Op 27 november 2015 werd het decreet betreffende de lage-emissiezones (LEZ-decreet) definitief goedgekeurd.
Op 25 januari 2016 (jaarnummer 9) keurde de gemeenteraad principieel de afbakening, de invoeringsdatum, de toegangsvoorwaarden en het tariefstelsel van de lage-emissiezone goed.
Op 29 januari 2016 (jaarnummer 797) keurde het college de aanvraag van een machtiging tot elektronische mededeling van persoonsgegevens in functie van beheer en toezicht van de lage-emissiezone bij het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid (SCFO) van de Privacycommissie en bij de Vlaamse Toezichtcommissie goed.
Op 26 februari 2016 keurde de Vlaamse regering definitief het besluit betreffende lage-emissiezones (LEZ-besluit) goed.
Voor het beheer en toezicht van de lage-emissiezone die vanaf 1 februari 2017 in Antwerpen van kracht is, wordt gebruik gemaakt van digitale toepassingen waarbij persoonsgegevens tussen overheden uitgewisseld worden en verwerkt worden. Deze uitwisselingen zijn in lijn met de bepalingen van artikels 5, 9 en 11 van het decreet betreffende lage-emissiezones. Met name vinden, al dan niet met tussenkomst van Fedict en/of de Vlaamse Dienstenintegrator, uitwisselingen plaats tussen:
Voor de elektronische uitwisseling en verwerking van persoonsgegevens is specifieke federale en Vlaamse regelgeving van toepassing. Voor de meeste van de genoemde gegevensuitwisselingen is machtiging vereist van hetzij de Vlaamse Toezichtcommissie hetzij de Privacyommissie (Sectoraal Comité voor de Federale Overheid, SCFO).
Op 7 april 2016 weigerde het SCFO van de Privacycommissie om machtiging te verlenen voor de gevraagde gegevensuitwisselingen. De belangrijkste bezwaren hadden betrekking op het gebruik van data van alle Belgische voertuigen voor het creëren van een Vlaamse LEZ-databank en het gebruik en bewaren gedurende 6 maanden van whitelists door de stad om na te gaan welke voertuigen toegang hebben de tot lage-emissiezone. De Vlaamse Toezichtcommissie weigerde vervolgens eveneens om machtiging te verlenen.
De stad Antwerpen (inclusief Digipolis, GAPA en softwareleverancier) en Departement Leefmilieu, Natuur en Energie hebben op basis van het verslag van de beraadslaging van het SCFO en in overleg met de Dienst Inschrijving Voertuigen, de Vlaamse Dienstenintegrator en de secretariaten van de Privacycommissie en de VTC een gewijzigde aanpak voor de datastromen uitgewerkt.
De principes van de gewijzigde aanpak zijn vertaald in nieuwe machtigingsaanvragen. Om voor het zomerreces machtiging te verkrijgen is het noodzakelijk om de machtigingsaanvragen uiterlijk op 1 juni 2016 in te dienen.
De bij dit besluit horende aanvragen tot machtiging zijn gezamenlijk opgemaakt door het Vlaamse departement Leefmilieu, Natuur en Energie, de federale Dienst Inschrijving Antwerpen en stad Antwerpen. Voor stad Antwerpen zijn het Gemeentelijk Autonoom Parkeer- en Mobiliteitsbedrijf Antwerpen (GAPA) en Digipolis als verwerker van persoonsgegevens mee in het dossier opgenomen.
De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (de Privacywet of de WVP).
Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer van 18 juli 2008 (het zogenaamde e-gov decreet) en meer bepaald artikel 8. De elektronische mededeling van persoonsgegevens door een instantie vereist een machtiging van de toezichtcommissie of van een kamer van de toezichtcommissie als vermeld in artikel 10, §1, tenzij de elektronische mededeling van die gegevens al onderworpen is aan een machtiging van een ander sectoraal comité, opgericht binnen de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 5 van het decreet betreffende lage-emissiezones van 27 november 2015 bepaalt het volgende:
"Met het oog op het toezicht op de LEZ-reglementering door de gemeente worden de relevante gegevens in een databank verzameld. De door de Vlaamse Regering gemachtigde dienst beheert die databank overeenkomstig het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
Die gemachtigde dienst vraagt daarvoor digitaal bij de bevoegde instanties, zoals de instantie die belast is met de inschrijving van de voertuigen en de lokale besturen die een LEZ op hun grondgebied invoeren, de noodzakelijke gegevens over de voertuigen op.
Het opvragen van deze gegevens, het beheer van de databank en de ontsluiting naar de gemeente van bepaalde gegevens uit de databank gebeuren in overeenstemming met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer."
Artikel 9 van hetzelfde decreet bepaalt het volgende:
"De volgende personen kunnen, in overeenstemming met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging en het toezicht op de LEZ-reglementering, opvragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen, bij het Rijksregister, bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of bij andere bevoegde instanties:
1° de personeelsleden belast met het toezicht (...);
2° de personeelsleden belast met de inning van de geldsom (...);
3° in voorkomend geval de financieel beheerder, vermeld in artikel 94 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, en de personeelsleden, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
4° de beboetingsambtenaren (...);
5° de personeelsleden belast met de registratie (...);
6° de personeelsleden belast met de controle van de voorwaarden (...)."
Artikel 11 van hetzelfde decreet bepaalt het volgende:
"De gemeente kan aan (...) de autonome gemeentebedrijven (...) de volgende taken geheel of gedeeltelijk toevertrouwen:
1° de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de oplegging en de inning, van de betaling van een geldsom (...);
2° het uitoefenen van het toezicht op de naleving van de LEZ-reglementering (...);
3° het aanduiden van een personeelslid als beboetingsambtenaar (...), voor zover deze
aanduiding door de gemeenteraad wordt bevestigd;
4° de registratie (...);
5° de controle van de voorwaarden (...).
De personeelsleden van deze instellingen die door de bevoegde organen worden aangewezen voor het uitvoeren van de taken, vermeld in het eerste lid, moeten beantwoorden aan dezelfde voorwaarden als de personeelsleden van de gemeente, hebben dezelfde bevoegdheden en hebben toegang tot de voor hun opdracht relevante gegevens, vermeld in artikel 9."
Het college beslist om de aanvraag van een machtiging tot elektronische mededeling van persoonsgegevens in functie van beheer en toezicht van de lage-emissiezone bij de Vlaamse Toezichtcommissie goed te keuren.
Het college beslist om de aanvraag van een machtiging tot elektronische mededeling van persoonsgegevens in functie van beheer en toezicht van de lage-emissiezone bij het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid van de federale Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer goed te keuren.