De stad Antwerpen wil zich verder profileren als fietsstad. Binnen het nieuwe fietsbeleidsplan 2015-2019, het fietsactieplan 2015 (goedgekeurd door het college op 13 februari 2015, jaarnummer 1027) en het fietsactieplan 2016 (goedgekeurd door het college op 5 februari 2016, jaarnummer 1035) is het uitbouwen van een sterk fietsroutenetwerk de basis van een goed fietsbeleid. Bij het vervolledigen van de fietsinfrastructuur is het noodzakelijk om de juiste maatregel op de juiste plaats in te zetten.
De fietsstraat is een nieuwe maatregel voor fietsers die sinds 10 januari 2012 wettelijk toepasbaar is. In de stad Antwerpen is dit concept een oplossing om bepaalde straten en wegen fietsvriendelijk in te richten. Omdat het over een vrij nieuw concept gaat, is er in kaart gebracht wat een fietsstraat in de stad Antwerpen kan betekenen en hoe we deze maatregel kunnen toepassen binnen het fietsroutenetwerk van de stad Antwerpen.
Het begrip fietsstraat is sinds 2012 juridisch geregeld in België, maar het laat de steden en gemeenten nog voldoende beleidsruimte om het concept toe te passen. Dankzij deze beslissing is er een extra maatregel om fietsroutes veilig en leesbaar in te richten. De stad Antwerpen is met dit concept aan de slag gegaan om het te vertalen in het fietsroutenetwerk en heeft hiervoor een kader gecreëerd met de beleidsnota 'Fietsstraten Antwerpen'.
Fietsstraten als instrument binnen het fietsnetwerk
Om Antwerpen bereikbaar te houden, wil de stad meer mensen verleiden vaker de fiets te gebruiken. Binnen het kader van ‘Slim naar Antwerpen’, heeft de stad Antwerpen, samen met haar partners, de uitgesproken ambitie om de komende jaren 10.000 wagens uit de spits te halen. Hiervoor is er absoluut nood aan een integraal veilige, continue, leesbare en comfortabele fietsinfrastructuur. In de eerste plaats wil het stadsbestuur inzetten op bovenlokale fietsverbindingen en de feeders hier naartoe. De fietsstraat is een belangrijk instrument om de ambities van het mobiliteits- en fietsbeleidsplan te realiseren maar wel steeds binnen een netwerkgerichte benadering. Dat wil zeggen dat de stad Antwerpen de klemtoon wil leggen op het realiseren en afwerken van hoogkwalitatieve fietsverbindingen, waarbij de kwaliteit van de route ‘in haar geheel’ centraal staat. De ketting is immers maar zo sterk als haar zwakste schakel. De fietsstraat vormt een belangrijk onderdeel van deze strategie. Op bepaalde locaties biedt ze immers de ideale oplossing om continue en veilige fietsroutes tot in het hart van de stad te realiseren. In het dichtbebouwde stedelijke weefsel is het immers vaak niet mogelijk, en wenselijk, om op alle bovenlokale routes fietspaden of een aparte fietsinfrastructuur te voorzien. In deze gevallen kan de fietsstraat de last mile naar het stadshart invullen.
Het stadsbestuur wil in samenwerking met de districten Antwerpen, Borgerhout en Deurne versneld vorm geven aan drie belangrijke bovenlokale fietsverbindingen, namelijk Antwerpen Noord, Borgerhout intra muros en de Districtenroute. Deze routes maken deel uit van het ‘bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk’ dat in overleg met verschillende partners, waaronder de provincie Antwerpen en de Vlaamse overheid, uitgetekend en vastgelegd werd.
Uitgangspunt voor een verdere uitrol
Snel, vlot en op een aangename manier op de bestemming geraken, is wat de fiets zo populair maakt. In Antwerpen moet de fiets het stedelijke vervoersmiddel bij uitstek zijn. Om bewoners en bezoekers te verleiden meer te fietsen, wil de stad Antwerpen haar netwerk verder onder de loep nemen en optimaliseren op basis van een aantal elementen zoals veiligheid, directheid, samenhang, comfort en aantrekkelijkheid. Het netwerk bestaat uit een hoofdfietsnet met bovenlokale routes voor snelle en directe verbindingen naar de stad en een stadsfietsnet met lokale routes voor flexibele, kortere verplaatsingen in de stad.
