Terug

2016_CBS_06834 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Verbiest nv - Kielsbroek 27 - 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/165/NR - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/08/2016 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Trees Quaegebeur, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris
2016_CBS_06834 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Verbiest nv - Kielsbroek 27 - 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/165/NR - Goedkeuring 2016_CBS_06834 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Verbiest nv - Kielsbroek 27 - 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/165/NR - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Verbiest nv, Kielsbroek 27, 2020 Antwerpen. De aanvraag omvat een groothandel in vis en schaaldieren.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Verbiest nv, Kielsbroek 27, 2020 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een groothandel in vis en schaaldieren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6 en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

bedrijfsafvalwaters + sector

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

standaardgarages en – carrosseriebedrijven

hoofdstuk 5bis.0 en 5bis.15.5;

fysisch behandelen van gassen

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.17.1;

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen

afdeling 5.17.3 en bijlage 5.17.1 en 5.17.5;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.4.1;

kunststoffen

hoofdstuk 5.23;

voedingsnijverheid en handel – algemeen

afdeling 5.45.1;

slachthuizen en uitsnijderijen

afdeling 5.45.2 en 5.45.2bis.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

Bijzondere voorwaarde:

De voorlopige opslag van vermalen piepschuim afkomstig van de bedrijfsvoering dient in afwachting van de wegvoering ervan, te worden opgeslagen binnen de bedrijfsruimte.

Brandweervoorwaarden:

B1

onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst;

S1

er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;

S2

snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;

S9

een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine;

H1

muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;

H3

één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 augustus 2016 en eindigt op 5 augustus 2036.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.