Volgens artikel 9 en 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 2013 zijn de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten bevoegd om te beslissen over de instelling van een IGBC.
In zitting van 27 mei 2013 (jaarnummer 348) keurde de gemeenteraad de oprichting en de nieuwe samenstelling van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) goed.
In zitting van 8 november 2013 (jaarnummer 11332) besliste het college om schepen Koen Kennis, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC) van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college besliste in zitting van 13 februari 2015 (jaarnummer 1251) om een Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC) op te richten voor bovengemeentelijke mobiliteitskwesties, zoals:
De provincie Antwerpen vraagt om specifiek voor de fietsostrade (FOS) Antwerpen-Lier een IGBC op de richten en een delegatie af te vaardigen.
Om tegemoet te komen aan de vraag van de provincie Antwerpen en aangezien het mobiliteitsdecreet voorschrijft dat er een IGBC moet opgericht worden indien het dossier zich over het grondgebied van meerdere gemeentes uitstrekt, stelt de afdeling mobiliteit voor om voor de FOS Antwerpen-Lier een IGBC op te richten.
De stad Antwerpen stelt tevens een vaste afvaardiging samen. Deze afvaardiging bestaat uit:
De lokale verkeerspolitie wordt steeds als adviserend lid mee afgevaardigd.
Pré-IGBC
Op dinsdag 21 juni 2016 werd er een pré-IGBC georganiseerd door de provincie Antwerpen. Hierbij werd het traject van de fietsostrade Antwerpen-Lier overlopen met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken actoren: namelijk de provincie Antwerpen, het Agentschap Wegen en Verkeer, de NMBS, Infrabel, de stad Antwerpen, het district Berchem, het district Deurne, de stad Mortsel, de gemeente Boechout en de stad Lier.
Volgende opmerkingen werden geformuleerd door de stad Antwerpen en het district Berchem:
De provincie Antwerpen vraagt om het verslag van 21 juni 2016 goed te keuren.
Het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid voorziet in de oprichting van een IGBC.
Artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid bepaalt dat de IGBC over een huishoudelijk reglement moet beschikken. In het ministerieel besluit van 11 maart 2013 tot aanwijzing van de voorzitter van de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC) en tot vaststelling van de huishoudelijke reglementen van de GBC, IGBC en RMC heeft de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken het model van huishoudelijk reglement vastgesteld.
Het college gaat akkoord met de oprichting van een Intergemeentelijke Begeleidingscommissie voor de fietsostrade Antwerpen - Lier.
Het college beslist om de schepen bevoegd voor mobiliteit of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in deze Intergemeentelijke Begeleidingscommissie.
Het college beslist om de districtsschepen - van de districten Berchem en Deurne - bevoegd voor mobiliteit, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen in deze Intergemeentelijke Begeleidingscommissie.
Het college beslist om het afdelingshoofd van de afdeling mobiliteit, of zijn vervanger, af te vaardigen in deze Intergemeentelijke Begeleidingscommissie.
Het college beslist om een vertegenwoordiger van de verkeerspolitie steeds als adviserend lid af te vaardigen voor deze Intergemeentelijke Begeleidingscommissie.
Het college keurt het verslag van de pré-IGBC van 21 juni 2016 goed.