Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_05978 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2016546 - district Antwerpen - Jacob Jordaensstraat 3, Jacob Jordaensstraat 7, Jacob Jordaensstraat 5, Jacob Jordaensstraat (Charlottalei) 1, Charlottalei (Jacob Jordaenstraat 1-7) 10 - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Aanleiding en context
| Aanvragers: |
LOTTA |
| De aanvraag omvat: |
bouwen van een woongebouw met 24 appartementen en 3 lagen ondergrondse parking |
| Dossiernummer: |
AN3/B/2016546 |
Argumentatie
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Artikel 2
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is
- de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen strikt na te leven;
- de fietsenberging uit te breiden over de twee naastliggende parkeerplaatsen;
- een oplaadpunt te voorzien in elke fietsenberging;
- het groendak dient een waterbergend vermogen te hebben van minstens 35 liter per m2 dakoppervlakte.
- bemaling tijdens de bouwwerken. Gelet op de nabijheid van de vijver van het stadspark is het verwachten dat een bronbemaling kan resulteren in een verlaging van het grondwaterpeil en het vijverpeil in het stadspark. Om die reden dient het plaatsen van een bronbemaling zoveel als mogelijk vermeden te worden; zowel in de diepte als in de tijd. Indien bemaling toch noodzakelijk is, dient het opgepompte grondwater retour in de bodem gepompt te worden. Als alternatief kan onderzocht worden in overleg met de stedelijke groendienst en rioolbeheerder Riolink of het haalbaar is om het grondwater te lozen in de vijver van het stadspark.
- gezien het perceel een oppervlakte heeft groter dan 250 m2 dient een infiltratie- of buffer geplaatst te worden. Door de aanleg van een ondergrondse parking onder het volledige perceel, is infiltratie technisch niet mogelijk. In dat geval dient eenzelfde volume voorzien te worden op eigen terrein als buffer met vertraagde afvoer naar de openbare riolering.
- huisaansluitingen op de openbare riolering dienen niet dieper te liggen dan 80 cm onder straatniveau. Afwijkingen dienen op voorhand goedgekeurd te zijn door rioolbeheerder Rio-link (tel 078.35.35.09).
- bouwheer dient een hydraulisch advies (goedkeuring) van rioolbeheerder Rio-link te ontvangen op de afwatering en aansluitingen op de openbare riolering; meer info: hydraulischadvies@rio-link.be
- RWA en DWA moeten volledig gescheiden tot op de rooilijn worden gebracht. De vergunningsaanvrager dient een externe toezichtsmogelijkheid op beide aansluitingen te voorzien.
- gravitaire kelderaansluitingen zijn niet toegelaten. Indien er afvoerpunten van de woning (bijv. klokrooster) lager gelegen zijn dan het straatniveau t.h.v. de leiding dient de aansluiting beveiligd te worden tegen terugstroming. Dit kan door aan te sluiten via een terugslagklep of pomp. Een terugslagklep dient te worden geplaatst in de aankomende leidingen en niet in de infrastructuur van de rioolbeheerder.
- de aansluiting dient te gebeuren op een diepte van 80 cm onder het straatniveau. Afwijkingen hiervan kunnen eventueel toegelaten worden mits een gemotiveerde aanvraag.
- na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.