De tweede fase van de inrichtingswerken van de archeologische ruimte in de parking 'Nationale Bank' wordt gehypothekeerd door een problematiek van waterinfiltratie. Door het uitblijven van een overeenkomst met de Vlaamse overheid kan hieraan geen oplossing gegeven worden.
Tijdens de eerste fase van de heraanleg van de Leien kwamen belangrijke resten van de 16de-eeuwse Spaanse omwalling aan het licht, waaronder delen van het Keizersbastion. In de ondergrondse parking 'Nationale Bank' werd een ruimte voorzien waarin de archeologische resten van dit bastion gepresenteerd worden.
In overleg tussen het agentschap Wegen en Verkeer en de stad Antwerpen werd beslist dat de stad de coördinatie van het gebruik en de publieksontsluiting van de bastionruimte zou opnemen. De stad stapte daarop in 2009 in het samenwerkingsverband 'Forten en Linies in Grensbreed Perspectief' (Interreg IV-project Vlaanderen-Nederland) en investeerde met eigen en met Europese middelen in de inrichting en ontsluiting van deze archeologische ruimte. De eerste fase werd afgerond in 2013 en de ruimte werd plechtig ingehuldigd in aanwezigheid van minister Geert Bourgeois.
Daarna maakte de stad een ontwerp voor de tweede fase van de inrichting en werd het aanbestedingsdossier op de markt gebracht. In de meerjarenplanning zijn hiervoor de nodige financiële middelen voorzien. De nog geplande investeringen zijn gericht op de versterking van de publieksbeleving en zichtbaarheid van het bastion.
Momenteel loopt de verdere inrichting van de ruimte vast op problemen ten gevolge van waterinfiltratie, die de reeds uitgevoerde inrichtingswerken beschadigen en de nog geplande werken hypothekeren omdat ze niet kunnen opgestart worden zonder eerst de waterinfiltratie op te lossen. Het is noodzakelijk dat hiervoor een lastgevingsovereenkomst wordt afgesloten tussen de stad en de Vlaamse overheid, waarin de verantwoordelijkheden, de financiering van de noodzakelijke werken, de opmaak van het ontwerp en het uitvoeringsdossier alsmede de uitvoering van de werken geregeld worden.
De dienst Stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/archeologie stelt daarom voor een brief te schrijven aan de minister van de Vlaamse regering bevoegd voor mobiliteit en openbare werken met de vraag om zijn administratie opdracht te geven om, in samenwerking met de stad, tot een definitieve oplossing te komen, zodat de inrichtingswerken binnen afzienbare tijd kunnen uitgevoerd worden.
Het college keurt de collegiale brief goed over de inrichtingswerken van de bastionruimte in de parking 'Nationale Bank' aan de heer B. Weyts, minister van de Vlaamse regering, bevoegd voor mobiliteit en openbare werken.