Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet dat de stad een erkenning kan krijgen als onroerenderfgoedgemeente op voorwaarde dat zij een beleid rond onroerenderfgoed uitbouwt, aanvullend aan dat van de Vlaamse overheid. Als gevolg van deze erkenning neemt de stad een aantal bevoegdheden van het agentschap Onroerend Erfgoed over.
De stad Antwerpen is in haar bestuursakkoord duidelijk over de ambitie die ze heeft om het onroerend erfgoed duurzaam te behouden, te beheren en wanneer nodig te restaureren. In de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling' werd het principe om de stad te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente ingeschreven.
Om erkend te worden als onroerenderfgoedgemeente moet de stad Antwerpen in haar strategische meerjarenplanning een aantal Vlaamse beleidsprioriteiten concretiseren in acties. Concreet dient de stad aan volgende voorwaarden te voldoen om voor een erkenning in aanmerking te komen:
Het actueel onroerenderfgoedbeleid van de stad Antwerpen streeft nu reeds in belangrijke mate de doelstelling na die door Vlaanderen beoogd wordt met een erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Van de formele voorwaarden om erkend te worden ontbreekt op dit moment enkel de aanstelling van een adviesraad zoals hierboven omschreven.
Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet geen financiële of personele tegemoetkomingen voor de erkende onroerenderfgoedgemeenten.
Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet de overdracht van volgende bevoegdheden in geval van erkenning als onroerenderfgoedgemeente:
Van de over te dragen bevoegdheden worden er enkele de facto al door de stad opgenomen (bijvoorbeeld adviesverlening bij sloopaanvragen van items die zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris) en zijn er verschillende die eerder een administratief karakter hebben (zoals het ontvangen van meldingen van de aanvraag van een archeologische opgraving). De erkenning als onroerenderfgoedgemeente omvat in de eerste plaats een erkenning van een ambitie en een engagement, eerder dan een overdracht van bevoegdheden met een grote impact op het onroerenderfgoedbeleid.
Om aan de bijkomende taken en voorwaarden voor erkenning tegemoet te komen is extra personeelsinzet noodzakelijk. Deze wordt door stadsontwikkeling/onroerend erfgoed geraamd op 2,5 VTE, te weten een halftijdse consulent archeologie, niveau A1, een consulent monumentenzorg, niveau A1, en een administratief medewerker, niveau C1.
Alvorens de erkenning als onroerenderfgoedgemeente te vragen stelt de dient Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed voor om via een collegiale brief aan de minister, bevoegd voor onroerend erfgoed, te vragen om enerzijds een groter en relevanter aantal taken over te dragen en anderzijds te voorzien in een financiële tegemoetkoming of het benodigde personeel ter beschikking te stellen. Zonder enige tegemoetkoming zou het vanuit het perspectief van de stad niet verstandig zijn om voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente te gaan. Het resultaat zou immers minder in plaats van meer onroerenderfgoedzorg in Antwerpen zijn.
Het college keurt de collegiale brief over de erkenning als onroerenderfgoedgemeente aan de heer G. Bourgeois, minister-president van de Vlaamse regering, goed.