De jaarlijkse minderuitgave ingevolge de verminderde hoeveelheid steenpuin bedraagt 436.414,00 EUR (gerekend aan de oorspronkelijke eenheidsprijs van 22,00 EUR per ton).
De jaarlijkse meerkost ingevolge de verhoging van de eenheidsprijs bedraagt 43.649,81 EUR met ingang van 1 januari 2016. Deze meerkost wordt volledig gecompenseerd door de minderuitgave ingevolge de verminderde hoeveelheden.
Het eenmalige bedrag van 43.640,78 EUR voor de schadevergoeding wordt vastgelegd op het exploitatiebudget 2016. Er is voldoende krediet beschikbaar.
Artikel 43 § 2, 19° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het aangaan van dadingen valt binnen de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Vermits het voorstel een dading inhoudt, dient het voorstel door de gemeenteraad goedgekeurd te worden.
| Fase | Bestuursorgaan | Datum | Jaarnummer |
| goedkeuring gunning raamovereenkomst 2013_2062 |
college | 6 december 2013 | 12352 |
Het college keurde op 6 september 2013 (jaarnummer 8925) het bestek GAC/2013/2062 goed voor de hernieuwing van het raamcontract voor verwerking van steenpuin.
Op 6 december 2013 (jaarnummer 12352) wordt de opdracht toegewezen aan de THV Antwerp Recycling Company (ARC). Het contract loopt over een periode van 1 oktober 2014 tot 31 december 2018. Het contract vermeldt een vermoedelijke hoeveelheid van 28.800 ton steenpuin hoofdzakelijk afkomstig van de containerparken. In 2014 wordt een hoeveelheid van 32.730 ton verwerkt.
Op 28 maart 2014 (jaarnummer 3397) keurde het college de toepassing goed van de diftar-principes inzake grofvuil en steenpuin als betalende afvalfracties op containerparken. Ingevolge toepassing van de diftar-tarieven daalde het aanbod van steenpuin op de containerparken met circa 70% (in 2015 werd 8.963 ton verwerkt). Ook in 2016 bleef deze daling van de aanvoerhoeveelheden een trend (in de eerste zeven maanden van 2015 werd 5.338,08 ton aangevoerd vanuit de containerparken tegenover 5.324,16 ton in de eerste zeven maanden van 2016).
Deze onvoorziene terugval van het volume te verwerken bouw- en sloopafval heeft tot een schadeclaim van ARC geleid.
Chronologisch overzicht van het dossier
Op 5 februari 2015 schreef ARC de stad Antwerpen aan met de mededeling dat ze een terugval in de aanvoer van bouw- en sloopafval vaststelden ten belope van 70%.
Op 6 november 2015 vroeg ARC een onderhoud met de stadsdiensten om de terugval te bespreken (er was immers geen sprake van herstel in de hoeveelheden). Ze vroegen toen om een herziening van de opdracht in de vorm van een prijsherziening en/of schadevergoeding.
Op 18 juni 2015 vond een eerste overleg plaats met ARC. Hierbij werd aan ARC gesuggereerd om onder andere door een revisor een rapport te laten opstellen waaruit zou moeten blijken wat het daadwerkelijk verlies was.
Op 1 december 2015 werd het rapport van de revisor overgemaakt. Op basis hiervan verzocht ARC om een schadeclaim van 331.420,13 EUR.
Op 2 december 2015 vond een bespreking plaats aangaande het rapport en de schadeclaim.
Op 3 december 2015 werd aan ARC gemeld dat er op basis van het ingediende rapport geen akkoord was en er een nieuw voorstel verwacht werd.
Op 10 december 2015 kreeg de stad een schrijven van ARC waarin ze een nieuwe eenheidsprijs voorstelden, namelijk 32,57 EUR/ton (post 4) in de plaats van origineel 22,00 EUR/ton. Aangezien deze nieuwe eenheidsprijs ook retroactief voor de hoeveelheden van 2015 diende toegepast, resulteerde dit in een éénmalige schadevergoeding van 94.743,35 EUR.
Op 17 december 2015 werd door de stad opnieuw een brief terug gestuurd van niet-akkoord waarin bovendien werd voorgesteld verdere onderhandelingen te laten verlopen tussen advocaten.
Op 18 januari 2016 kreeg de stad een vertrouwelijk schrijven van de raadsman van ARC met als voorstel een eenheisprijs van 26,87 EUR per ton (post 4) en daarnaast nog een éénmalige schadevergoeding van 43.640,48 EUR. ARC ging tevens akkoord met het teruggaan naar de originele eenheidsprijs van 22,00 EUR per ton wanneer de jaarlijkse hoeveelheden de 14.440 ton bereikten maar dan enkel voor die tonnages boven die 14.440 ton (dus de tonnages daaronder zouden dan wel nog verrekend worden aan 26,87 EUR per ton).
Op 10 februari 2016 meldt onze raadsman het akkoord over het voorstel voor het nieuwe eenheidstarief maar een voorbehoud voor de gevorderde schadevergoeding.
Op 7 maart 2016 doet ARC een tegenvoorsel om de schadevergoeding om te zetten in een verlengde looptijd van het raamcontract.
Op 11 april 2016 laat de raadsman van de stad weten hiermee niet te kunnen instemmen en de voorgestelde schadevergoeding alsnog te aanvaarden.
Met brief van 2 mei 2016 bevestigt de raadsman van de stad het aanvaarden van de schadevergoeding.
Met brief van 28 juni 2016 bevestigde de raadsman van ARC te kunnen instemmen met het akkoord dat uit de bus was gekomen. In zijn brief somt de raadsman van ARC precies de voorwaarden en modaliteiten van dit akkoord op. Deze brief omvat een aanbod dat, indien de stad ermee instemt, een overeenkomst van dading doet ontstaan. De éénmalige compensatie van 43.640,78 EUR in plaats van 43.640,48 EUR wordt met dit schrijven vastgelegd. Zie ook hieronder in samenvatting.
Samenvatting
Hoewel de aan ARC bij aanvang opgegeven hoeveelheden indicatief waren, bestaat niettemin een ernstig risico dat ARC een schadevergoeding zou kunnen vorderen ingeval ze daartoe een gerechtelijke procedure aanhangig maakt.
Omwille van het grote verschil tussen de bij aanvang geraamde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor effectief een beroep op ARC wordt gedaan, is door de Gemeenschappelijke Aankoopcentrale en Stadsbeheer samen met ARC naar een aanvaardbare oplossing gezocht. Zo werden volgende voorwaarden en modaliteiten voorgesteld als dading:
Conform artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek wordt door een dading een geschil beëindigd of een toekomstig geschil voorkomen.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt het voorstel tot dading goed dat door de raadsman van ARC werd geformuleerd in zijn brief van 28 juni 2016. De dading houdt in dat de stad aan ARC een eenmalige compensatie van 43.640,78 EUR betaalt en voor de dienstverlening vanaf 1 januari 2016 voor post 4 van de meetstaat een nieuwe eenheidsprijs mag worden aangerekend van 26,87 EUR per ton.
De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Schadevergoeding raamovereenkomst GAC/2013/2062 ARC |
43.640,78 EUR | budgetplaats:5328520000 budgetpositie:657 functiegebied:1SWN030206A00000 subsidie:SUB_NR fonds:intern begrotingsprogramma:1SA010300 budgetperiode:1600 |
4005184889 |