Terug

2016_CBS_09074 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Marc Van Der Poel - Van Look bvba, Antwerpsebaan 402, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/313/VS - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/10/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_09074 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Marc Van Der Poel - Van Look bvba, Antwerpsebaan 402, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/313/VS - Goedkeuring 2016_CBS_09074 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Marc Van Der Poel - Van Look bvba, Antwerpsebaan 402, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/313/VS - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Marc Van Der Poel - Van Look - Antwerpsebaan 402 - 2040 Zandvliet-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een akkerbouwbedrijf.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Marc Van Der Poel - Van Look bvba, Antwerpsebaan 402, 2040 Zandvliet-Antwerpen, om op hetzelfde adres een akkerbouwbedrijf te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de exploitant volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:


bijzondere voorwaarden

  • binnen de drie maanden na het besluit worden keuringsattesten van houders van mazout overgemaakt aan het college (p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen);
  • de KWS-afscheider voor het behandelen van het bedrijfsafvalwater afkomstig van de wasplaats dient uitgerust te zijn met een automatische afsluiter en een coalescentiefilter.
 
brandweervoorwaarden
 

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • S1                   

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;

  • S23

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;

  • H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;

  • H3                  

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

 

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 21 oktober 2016 en eindigt op 21 oktober 2036.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.