Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet dat een gemeente een erkenning kan krijgen als onroerenderfgoedgemeente op voorwaarde dat zij een beleid rond onroerend erfgoed uitbouwt, aanvullend aan dat van de Vlaamse overheid. Als gevolg van deze erkenning neemt de stad een aantal bevoegdheden van het agentschap Onroerend Erfgoed over zoals beschreven in het collegebesluit van 17 juni 2016, jaarnummer 5431.
De stad Antwerpen is in haar bestuursakkoord duidelijk over de ambitie die ze heeft om het onroerend erfgoed duurzaam te behouden, te beheren en wanneer nodig te restaureren. In de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling' werd het principe om de stad te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente ingeschreven.
In de zitting van 17 juni 2016, jaarnummer 5431, besliste het college, alvorens de erkenning als onroerenderfgoedgemeente aan te vragen, om aan de bevoegde minister te vragen om enerzijds een relevanter aantal bevoegdheden over te dragen en anderzijds te voorzien in een financiële tegemoetkoming of het benodigde personeel ter beschikking te stellen. In afwachting van een antwoord van de minister is het noodzakelijk alvast de voorbereiding van het aanvraagdossier te kunnen starten om de voorziene uiterlijke datum van indiening (te weten 15 januari 2017) te kunnen halen.
Artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 bepaalt de voorwaarden voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Als een gemeente voldoet aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid, voldoet de gemeente ook aan de voorwaarden om te worden erkend als onroerenderfgoedgemeente. De Vlaamse beleidsprioriteiten waarvan sprake zijn de volgende:
1. De gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid:
a) de beleidsvisie is integraal en omvat dus een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten en voor de cultuurhistorische landschappen;
b) de beleidsvisie is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
c) de beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren;
2. De gemeente ondersteunt de vrijwilligerswerking die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;
3. De gemeente neemt een voorbeeldfunctie op met betrekking tot het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer, en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente;
4. De gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed en betrekt een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van hun gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid;
5. De gemeente houdt de toelatingen, de adviezen en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, bij in een register dat digitaal raadpleegbaar is door het agentschap Onroerend Erfgoed.
Artikel 3.2.2. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 bepaalt de modaliteiten waaraan een aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoedgemeente moet voldoen. Uiterlijk op 15 januari van het eerste jaar van de lokale beleidscyclus of, bij een evaluatie na drie jaar door de Vlaamse Regering, op 15 januari van het vierde jaar van de lokale beleidscyclus, dient de gemeente de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten bij de Vlaamse Regering in. De gemeente bezorgt daarvoor de relevante onderdelen van de door de gemeenteraad goedgekeurde strategische meerjarenplanning, vermeld in artikel 146 en 147 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, aan de Vlaamse Regering. Daarin geeft de gemeente aan hoe ze uitwerking zal geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid. De gemeente kan op eigen initiatief aanvullende documenten bezorgen. De strategische meerjarenplanning bevat:
1. Een beschrijving van de gewenste effecten en indicatoren van het onroerenderfgoedbeleid;
2. De actieplannen en de acties die de gemeente in samenwerking met lokale actoren opzet om vorm te geven aan het onroerenderfgoedbeleid;
3. Een beschrijving van de manier waarop de gemeente de participatie organiseert.
Het actueel onroerenderfgoedbeleid van de stad is geformaliseerd in de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling'. Deze doelstelling streeft nu reeds in belangrijke mate de doelstelling na die door Vlaanderen beoogd wordt met een erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Van de formele voorwaarden om erkend te worden ontbreekt op dit moment enkel de aanstelling van een door de gemeenteraad erkende adviesraad zoals hierboven omschreven.
De dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed wenst in overleg met alle andere stedelijke diensten en partners, die direct of indirect betrokken zijn bij het onroerenderfgoedbeleid een aanvraagdossier voor te bereiden en daarnaast een voorstel op te maken voor de oprichting van een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed, zoals die in de erkenningsvoorwaarden gevraagd wordt.
Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.
Het college keurt goed dat de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed een aanvraagdossier voorbereidt voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente, zoals voorzien in artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het college geeft opdracht aan de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed om overleg met de Vlaamse overheid te voeren over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een erkenning als onroerenderfgoedgemeente.
Het college keurt goed dat de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed een voorstel opmaakt voor de oprichting van een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed, zoals voorzien in artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.
Het college geeft opdracht aan:
| SW/Onroerend Erfgoed |
Voorbereiden van een aanvraagdossier voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente |
| SW/Onroerend Erfgoed |
Opmaken van een voorstel voor de oprichting van een stedelijke adviesraad onroerend erfgoed |
| CS, SB, SW, AG Vespa, AG SOA, OCMW |
Ondersteunen van de opmaak van een aanvraagdossier voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente |