De ‘vermarkting’ van het sociaal beleid in Antwerpen stond dit voorjaar op de agenda. Er werd beslist om voor de uitvoering van het sociale beleid een zogeheten tender uit te schrijven.
Het middenveld reageerde met grote bekommernis. Er waren acties van het Sociaal Werk Actie Netwerk’ en het inloopcentrum De Vaart hield een petitie. Een terechte bezorgdheid, voorbeelden uit het buitenland tonen aan dat het personeel in zo’n omgeving er steeds bekaaid van af komt. Niet enkel de medewerkers waren ongerust, ook de daklozen die worden opgevangen toonden hun bezorgdheid.
Ook wij stelden en stellen ons nog steeds vragen bij dit beleid. Wanneer het gaat over zorg moeten de mensen die geholpen worden centraal staan en gaat het niet enkel over ‘efficiëntiewinsten’ en ‘kostenbesparingen’. Men dreigt hier ten koste van de meest zwakke bewoners van deze stad een puur ideologisch conflict uit te vechten.
We zijn een paar maanden verder en de ‘vermarkting’ is een feit.
Een van de eerste concrete projecten van de tender is De Vaart op de Italiëlei. Uit het juryrapport blijkt dat het consortium G4S Care en de hotelgroep Corsendonk als beste naar voren komt. G4S is vooral bekend voor beveiligings- en bewakingsopdrachten wereldwijd, G4Scare is onderdeel van deze multinational. Het resultaat van dit alles is de afbouw van het geprofessionaliseerde middenveld. De Vaart wordt al 18 jaar gerund door een ervaren team van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). Die komen op straat te staan. Veel expertise en ervaring gaat verlopen ten kost van efficiëntie. Op lange termijn is dit niet kostenbesparend, integendeel.
Ondertussen lopen er nog enkele andere tenders. De buurthuizen van Samenlevingsopbouw staan ook in de markt.
Voor sp.a gaat het er in de eerste plaats om dat mensen met sociale problemen goed worden begeleid en opgevangen, en door sterker te worden uitzicht krijgen op een beter leven. Dat is een belangrijke en blijvende opdracht voor elk stadsbestuur. Dat het bestuur daarbij zoekt naar nieuwe kwalitatieve partners, kan verfrissend zijn. Alleen is het maar de vraag of dat de bedoeling is van deze oefening.
Als het sociaal beleid alleen repressief is en niet verzorgend en emanciperend, wordt de korte termijnwinst nadien dubbel betaald.
Graag had ik van de schepen antwoord gekregen op volgende vragen:
- Welke diensten wil men in de toekomst nog aan ‘tendering’ onderwerpen?
- Is er op voorhand overleg geweest met de verschillende partners in het sociale beleid in Antwerpen? Waren zij op de hoogte van uw plannen?
- Hoe zal de opvolging van de door de tenders gekozen bedrijven gebeuren?
- Wat zijn de criteria waarop de selectie zal gebeuren? Hoe belangrijk is de prijs? Hoe belangrijk zijn de expertise, terreinkennis, ervaring en kwaliteit?
- Hoe gaat de schepen de continuïteit van de zorg garanderen als er om de drie jaar een nieuwe tender wordt uitgeschreven?
- Wordt in de tenders een clausule opgenomen dat de medewerkers van de winnende bedrijven moeten tewerkgesteld worden aan de huidige loon- en arbeidsvoorwaarden die momenteel gelden in de sector?
- Worden in de tenders kwalificatie-, functie- of diplomavereisten opgenomen voor het personeel ?
Deze interpellatie wordt samen besproken met:
Raadsleden Mertens, De Coninck en Kastit houden hun interpellaties.
Schepen Duchateau geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Mertens, De Coninck en Kastit houden nog een wederwoord.
Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.