Het grofmazige hoofdfietsnet vormt de ruggengraat van het fietsnetwerk. Het verwerkt bovenlokaal fietsverkeer op drie niveaus: hoofdroutes, kernroutes en schakelroutes, elk met hun eigen kenmerken en wenselijke inrichtingsvormen. Waar hoofdroutes zorgen voor het ontvlechten van ander verkeer aan de hand van een eigen fietsinfrastructuur (fietswegen en vrijliggende fietspaden), zullen schakelroutes de capaciteit op het netwerk verhogen omdat ze de fietsinfrastructuur als het ware ‘verdubbelen’ op bepaalde plaatsen op de kernroutes.
Nieuw in het netwerk van de stad is een extra categorie, namelijk de schakelroutes. Deze routes zorgen voor meer capaciteit op het netwerk zonder dat er altijd nieuwe fietspaden moeten bijkomen. Ze zorgen voor een bijkomend alternatief als antwoord op het toenemend fietsverkeer.
Het stadsfietsnet is een logische verfijning van het hoofdfietsnet. Het stadsfietsnet bestaat enerzijds uit fietsroutes op niveau van de wijk, en anderzijds uit alle ‘lagere’ routes op niveau van de buurt. In praktijk bestaat het laatste niveau eigenlijk uit ‘alle straten’ zodat een diffuus netwerk ontstaat op buurtniveau. De fietskwaliteit zal hier de komende jaren toenemen door de keuze om alle woonbuurten in een zone 30 regime te brengen, zoals vastgelegd in het nieuwe mobiliteitsplan.
Binnen haar netwerk zal de stad Antwerpen weloverwogen keuzes maken bij de toepassing van verschillende instrumenten (fietswegen, fietspaden, fietscomfortstroken, fietsstraten en gemengd verkeer) bij de implementatie van haar netwerk. Elk inrichtingsprincipe geeft de fietser (en ook het andere verkeer) een bepaald wegbeeld. De ene inrichting zal meer ontsluitend aanvoelen, waar de andere eerder het accent zal leggen op het verbindende aspect. Een vrijliggend fietspad, doorlopend aan zijstraten, legt de nadruk op het verbindende aspect. Zowel verkeer op deze routes als verkeer komende uit de zijstraten, zal dit ‘ervaren’. In het dense stedelijk weefsel komen, is de fietsstraat een middel om missing links op route weg te werken en parallel aan hoofdassen voor autoverkeer een verdubbeling van de fietscapaciteit te realiseren. De fietsstraat geeft op een prominente manier aan dat de fiets maatgevend is. Ze rolt bijna letterlijk de rode loper uit voor de fiets.
De lokale politie stelde in haar advies (25 april 2016) op de beleidsnota fietsstraten Antwerpen om fietsstraten enkel te realiseren op locaties waar er geen overwegende verkeersfunctie aanwezig is, waar een lage wegencategorisering is (lager als buurtstraat), waar geen openbaar vervoer of frequent vrachtvervoer aanwezig is, en waar (verwachte) fietsintensiteiten hoger liggen dan dat van het autoverkeer. De dienst Stadsontwikkeling/Mobiliteit zal bij de keuze voor het inrichten van een fietsstraat uitgaan van de afwegingstabel die ook is opgenomen in het goedgekeurde fietsbeleidsplan stad Antwerpen. Deze afwegingstabel is eveneens gebaseerd op de criteria die de verkeerspolitie in haar advies aanhaalt.
Een belangrijke pijler in het fietsactieplan is het realiseren van een echte fietscultuur in Antwerpen. De realisatie van een leesbare fietsinfrastructuur is hiervoor een belangrijke basisvereiste. Daarnaast moeten we ook (potentiële) gebruikers van de fietsinfrastructuur betrekken bij de uitwerking ervan op maat van de straat. De eerste fietsstraat kwam er in nauwe samenwerking met de direct omliggende gebruikers. Uit de evaluatie bleek dat dit een goede formule was. Deze aanpak wil de stad Antwerpen daarom verder hanteren bij een verdere uitrol op andere plekken.
