Terug

2016_CBS_11364 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cargotec Belgium nv, Heizegemweg 7, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/392/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/12/2016 - 09:00 digitaal - enkel stedenbouwkundige vergunningen
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_11364 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cargotec Belgium nv, Heizegemweg 7, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/392/AVG - Goedkeuring 2016_CBS_11364 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cargotec Belgium nv, Heizegemweg 7, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2016/392/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Cargotec Belgium nv - Heizegemweg 7 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat: een wijziging en uitbreiding van een metaalbewerkingsbedrijf.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Cargotec Belgium nv, Heizegemweg 7, 2030 Antwerpen, om op de percelen op hetzelfde adres een metaalbewerkingsbedrijf te wijzigen en uit te breiden.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.

Artikel 3

Het college wijst erop dat bijzondere milieuvoorwaarden opgelegd in besluit AN2007/293 onverminderd blijven gelden.

Artikel 4

Het college beslist dat de exploitant bijkomend de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Snelblustoestellen

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

In de spuitkabine moet minimaal 1 mobiel snelblustoestel van minstens tien bluseenheden conform NBN EN 3-7 en NBN EN 1866 - bij voorkeur 50 kg poeder type ABC - geplaatst worden.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - 1/2 bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels + muurhydrant

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydranten

Minstens 2 bovengrondse hydranten BH 100, conform de norm NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling. door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. hetzij in eigen beheer gevoed.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.

De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH 100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van het gebouw.

Snelblustoestellen

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte).

Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 -dient aangebracht nabij de toegangen tot de hoogspanningscabine.

Artikel 5

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 december 2016 en eindigt op 28 september 2027, de einddatum van de lopende vergunning.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.