In het regeerakkoord van de Vlaamse regering 2014- 2019 van 23 juni 2014 is onder het hoofdstuk 1 met betrekking tot binnenlands bestuur en stedenbeleid het volgende bepaald.
"We geven de steden en gemeenten meer autonomie met betrekking tot hun interne organisatie. Op het vlak van het personeelsbeleid geven we de gemeenten en in het bijzonder de grootste steden meer vrijheidsgraden om hun plaatselijke rechtspositieregeling vorm te geven. We erkennen de rol van de gemeenten in het syndicaal overleg. We waken erover dat dienstverlening van de lokale besturen aan de burgers neutraal is en als neutraal ervaren wordt.”
Op 3 juni 2016 keurde het Vlaamse parlement de wijzigingen aan het Gemeentedecreet goed, waarmee bovenstaande doelstelling werd uitgevoerd. De stad en het OCMW Antwerpen krijgen de mogelijkheid om zelf vorm te geven aan de rechtspositieregeling.
Regeerakkoord van de Vlaamse regering 2014- 2019 van 23 juni 2014.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd op 3 juni 2016. De wijzigingen traden in werking op 8 juli 2016. Sindsdien verbiedt artikel 43 niet langer de mogelijkheid om de vaststelling van de rechtspositieregeling te delegeren aan het college.
In het huidige besluit van de Vlaamse regering waarin de rechtpositieregeling van de lokale ambtenaren wordt geregeld (7 december 2007), zijn veel bevoegdheden inzake personeelsbeleid aan de gemeenteraad toebedeeld. De gemeenteraad moet voor het bepalen van de beleidsdoelstellingen en de budgettering inzake personeel als hoogste democratisch orgaan betrokken worden. Alle operationele beslissingen hoeven echter niet op dit niveau te worden genomen.
Sinds 1 maart 2007 besliste het college op basis van de mogelijkheid die artikel 58 van het Gemeentedecreet bood, en nog steeds biedt, om de aanstellings-, tucht- en ontslagbevoegdheid van het college naar de stadssecretaris te delegeren.
Het is logisch voor steden of gemeenten die deze bevoegdheden hebben gedelegeerd aan de secretaris, dat het onmiddellijk hogere beslissingsniveau, zijnde het college van burgemeester en schepenen, de rechtspositieregeling zou vaststellen. Het onderliggende beslissingsniveau, met name de stadssecretaris, voert zijn gedelegeerde bevoegdheid uit binnen het door het college van burgemeester en schepenen vastgelegde kader.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, CD&V en Open VLD.
Stemden nee: sp.a, Vlaams Belang, PVDA+ en Groen.
De gemeenteraad keurt de delegatie van de bevoegdheid tot vaststelling van de rechtspositieregeling van het personeel aan het college van burgemeester en schepen, met ingang van 1 oktober 2016 goed.