Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager: Indaver nv - Burcht Singelberg - Ketenislaan 1 blok D - haven 1548 - 9130 Kallo. De aanvraag omvat de tijdelijke exploitatie voor de opslag van RMA in afwachting van verbranding.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 1, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Indaver nv, Burcht Singelberg, Ketenislaan 1 Blok D - haven 1548, 9130 Kallo, om op de locatie gelegen te 2030 Antwerpen, Luithagen - haven 17, RMA tijdelijk op te slaan in afwachting van verbranding.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
| Algemene milieuvoorwaarden | hoofdstuk 4; |
| Afvalstoffen | hoofdstuk 5.2, subafdeling 5.2.2.5; |
| Elektriciteitsproductie | hoofdstuk 12; |
| Behandelen van gassen | hoofdstuk 5.16, afdelingen 5.16.1 en 5.16.3; |
| Machines met inwendige verbranding | hoofdstuk 5.43, afdelingen 5.43.1 en 4.43.2. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
de exploitatievoorwaarden gehecht aan het besluit van 16 maart 2016 van de gouverneur blijven van kracht:
- Indaver legt vooraf een werkplan ter goedkeuring voor aan het Departement Leefmilieu, natuur en energie, afdeling Milieu-inspectie, buitendienst Antwerpen;
- Indaver voldoet aan de minimale voorwaarden voor tijdelijke nood stockage zoals opgelegd in het advies van de hulpverleningszone Antwerpen;
- de opslagplaats is niet toegankelijk voor onbevoegden. Indaver voorziet daarenboven in bewaking van de site;
- Indaver voorziet 24/7 in een aanspreekpunt voor de hulpdiensten;
- Indaver voorziet in de nodige veiligheidsprocedures en te nemen maatregelen bij eventuele ongevallen om het risico op besmetting bij het scheuren of breken van verpakkingen op te vangen;
- Indaver neemt de nodige maatregelen voor de bestrijding van ongedierte om te voorkomen dat de opgeslagen recipiënten hierdoor beschadigd kunnen worden;
- activiteiten binnen de gevorderde opslaghal worden enkel uitgevoerd door het personeel van Indaver dat specifiek is opgeleid voor het omgaan met risicohoudend medisch afval;
- Indaver voorziet in een degelijke opslag van het risicohoudend medisch afval zodat de individuele verpakkingen ten alle tijden intact blijven;
- Indaver voorziet in een temperatuurbewaking van de opslagruimte. De temperatuur wordt door Indaver permanent gemonitord en Indaver voorziet in een rapportage aan de instantie die instaat voor de controle op de naleving van dit besluit. Desgevallend moeten de nodige maatregelen genomen worden om de opslagruimte voldoende koel te houden en besmettingsgevaar door oplopende temperaturen te voorkomen;
- Indaver werkt volgens het principe first-in, first out zodat het oudste afval als eerste naar de verwerkingsinstallatie wordt afgevoerd en zodanig de opslagperiode zo kort mogelijk gehouden wordt;
- Indaver voorziet in een inrichtingsplan en werkinstructies voor de opslag. De recipiënten moeten zo gestapeld worden dat ze niet omvallen en dat ze gemakkelijk, snel, veilig en met een minimum aan manipulatie kunnen worden geladen;
- het risicohoudend medisch afval moet verpakt worden overeenkomstig de bepalingen van het Vlarema;
- Indaver houdt een aanvoer- en afvoerregister bij van het opgeslagen afval zodat kan aangetoond worden hoeveel en hoelang de afvalstoffen in de opslagruimte liggen opgeslagen. Op elk ogenblik kan een actuele stocklijst worden voorgelegd;
- het risicohoudend medisch afval wordt op de weegbrug gewogen en op de site van Indaver te Antwerpen op radioactieve besmetting gecontroleerd alvorens te worden opgeslagen in de gevorderde opslagplaats. Afvalstoffen met radioactieve besmetting mogen niet worden opgeslagen bij de nv Mexico Natie;
- in de gevorderde opslagplaats kan maximaal 1 000 ton risicohoudend medisch afval worden opgeslagen;
- de opslaghal wordt regelmatig gereinigd en ontsmet. Nadat alle afval uit de opslagruimte verwijderd is, dient de volledige ruimte gereinigd en ontsmet te worden; zo nodig worden nog andere behandelingen voorzien opdat de ruimte zonder milieu- en gezondheidsrisico's terug kan gebruikt worden voor de gebruikelijke opslag van goederen;
- Indaver verstrekt wekelijks aan alle betrokken instanties volgende informatie:
Bijkomende bijzondere voorwaarden:
Afwijkingen:
Brandweervoorwaarden:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;
S2
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
H1
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 13 mei 2016 en eindigt op 13 augustus 2016.