Terug

2016_CBS_09218 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/10/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_09218 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring 2016_CBS_09218 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Op 26 september 2016 (jaarnummer 598) delegeerde de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststellen van de rechtspositieregeling aan het college.

Aanleiding en context

Op 7 oktober 2016 (jaarnummer 8714 en 8776) keurde het college enkele wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed.

Argumentatie

Met het collegebesluit van 7 oktober 2016 (jaarnummer 8776) werd een nieuwe titel 6.6 'Specifieke bepalingen voor topfuncties' goedgekeurd. om op te nemen in de rechtspositieregeling. Om naar één besluit te kunnen verwijzen die alle wijzigingen omvat, worden deze wijzigingen nogmaals mee in bijlage opgenomen.

Vervolgens worden twee wijzigingen voorgesteld:

  • Eén van de doorgevoerde wijzigingen in het besluit met jaarnummer 8714 was het invoeren van de nieuwe toelage 4B in artikel 15bis van titel 6.2 van de rechtspositieregeling. Voor deze wijziging werd om wille van een materiële vergissing geen afwijkende ingangsdatum bepaald. Omdat deze wijziging slechts op 1 maart 2017 in werking mag treden, dient dit aangepast te worden in de inwerkingtredingsbepalingen. 
  • Vervolgens wordt in Deel 1 deontologie met een nieuwe titel en bepaling gespecificeerd dat een medewerker voor zijn recht op bijstand en verdediging geen beroep kan doen op een andere medewerker. Enkel een vertegenwoordiger van zijn vakbond of op een advocaat komen hiervoor in aanmerking. Het bestuur wil hiermee bewaken dat de kwaliteit van de verdediging van onze medewerkers steeds hoog blijft. De ervaring leert dat het beroep doen op een verdediger met enige ervaring, de medewerker ten goede komt. Beide besturen streven naar een faire afhandeling van elk dossier van haar medewerkers.
    De gedragscode schrijft bovendien voor dat personeelsleden ten allen tijde hun neutraliteit moeten bewaren en zelfs de schijn van partijdigheid moeten bewaken. Optreden als verdediger in een tuchtprocedure ten behoeve van een ander personeelslid, kan een inbreuk hierop zijn. Bovendien heeft de medewerker-verdediger eveneens een juridische relatie met de werkgever tegen wie hij procedeert. Hij staat onder het gezag, leiding en toezicht van diezelfde werkgever.
    Aangezien tucht-, evaluatie- en andere procedures een belangrijke invloed kunnen hebben op de verdere carrière en professionele leven van elke medewerker, is het nodig dat deze medewerker, wanneer hij de bijstand van een raadsman vraagt zoals voorzien bijvoorbeeld in artikel 126 van het Gemeentedecreet of in artikel 5 62, 4° BVR Tucht, deze raadsman de nodige en juiste kennis van het tucht- en ambtenarenrecht heeft, een bij uitstek complexe juridische en formalistische materie. Indien niet, kan hij de medewerker niet op een correcte en adequate manier helpen en kan dit de rechten van verdediging ernstig in gevaar brengen.
    Het is dan ook nodig er voor te zorgen dat enkel deze raadslieden die de nodige kwalificaties hebben in deze hoog gespecialiseerde materies, de medewerkers kunnen en mogen bijstaan.  Derhalve is het nodig dat de raadsman enkel een advocaat kan zijn of iemand van de representatieve vakorganisaties die daartoe door de vakorganisaties worden aangeduid.
    Het voorkomt ook dat de verdediging onvoldoende juridisch geschoold is en eventueel argumenten ter verdediging over het hoofd ziet, hetzij de argumentatie baseert op “drift of onbedrevenheid” zodat de zaak niet met de vereiste betamelijkheid of met de nodige duidelijkheid kan verdedigen.
    Deze regeling is trouwens vergelijkbaar met wat voorzien wordt in artikel 728 van het Gerechtelijk Wetboek (pleitmonopolie van de advocaat waarbij slechts enkele uitzonderingen op worden toegestaan) en artikel 758 van het Gerechtelijk Wetboek (recht om in de (eigen) verdediging te voorzien behoudens wanneer deze gebaseerd is op “drift of onbedrevenheid”.
    De wijziging houdt zich evenwel aan de voorwaarden opgelegd in het Gemeentedecreet en in het BVR Tucht aangezien het de keuzevrijheid van de medewerker onverlet laat.

Juridische grond

Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd op 3 juni 2016.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de wijziging aan de rechtspositieregeling goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • bijlage_CBS_21okt_gecoordineerd.pdf