Terug

2016_CBS_06971 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Aquafin nv, Kattendijkdok-Oostkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/246/NR - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/08/2016 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Trees Quaegebeur, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris
2016_CBS_06971 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Aquafin nv, Kattendijkdok-Oostkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/246/NR - Goedkeuring 2016_CBS_06971 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - Aquafin nv, Kattendijkdok-Oostkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/246/NR - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Aquafin nv - Dijkstraat 8 - 2630 Aartselaar. De aanvraag omvat de exploitatie van een bronbemaling.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Aquafin nv, Dijkstraat 8, 2630 Aartselaar om op de percelen gelegen te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai zn, een bronbemaling uit te voeren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

bedrijfsafvalwaters

hoofdstuk 5.3.2 en bijlage 5.3.2;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • een grondwateronttrekking kan een bodemverontreiniging in de omgeving verspreiden. De exploitant dient de nodige maatregelen te nemen om dit tegen te gaan. Informatie hierover kan gevonden worden op de website van de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM) via www.ovam.be/technische-richtlijn-grondwaterhandelingen-beheer-van-bodemverontreiniging;
  • de exploitant dient op de werf analyseverslagen van het bemalingswater ter beschikking te houden;
  • volgende bijzondere lozingsnormen worden opgelegd gedurende de periode van bemaling:

Parameter

Eenheid

Bijzondere lozingsnorm

xylenen

µg/liter

40

acenafteen

µg/liter

0,6 

fenanthreen

µg/liter

fluorantheen

µg/liter

pyreen

µg/liter

0,4 

arseen

µg/liter

50

chroom

µg/liter

500 

koper

µg/liter

500 

nikkel

µg/liter

300 

kwik

µg/liter

  •  na het beëindigen van de bouwwerken dient de exploitant de vergunning stop te zetten.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 augustus 2016 en eindigt op 5 augustus 2017.

Artikel 5

De vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de drie jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.