Evaluatie fietsstraat Grotehondstraat
Om te evalueren, werden een aantal zaken onderzocht (gebruik/gedrag, intensiteiten, inrichting en ongevallencijfer). De volgende belangrijkste conclusies nemen we mee om tot generieke oplossingen te komen:
Generieke inrichtingsprincipes fietsstraten
Op basis van de uitgevoerde evaluatie bij de eerste fietsstraat in de Grotehondstraat, wil de stad Antwerpen de generieke inrichtingsprincipes voor fietsstraten verfijnen en optmaliseren. Ze zullen een bijdrage leveren aan een verhoogde verkeersveiligheid, leesbaarheid, het comfort en het gebruiksgemak van de fietsers. Door deze oplossingen in de toekomst overal toe te passen, wil de stad Antwerpen fietsstraten uniform inrichten. Dit komt de herkenbaarheid ten goede zodat de verschillende weggebruikers weten wat van hen verwacht wordt.
Inrichting
In alle andere gevallen laten we de rode loper niet over het kruispunt doorlopen omwille van verkeersveiligheid en vanuit het statuut van de voorrangsregeling. Dit overeenkomstig de principes betreffende wegenhiërarchie en de realisatie van grotere aaneengesloten zone 30-gebieden zoals vastgelegd in het mobiliteitsplan:
Uitvoering
Opmerking: de voorkeur gaat uit naar het gelijktijdig vernieuwen van de goten naar de plaats tussen rijbaan en parkeerstrook, maar dit kan niet opgelegd worden. Op deze wijze zal de scheiding tussen de felrode asfalt en de goot/parkeerstrook duidelijk zijn, en vermijden we een moeilijk te onderhouden naad zoals naar voor gekomen in het proefproject in de Grotehondstraat.
Voorrangsregeling
Signalisatie
Verkeersbord:
Pictogram:
Leesbaarheid route
De stad Antwerpen ontwikkelde een nieuwe 'fietsgeleiding' om de route te markeren en leesbaarder te maken. Deze geleiding, in de vorm van een bol, heeft een duidelijk fietssymbool en een richtingswijzer.
Type kruispunten
In de beleidsnota "Fietsstraten Antwerpen" zijn de type kruispunten uitgetekend en volgende principes zijn van toepassing:
Fietsstraatprojecten
Het stadsbestuur wil op zeer korte termijn een aantal routes verstevigen en hiervoor ook fietsstraten mee inzetten. De fietsroutes met de grootste impact zijn volgende fietsverbindingen:
Maar de fietsstraat zal ook ingezet worden om andere missing links op het netwerk weg te werken. Zo worden er nog meerdere mogelijke fietsstraatprojecten onder de loep genomen en verder opgemaakt zoals de Speelpleinstraat (Merksem) en Cdt. Van Laethemstraat (Hoboken).
De dienst Stadsontwikkeling/Mobiliteit stelt voor om de beleidsnota 'Fietsstraten Antwerpen' goed te keuren en de generieke inrichtingsprincipes toe te passen bij de uitwerking van de fietsstraatprojecten.
Op 10 januari 2012 is het begrip fietsstraat verankerd in de wegcode:
2.61. « fietsstraat » :een straat die is ingericht als fietsroute, waar specifieke gedragsregels gelden ten aanzien van fietsers, maar waarop tevens motorvoertuigen zijn toegestaan. Een fietsstraat wordt gesignaleerd met een verkeersbord dat het begin en een verkeersbord dat het einde aanduid.
Art. 22novies. In fietsstraten mogen de fietsers de ganse breedte van de rijbaan gebruiken voor zover deze slechts opengesteld is in hun rijrichting en de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen. Motorvoertuigen hebben toegang tot fietsstraten. Zij mogen de fietsers evenwel niet inhalen. De snelheid mag in een fietsstraat nooit hoger liggen dan 30 kilometer per uur.
Het college keurt de beleidsnota "Fietsstraten Antwerpen" goed en zal de generieke inrichtingsprincipes vanaf nu toepassen bij de aanleg van fietsstraten in de stad Antwerpen.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/MOB en SW/O&U | De generieke inrichtingsprincipes uit de beleidsnota "Fietsstraten Antwerpen" opnemen in het draaiboek openbaar domein en doorvertalen naar de fietsstratenprojecten. |