Terug

2016_CBS_09536 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglementen 2017-2019 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/11/2016 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_09536 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglementen 2017-2019 - Goedkeuring 2016_CBS_09536 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglementen 2017-2019 - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

Uit een raming is gebleken dat er  25.000 vestigingen zijn met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m². De belasting bedraagt gemiddeld  213 EUR per vestiging. Op basis hiervan kan een minderontvangst worden geraamd van  5.325.000 EUR in totaal.

Bij budgetwijziging 2016 werd het budget in het kader van de hervorming van de bedrijfsbelastingen vanaf 2017 reeds verlaagd met 1.500.000,00 EUR. De gemeenteraad keurde op 27 juni 2016 de aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 en de budgetwijziging 2016 goed. (jaarnummer 403)

Daarnaast worden de overige minderontvangsten (3.825.000 EUR) ten gevolge van de hervorming gecompenseerd door de werkelijke meeropbrengsten van de bedrijfsbelastingen ten opzichte van de gebudgetteerde bedragen zodat de beoogde hervorming budgetneutraal zal zijn.

  2013   2014   2015  
Belastingsoort Budget Gerealiseerd (aangerekend) Budget Gerealiseerd (aangerekend) Budget Gerealiseerd (aangerekend)
Algemene bedrijfsbelasting 13.787.500,00 14.376.944,56 14.000.000,00 16.191.406,57 13.201.713,65 15.288.886,64
Drijfkracht 25.330.000,00 29.080.527,17 26.000.000,00 29.826.542,97 25.754.907,32 28.673.090,49
TOTAAL 39.117.500,00 43.457.471,73 40.000.000,00 46.017.949,54 38.956.620,97 43.961.977,13
             
Meerontvangst   4.339.971,73   6.017.949,54   5.005.356,16

 

 

Regelgeving: bevoegdheid

De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.
Artikel 42 § 3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.
Artikel 43 § 2, 15° van het Gemeentedecreet bepaalt dat deze bevoegdheid niet aan het college van burgemeester en schepenen kan toevertrouwd worden.

Aanleiding en context

In het bestuursakkoord 2013-2018 werden volgende bepalingen opgenomen over vereenvoudiging van belastingen:

"Om tot een vereenvoudiging én een vermindering van het aantal bestaande stedelijke belastingreglementen te komen, zullen deze grondig geëvalueerd worden. Dit evenwel zonder het begrotingsevenwicht in het gedrang te brengen." (resolutie 445)

"Prioritair wordt onderzocht hoe de belastingen op ondernemingen op een realistische, eenvoudige en rechtvaardige basis kunnen worden geheroriënteerd. Deze heroriëntering zal onderzocht én voorbereid worden in nauw overleg met de betrokken sectoren. Er wordt op die manier een gunstig fiscaal ondernemingsklimaat gecreëerd." (resolutie 446)

In de zitting van 20 oktober 2014 (jaarnummer 824) keurde de gemeenteraad de invoering van de horecabelasting goed. 

In de zitting van 24 november 2015 (jaarnummer 627) keurde de gemeenteraad de opheffing van de belasting op vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden, belasting op slijterijen en belasting op brandstofverdelingsapparaten goed.  

Dit waren belangrijke stappen in de vereenvoudiging en vermindering van de bedrijfsbelastingen.

Als volgende stap in de vereenvoudiging worden in de bestaande bedrijfsbelastingen een aantal vrijstellingen opgenomen voor kleine vestigingen van ondernemingen.

Argumentatie

Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren (de verplichte en de facultatieve uitgaven).

De heffing van de belasting moet zelf efficiënt en rendabel zijn. Aldus dienen de belastingopbrengsten de administratieve kosten verbonden aan de vestiging en de invordering van de belastingaanslagen te dekken.

Een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk wordt nagestreefd over al de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.

De verschillende bedrijfsbelastingen hebben tot doel de bedrijven op het grondgebied te laten bijdragen.

