Het voor deze opdracht vereist budget is voorzien op doelstelling 1SWN050201A00000.
Met de collegebeslissing van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) werden de bevoegdheden van de districtscolleges gecoördineerd.
Artikel 10 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor lokale straten en pleinen.
In het gemeenteraadsbesluit van 30 maart 2015 (jaarnummer 147) werden de bovenlokale locaties vastgesteld. Berthoutstraat, De Brouwerstraat, Wasstraat, Woeringenstraat, genoemd "de smalle straatjes" zijn lokale straten.
Vermits het project gefinancierd wordt met bovenlokaal budget, heeft de districtsraad adviesbevoegdheid.
| fase | actie | datum | jaarnummer |
| advies | coördinatieoverleg openbaar domein | 25 april 2016 | -- |
| projectdefinitie en concept | goedkeuring college | 20 juli 2016 | 6576 |
Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en het havengebied). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.
De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.
Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werd een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.
Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed. Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen. In het deel ‘selecties’ worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen. Binnen de selectie ‘Robuuste ruimten’ werd het concept ‘groene sproeten’ opgenomen om ook binnen het sterk verstedelijkt gebied deze ruimten te connecteren via lokale groene stapstenen.
Vanaf 2017 zal gestart worden met de opmaak van lokale groenplannen die een verfijning vormen van het bovenlokale plan en richtlijnen voor groenprojecten omvatten. In het kader van de ‘groene sproeten’ en meer bepaald de realisatie van een sterk vergroend straatbeeld in een dens stedelijk gebied, wenst het college twee pilootprojecten op te starten door middel van de realisatie van het concept ‘Tuinstraten’. Het concept ‘Tuinstraat’ werd nog niet eerder toegepast op Antwerps grondgebied. Door middel van de realisatie en evaluatie van deze pilootprojecten kan de haalbaarheid worden onderzocht en kan mits gunstige evaluatie de verdere uitrol en vertaling in coherente richtlijnen worden uitgewerkt in de lokale groenplannen.
Het college wenst het concept ‘tuinstraten’ te toetsen in Berthoutstraat, De Brouwerstraat, Wasstraat, Woeringenstraat genoemd "de smalle straatjes". Deze straten kenmerken zich door een zeer krap straatprofiel en beperkte mogelijkheden om deze straten op klassieke wijze te vergroenen. Door middel van het concept ‘tuinstraten’ beoogt het college de straten in te richten als aangename groene woonstraten, als stapsteen tussen de robuuste ruimte en als een aangename verbinding tussen de verschillende functies in de wijk.
De bedrijfseenheid Stadsontwikkeling heeft de zone onderzocht en gekeken naar alternatieven voor de huidige inrichting. Dit is vertaald in een projectdefinitie en een concept en werd voor advies aan de betrokken diensten voorgelegd.
De bedrijfseenheid Stadsontwikkeling legt de projectdefinitie en het concept ter goedkeuring voor.
Inleiding
De smalle straatjes maken deel uit van het district Berchem.
Planningscontext
Uit het speelweefselplan oud Berchem blijkt dat kinderen weinig ruimte hebben om zich te kunnen uitleven want vele van de grote publieke ruimtes worden van de wijk gescheiden door drukke wegen en barrières. De smalle straatjes vormen een trage verbinding tussen de verschillende formele en informele ruimtes in de wijk oud Berchem. Ze worden ingericht volgens de woonerf principes.
Analyse
Op basis van de ingewonnen adviezen van de deskundigen werd de bestaande toestand grondig geanalyseerd en werden de knelpunten en potenties in beeld gebracht.
Karakter
Zone woonerf.
Groen
De bestaande bomen zijn klein en staan meestal in de opstelruimte voor brandweer. De beschikbare ondergrondse wortelruimte is erg beperkt, vermoedelijk groeien de wortels doorheen de verschillende funderingslagen waardoor ze niet in goede conditie zijn. Verspreid over de straten staan enkele gietijzeren bloembakken opgesteld als verkeersremmers.
Mobiliteit
In de straten worden de woonerfprincipes toegepast, behoud van het eenrichtingsverkeer en de snelheid is beperkt tot 20km/uur met voorrang van rechts.
Techniek
De betegeling bestaat voornamelijk uit betonstraatstenen 0,22mx0,11m en betonstraatstenen 0,22mx0,22m. Straatverlichting bestaat uit gevelarmaturen.
Algemene randvoorwaarden
Ambitie
De straat wordt omgevormd tot een aangename verblijfplek of een gemeenschappelijke tuin. Door een autoluwe inrichting van de straat komt er meer ruimte vrij voor de spelende kinderen, voor groen, ontmoeten en samenleven.
Ontwerpend onderzoek
Het verkeersluwe karakter van de straten en de beperkte parkeercapaciteit bieden de mogelijkheid om volop in te zetten op een maximale vergroening. Daarom is onderzocht of de ontsluiting kan verzekerd worden met een minimum aan betegeling, het zogenaamde karrenspoorprincipe. De overblijvende oppervlakte wordt ingevuld met gedeeltelijk overrijdbare groenstroken, semi-private voortuinstroken en gevelgroen.
In het ontwerpend onderzoek is onderzocht welke breedte noodzakelijk is en wat dan de nog beschikbare vrije ruimte is. Voor dit onderzoek zijn de smalste profielen als uitgangsbasis genomen, van daaruit is telkens voor de bredere profielen onderzocht welke bijkomende invulling mogelijk is, bijvoorbeeld een zitbank of een parkeerplaats. Dit onderzoek heeft geleid tot vier type profielen.
Concept
Na het ontwerpend onderzoek werd een concept weerhouden waarbij de ambitie maximaal wordt gerealiseerd, rekening houdend met de randvoorwaarden. De krachtlijnen van het concept worden hier opgesomd:
Het concept resulteert vermoedelijk in een neutrale parkeerbalans en een negatieve bomenbalans. Reden hiervoor is de positie van de bomen die in de nieuwe situatie in de rijweg en in de opstelruimte voor brandweer staan.
Het coördinatie overleg geeft op 25 april een gunstig advies op het voorgestelde concept op voorwaarde dat bij de verdere uitwerking:
De districtsraad adviseert de projectdefinitie en het concept (25 april 2016) voor de aanleg tuinstraten als groene woonstraten in de Berthoutstraat, De Brouwerstraat, Wasstraat, Woeringenstraat, genoemd "de smalle straatjes", district Berchem gunstig en sluit zich aan bij het advies van het coördinatieoverleg openbaar domein.