Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: THV Interbuild - MBG nv - Heistraat 129 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat een bouwwerf voor de bouw van het nieuwe ZNA-ziekenhuis.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan THV Interbuild-MBG nv, Heistraat 129, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een bouwwerf voor de bouw van het nieuwe ZNA-ziekenhuis, gelegen in de Kempenstraat 1 te 2030 Antwerpen.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6; |
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen |
hoofdstuk 5.16.1; |
|
fysisch behandelen van gassen |
hoofdstuk 5.16.3; |
|
opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen |
hoofdstuk 5.17.1; |
|
opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen |
hoofdstuk 5.17.3 en bijlage 5.17.1 en 5.17.5; |
|
gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen |
hoofdstuk 5.17.4.1; |
|
gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders |
hoofdstuk 5.17.4.3; |
|
winning van grondwater |
hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1. |
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
bijzondere voorwaarden
brandweervoorwaarden
onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.
een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 8 juli 2016 en eindigt op 8 juli 2036.