Terug

2016_CBS_04525 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Straal- en schilderwerken aan de droogdokken, Droogdokkenweg zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/135/PV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 27/05/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_04525 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Straal- en schilderwerken aan de droogdokken, Droogdokkenweg zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/135/PV - Kennisneming 2016_CBS_04525 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Straal- en schilderwerken aan de droogdokken, Droogdokkenweg zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/135/PV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager: De heer Errol Rainess - Albertlaan 42 - 1190 Vorst. De aanvraag omvat straal- en schilderwerken aan de droogdokken, Droogdokkenweg zn, 2030 Antwerpen.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden -  oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6 en hoofdstuk 4.10;

bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten – aanbrengen van bedekkingsmiddelen

afdeling 5.4.3;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.17.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

afdeling 5.17.4.3;

metalen

hoofdstuk 5.29.


Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  1. bij het zandstralen en schilderen dient het (te behandelen) deel van het schip te worden afgeschermd met aangepast materiaal om te verhinderen dat stof-, grit-, roest- of verfdeeltjes of nevels in de omgeving worden verspreid;
  2. de bodem van het droogdok wordt dagelijks maximaal gereinigd, in het bijzonder na het gritstralen;
  3. verf- en gritresten, roest en stof mogen geenszins in de waterafvoerkanalen van het droogdok gespoten worden;
  4. ter hoogte van de aansluiting van de afvoergoten in het droogdok naar de interne riolering leidend naar de pompinstallatie, dient een filterdoek aangebracht te worden om het afvalwater te ontdoen van verfresten, stof, straalgrit en dergelijke;
  5. de exploitant houdt een register bij met de nodige gegevens zoals datum en tijdstip, aard van de werken, gebruikte verven en dergelijke en houdt dit ter beschikking van de toezichthoudende diensten;
  6. alle straal- en schilderwerken van demonteerbare kleinere stukken van het schip worden uitgevoerd in een volwaardige straal- en verfspuitcabine;
  7. na voltooiing van de werken dient de melding door de aanvrager stopgezet te worden door middel van een schrijven aan het college (p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of milieuvergunningen@stad.antwerpen.be).

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.