Terug

2016_CBS_05431 - Onroerenderfgoedgemeente - Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 17/06/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_05431 - Onroerenderfgoedgemeente - Collegiale brief - Goedkeuring 2016_CBS_05431 - Onroerenderfgoedgemeente - Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet dat de stad een erkenning kan krijgen als onroerenderfgoedgemeente op voorwaarde dat zij een beleid rond onroerenderfgoed uitbouwt, aanvullend aan dat van de Vlaamse overheid. Als gevolg van deze erkenning neemt de stad een aantal bevoegdheden van het agentschap Onroerend Erfgoed over.

Argumentatie

De stad Antwerpen is in haar bestuursakkoord duidelijk over de ambitie die ze heeft om het onroerend erfgoed duurzaam te behouden, te beheren en wanneer nodig te restaureren. In de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling' werd het principe om de stad te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente ingeschreven.

Voorwaarden voor erkenning

Om erkend te worden als onroerenderfgoedgemeente moet de stad Antwerpen in haar strategische meerjarenplanning een aantal Vlaamse beleidsprioriteiten concretiseren in acties. Concreet dient de stad aan volgende voorwaarden te voldoen om voor een erkenning in aanmerking te komen:

  • beschikken over een geïntegreerde en integrale beleidsvisie over het onroerend erfgoed in de eigen gemeente. Met integraal bedoelt men een overkoepelende visie waarin zowel archeologie, monumentenzorg en landschapszorg vervat zijn. Met geïntegreerd wordt een beleid bedoeld dat afgestemd is met andere beleidsvelden;
  • de vrijwilligerswerking ondersteunen en een lokaal draagvlak creëren;
  • een voorbeeldfunctieopnemen in het beheer van onroerend erfgoed en goed beheer stimuleren;
  • een consultatienetwerkuitbouwen en een adviesraad met lokale belanghebbenden betrekken bij het onroerenderfgoedbeleid;
  • toelatingen, adviezen en meldingen bijhouden in een digitaal register;
  • een strategische meerjarenplanning bij de Vlaamse overheid indienen.

Het actueel onroerenderfgoedbeleid van de stad Antwerpen streeft nu reeds in belangrijke mate de doelstelling na die door Vlaanderen beoogd wordt met een erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Van de formele voorwaarden om erkend te worden ontbreekt op dit moment enkel de aanstelling van een adviesraad zoals hierboven omschreven.

Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet geen financiële of personele tegemoetkomingen voor de erkende onroerenderfgoedgemeenten.

Over te dragen bevoegdheden

Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet de overdracht van volgende bevoegdheden in geval van erkenning als onroerenderfgoedgemeente:

  • advies geven bij sloopaanvragen van items die zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris;
  • advies geven bij aanvragen voor het kappen of verwijderen van houtig erfgoed, opgenomen in de vastgestelde inventaris;
  • bekrachtigen van archeologienota’s;
  • behandelen van meldingen van archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. Indien voor het opmaken van een archeologienota een vooronderzoek met ingreep in de bodem nodig is dan moet de erkende archeoloog dit vooraf melden aan de erkende onroerenderfgoedgemeente. Deze kan de melding weigeren of er voorwaarden aan verbinden;
  • ontvangen van meldingen van de aanvang van een archeologische opgraving. Als een archeologienota bepaalt dat er een archeologische opgraving uitgevoerd moet worden, dan meldt de erkende archeoloog de start van dat onderzoek aan het agentschap en aan de erkende onroerenderfgoedgemeente;
  • verlenen van toelatingenvoor handelingen aan of in beschermde goederen, voor werken waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is.

Van de over te dragen bevoegdheden worden er enkele de facto al door de stad opgenomen (bijvoorbeeld adviesverlening bij sloopaanvragen van items die zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris) en zijn er verschillende die eerder een administratief karakter hebben (zoals het ontvangen van meldingen van de aanvraag van een archeologische opgraving). De erkenning als onroerenderfgoedgemeente omvat in de eerste plaats een erkenning van een ambitie en een engagement, eerder dan een overdracht van bevoegdheden met een grote impact op het onroerenderfgoedbeleid.

Om aan de bijkomende taken en voorwaarden voor erkenning tegemoet te komen is extra personeelsinzet noodzakelijk. Deze wordt door stadsontwikkeling/onroerend erfgoed geraamd op 2,5 VTE, te weten een halftijdse consulent archeologie, niveau A1, een consulent monumentenzorg, niveau A1, en een administratief medewerker, niveau C1.

Alvorens de erkenning als onroerenderfgoedgemeente te vragen stelt de dient Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed voor om via een collegiale brief aan de minister, bevoegd voor onroerend erfgoed, te vragen om enerzijds een groter en relevanter aantal taken over te dragen en anderzijds te voorzien in een financiële tegemoetkoming of het benodigde personeel ter beschikking te stellen. Zonder enige tegemoetkoming zou het vanuit het perspectief van de stad niet verstandig zijn om voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente te gaan. Het resultaat zou immers minder in plaats van meer onroerenderfgoedzorg in Antwerpen zijn.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de collegiale brief over de erkenning als onroerenderfgoedgemeente aan de heer G. Bourgeois, minister-president van de Vlaamse regering, goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen