsidieerd).

Meldingsprocedure integriteitschendingen

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 doel

De meldingsprocedure integriteitschendingen heeft tot doel ervoor te zorgen dat iemand die

vermoedens van misstanden gepleegd bij Stedelijk Onderwijs wil melden, dat op een veilige manier kunnen doen zodat:

- de melder eventueel beschermd kan worden (zie hoofdstuk 3)

- het imago van het Stedelijk Onderwijs niet onnodig in het

gedrang komt.

 

Artikel 2 definities

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • Bureau voor integriteit: onafhankelijke dienst van de groep Stad Antwerpen die de gedragsregels voor medewerkers en mandatarissen bepaalt en omschrijft, adviesvragen behandelt en meldpunt is voor integriteitschendingen, hierna ‘het Bureau’.
  • Melder: de persoon die bij het Bureau voor integriteit een vermoeden van een misstand aankaart.
  • Formele melder: een melder die een melding aan het Bureau doet of heeft gedaan volgens de procedure in artikelen 6 en volgende.
  • Misstand: een strafbaar feit, een schending van regelgeving, een nalatigheid, een misbruik of oneigenlijk gebruik van rechten, materiaal, gegevens, eigendommen van het Stedelijk Onderwijs of van arbeidstijd, gepleegd door een personeelslid van het Stedelijk Onderwijs of door een derde in de uitoefening van een opdracht van het Stedelijk Onderwijs. Deze opsomming is niet limitatief.
  • Nadelige maatregel: elke maatregel in het nadeel van een formele melder zoals het uitbrengen van een negatieve waardering over de melder; ontslag van de melder; de opstart van een tuchtonderzoek of het uitspreken van een tuchtstraf tegen de melder; het onthouden van de melder van een toelage, mobiliteit, deelname aan een opleiding, deelname aan een project,…; Deze opsomming is niet limitatief.
  • Vertrouwenspersoon integriteit: personeelslid van het Stedelijk Onderwijs dat als vertrouwenspersoon integriteit is aangeduid en dat beantwoordt aan de daartoe aangeduide criteria.
  • Bevoegde instantie: de instantie die afhankelijk van de situatie bevoegd is om een melding te onderzoeken of, voor de toepassing van hoofdstuk 3, gepaste maatregelen te nemen (bv de tuchtoverheid, de aanstellende overheid, leidinggevende, de bedrijfsdirecteur …)

 

Artikel 3 toepassingsgebied

Alle personeelsleden van het Stedelijk Onderwijs, burgers en mandatarissen kunnen

volgens deze regeling een melding doen van een vermoeden van misstand.

 

Artikel 4 identiteit van de melder en vertrouwelijkheid van het onderzoek

Elke melding van een vermoeden van misstand wordt vertrouwelijk behandeld tenzij de melder uitdrukkelijk en ondubbelzinnig toelating geeft om zijn/haar naam bekend te maken. Indien een (strikt) vertrouwelijke behandeling van de identiteit van de melder omwille van de context niet mogelijk is, wordt de melder hiervan vooraf uitdrukkelijk op de hoogte gesteld.

Het Bureau kan niet verplicht worden de identiteit van de melder(s) bekend te maken, ook al is de beschermingstermijn verstreken of werd een melding onontvankelijk bevonden, tenzij de wetgeving op openbaarheid van bestuur een bekendmaking van identiteitsgegevens oplegt.

 

 

Hoofdstuk 2 Procedure voor meldingen

Artikel 5 informele behandeling

Een melder kan te allen tijde zijn/haar vermoeden van misstand vertrouwelijk bespreken met de leidinggevende, een vertrouwenspersoon integriteit of het Bureau. Indien nodig kunnen zij de melder begeleiden bij het formele melden of bemiddelend optreden.

 

Artikel 6 formele melding

Een melder kan te allen tijde een vermoeden van misstand formeel melden aan het Bureau. Een formele melding wordt schriftelijk gedaan. Het Bureau kan zelf op elk ogenblik beslissen om een verdere procedure op te starten voor een melding die niet formeel werd gedaan.

 

Artikel 7 ontvankelijkheid van de formele melding

Een melding is ontvankelijk wanneer ze aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

-          de formele melding werd schriftelijk ingediend

-          de melding is niet kennelijk ongegrond. Volgende criteria worden daarvoor gehanteerd:

-          er worden ofwel directe bewijzen van de misstand aangeleverd ofwel , indien geen directe bewijzen aangeleverd zijn, volgt de melding uit een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van misstand.

