Terug

2016_CBS_06000 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - THV Interbuild - MBG nv, Kempenstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/138/VS - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/07/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_06000 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - THV Interbuild - MBG nv, Kempenstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/138/VS - Goedkeuring 2016_CBS_06000 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - THV Interbuild - MBG nv, Kempenstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/138/VS - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: THV Interbuild - MBG nv - Heistraat 129 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat een bouwwerf voor de bouw van het nieuwe ZNA-ziekenhuis.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan THV Interbuild-MBG nv, Heistraat 129, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een bouwwerf voor de bouw van het nieuwe ZNA-ziekenhuis, gelegen in de Kempenstraat 1 te 2030 Antwerpen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen

hoofdstuk 5.16.3;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.17.1;

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen

hoofdstuk 5.17.3 en bijlage 5.17.1 en 5.17.5;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.4.3;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.


Artikel 3

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

bijzondere voorwaarden

  1. een grondwateronttrekking kan een bodemverontreiniging in de omgeving verspreiden. Daarom dient de exploitant na te gaan of er een bodemverontreiniging aanwezig is in de buurt van de geplande grondwateronttrekking. Desgevallend moet de impact bepaald worden en moet beoordeeld worden of er geen verplaatsingen en/of versnellingen van de verontreiniging zullen optreden. Informatie hierover kan gevonden worden op de website van de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM) via www.ovam.be/technische-richtlijn-grondwaterhandelingen-beheer-van-bodemverontreiniging;
  2. op basis van de ingediende milieuvergunningsaanvraag is het lozen van verontreinigd bemalingswater niet toegelaten. De exploitant dient op de werf analyseverslagen van het bemalingswater ter beschikking te houden ten einde te kunnen aantonen dat het geloosde bemalingswater niet verontreinigd is;
  3. na het beëindigen van de bouwwerken dient de exploitant de vergunning stop te zetten.
 

brandweervoorwaarden

onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • S1

er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

  • S9

een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

 


Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 8 juli 2016 en eindigt op 8 juli 2036.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.