Momenteel worden alle ondernemingen en zelfstandigen, al dan niet in bijberoep met een vestiging in Antwerpen belast onder de belasting op vestigingen en/of horeca. Afhankelijk van specifieke kenmerken van de uitbating kunnen zij ook belast worden voor drijfkracht, vaste reclame en/of inname van de openbare weg.

Vooral kleine ondernemingen en/of zelfstandigen al dan niet in bijberoep ervaren hierdoor een grote administratieve last. Grotere ondernemingen en zelfstandigen hebben hier doorgaans minder klachten over, omdat zij zich hierop beter kunnen organiseren. Dit blijkt ook uit een onderzoek van Ernst & Young uit 2012 over de micro-economische impact van lokale belastingen op bedrijfsactiviteiten.

Een administratieve vereenvoudiging voor ondernemingen en zelfstandigen met een kleine vestiging dringt zich daarom op.

Aangezien de belasting op vestigingen en op horeca gebaseerd is op de oppervlakte van de vestiging, wordt de vrijstelling aan deze grondslag gelinkt. Vestigingen met een oppervlakte van maximum 50 m² worden vrijgesteld van de belasting op vestigingen of de belasting op horeca. Deze vestigingen worden ook vrijgesteld van andere belastingen die gelinkt zijn aan deze vestiging: belasting op drijfkracht en vaste reclame. Op deze manier zullen onder andere vestigingen van kleine zelfstandigen, kleine ondernemingen en zelfstandigen in bijberoep niet meer belast worden voor deze belastingen. Daardoor valt zowel een administratieve als een financiële last weg voor deze ondernemingen en kleine zelfstandigen.
Ook voor de administratie van de stad betekent dit een vereenvoudiging waardoor het heffen van belastingen efficiënter en rendabeler wordt. 

Voor een toegelaten inname van de openbare weg, zoals een uitstalling of terras (al dan niet onderdeel van de horecabelasting) blijft de belastingplichtige steeds belastbaar, ongeacht de grootte van de inname of van de bijhorende vestiging. Het is immers billijk dat belastingplichtigen die een toelating krijgen om een deel van de openbare weg privatief in gebruik te nemen hiervoor een bijdrage leveren via een belasting. Hetzelfde geldt voor de niet zaakgebonden reclame.

Bijkomend werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal verduidelijkingen aan te brengen. Zo werd onder meer de aangifteplicht verduidelijkt, geüniformiseerd en aangepast aan de vernieuwde digitale mogelijkheden. 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

Beleidsdoelstellingen

Optimalisatie belastingreglementen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt het aangepaste belastingreglement op de vestigingen voor aanslagjaren 2017 tot en met 2019 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 2

Het college legt het aangepaste belastingreglement op de horeca voor aanslagjaren 2017 tot en met 2019 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 3

Het college legt het aangepaste belastingreglement op de drijfkracht, de hefkracht en de motoren voor aanslagjaren 2017 tot en met 2019 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 4

Het college legt het aangepaste belastingreglement op de inname van de openbare weg voor aanslagjaren 2017 tot en met 2019 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 5

Het college legt het aangepaste belastingreglement op de vaste en mobiele reclame, reclamestands en steigerdoekreclame voor aanslagjaren 2017 tot en met 2019 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 6

De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
 Belasting op de horeca 2.698.318,00 EUR

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 734991 
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1700-1900

n.v.t.
  

Belasting op de vestigingen

11.801.714,00 EUR

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 73400
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1700-1900

n.v.t.
Belasting op de drijfkracht, de hefkracht en de motoren 25.654.907,00 EUR

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 73402
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1700-1900

n.v.t.
Belasting op de vaste en mobiele reclame, reclamestands en steigerdoekreclame 2.379.448,00 EUR

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 73422
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1700-1900

n.v.t.
Belasting op de andere inname openbaar domein 55.000,00 EUR

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 73610
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1700-1900

n.v.t.