-          de melding wordt door het Bureau als voldoende zwaarwichtig beschouwd

 

Artikel 8 termijn voor beoordeling Bureau

Het Bureau brengt de formele melder schriftelijk en binnen 30 werkdagen vanaf de datum van ontvangst door het Bureau van de formele melding, op de hoogte van haar oordeel over de ontvankelijkheid van de formele melding. De niet-ontvankelijkheid wordt gemotiveerd.

Uitzonderlijk en gemotiveerd kan de termijn van 30 werkdagen verlengd worden.

 

Artikel 9 onderzoek

§1 Het Bureau bezorgt het dossier van de formele melding die het ontvankelijk acht en na

instemming van de formele melder, aan de instantie die zij bevoegd acht met de vraag om een onderzoek te starten, vb. de interne audit van het Stedelijk Onderwijs.

 

§2 Indien de melder uitdrukkelijk vraagt om het onderzoek stop te zetten of geen verdere

medewerking meer te verlenen, kan het Bureau beslissen om de melding toch verder te

onderzoeken indien:

-          er voldoende informatie aanwezig is om het onderzoek op een nuttige wijze verder te zetten zonder medewerking van de melder en

-          het dossier ernstig genoeg is gezien de belangen van het Stedelijk Onderwijs en

-          de vertrouwelijkheid van het onderzoek gegarandeerd kan blijven bij het verdere verloop

 

Artikel 10 termijn voor onderzoek

Het Bureau bepaalt in overleg met de instantie die het onderzoek voert een redelijke termijn

waarbinnen het resultaat van het onderzoek moet worden bezorgd aan het Bureau . Het Bureau kan deze termijn verlengen. Het Bureau bepaalt welke bijkomende stappen in het onderzoek hierna nog nodig zijn. De formele melder wordt regelmatig door het Bureau op de hoogte gehouden van de stand van zaken in het onderzoek.

 

Artikel 11 opvolging van het onderzoek

Het Bureau brengt de formele melder binnen 30 werkdagen nadat ze er kennis van heeft op de hoogte van het resultaat van het onderzoek. Het Bureau kan deze termijn gemotiveerd verlengen.

 

Artikel 12 afhandeling van het onderzoek

Op basis van de resultaten van het onderzoek, oordeelt het Bureau of de melding gegrond was of niet en brengt de formele melder daarvan op de hoogte. Bij een gegronde melding geeft het Bureau advies over de te nemen acties aan de instantie die zij bevoegd acht. Bij een ongegronde melding sluit het bureau het onderzoek af.

 

Hoofdstuk 3 Bescherming van de formele melder

Artikel 13 bescherming van de formele melder

Een formele melder die in dienst is van het Stedelijk Onderwijs, kan vragen om bescherming te genieten. Het Bureau beslist over de toekenning van de bescherming en brengt de melder op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing. Deze bescherming kan in elke fase van de procedure gevraagd en toegekend worden, al dan niet met terugwerkende kracht tot op de datum van ontvangst door het Bureau van de melding. De bescherming loopt door, ook al is het onderzoek uitgesteld of geschorst om de redenen vermeld in artikel 18.

 

Artikel 14 duur van de beschermingsperiode

De bescherming neemt aanvang vanaf de datum van ontvangst door het Bureau van de schriftelijke melding of vanaf de datum die het Bureau uitdrukkelijk bepaalt en loopt tot 2 jaar nadat het onderzoek is afgesloten. De datum van de schriftelijke melding van het resultaat van het onderzoek door het Bureau, zoals bepaald door artikel 11, geldt als datum van afsluiting van het onderzoek. Na afloop van de beschermingsperiode kan het Bureau gemotiveerd beslissen om de bescherming te verlengen met telkens een periode van een jaar.

 

Artikel 15 inroepen van de bescherming

§1 De beschermde formele melder moet zelf aan het Bureau aangeven wanneer hij/zij vermoedt dat er een beroep zal moeten worden gedaan op de bescherming.

 

§2 In afwijking van artikel 4 wordt in dat geval de identiteit van de formele melder bekend

gemaakt aan de bevoegde instantie. Dit gebeurt enkel op het moment dat dit strikt noodzakelijk is. De aanstellende overheid wordt steeds op de hoogte gebracht van de identiteit van de beschermde formele melder, tenzij deze betrokken partij is.

 

Artikel 16 inhoud van de bescherming

§1 De bescherming houdt in dat gedurende de beschermingsperiode ten aanzien van de formele melder geen nadelige maatregel kan worden genomen waarvan de redenen rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de melding waarvoor bescherming werd verleend.

 

§2 Indien tegen de formele melder tijdens de beschermingsperiode een nadelige maatregel wordt genomen of de formele melder vermoedt dat dit zal gebeuren, moet de bevoegde instantie die de nadelige maatregel heeft genomen of zal nemen gemotiveerd bewijzen aan het Bureau dat deze geen verband houdt met de melding.

 

Artikel 17 beoordeling van bewijs bij bescherming

§1 Het Bureau beoordeelt of er enig verband is tussen de nadelige maatregel en de melding

eventueel na onderzoek door de beroepscommissie bedoeld in punt 4 of de toezichthoudende overheid bedoeld in punt 5.

 

§2 Indien het bewijs dat er geen verband is niet kan worden voorgelegd, richt het Bureau aan de bevoegde instantie de vraag om de maatregel in te trekken en als onbestaande te beschouwen.

 

§3 Indien dit bewijs wordt voorgelegd maar het Bureau het niet als afdoende beschouwt, richt het Bureau aan de bevoegde instantie de vraag om de maatregel in te trekken en als onbestaande te beschouwen.

 

§4 Ingeval er als nadelige maatregel een negatieve waardering werd uitgebracht en de formele melder heeft intern beroep tegen de negatieve waardering ingesteld, richt het Bureau de vraag aan de beroepscommissie die het beroep behandelt om dit bewijs te onderzoeken

.

§5 Ingeval de nadelige maatregel een tuchtonderzoek inhoudt, doet het Bureau aan de

tuchtoverheid de aanbeveling om dit tuchtonderzoek te schorsen totdat het bewijs onderzocht werd.

 

Artikel 18 uitstel of schorsing van het onderzoek

§1 Het Bureau vraagt aan de formele melder of hij/zij intern of georganiseerd bestuurlijk beroep heeft ingesteld of zal instellen tegen de nadelige maatregel, in de gevallen waarvoor beroep is voorzien in de rechtspositieregeling. In voorkomend geval wordt het onderzoek opgeschort tot de uitkomst van de beroepsprocedure gekend is.

 

§2 Het Bureau vraagt aan de formele melder of hij/zij een gerechtelijke procedure heeft ingesteld of zal instellen tegen de genomen nadelige maatregel. Het onderzoek wordt gestart of verder gezet nadat de formele melder de uitspraak van de gerechtelijke procedure heeft meegedeeld aan het Bureau.

 

Hoofdstuk 4 Sancties en inwerkingtreding

Artikel 19 misbruik

Wanneer een personeelslid een melding doet of heeft gedaan die ter kwader trouw én niet

waarheidsgetrouw was, kan het bureau:

  • De eventuele toegestane bescherming zoals bepaald in hoofdstuk 3 ontzeggen of opheffen

en/of

  • Dit melden aan de bedrijfsdirecteur of de leidinggevende van de formele melder met de vraag een feitenmelding op te maken of een andere passende maatregel te nemen.

 

Artikel 20 inwerkingtreding

Deze titel treedt in werking 1 juli 2016 en is van toepassing op meldingen die vanaf deze datum worden ingediend. Indien het Bureau dit expliciet beslist, kan de bescherming zoals beschreven in artikelen 6 en volgende toegekend worden aan personeelsleden die vroeger meldingen hebben gedaan.

Artikel 2

Het directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs geeft opdracht om de procedure te bespreken met de vakorganisaties.

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Artikel 4

Uitvoering beslissing:

Taak Verantwoordelijke Timing
Communicatie procedure   Beleidsondersteuning + HR  na goedkeuring raad van bestuur AG SO


Communicatiemiddel:

Beleidsbuzz JA
Ander communicatiemiddel: SONAR dubbele rol vertrouwenspersoon AG SO + rol bureau voor integriteit
Intranet HR-kanaal