De financiële gevolgen worden opgenomen in de tweede fase, wanneer de financiële last bekend is en aan het college en de gemeenteraad voorgelegd wordt.
Op 10 oktober 2014 (jaarnummer 10130) besliste het college om het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Stopkesfabriek' op te starten.
Het RUP creëert een juridisch kader voor een gemengde stedelijke ontwikkeling van het bouwblok gelegen tussen de Bisschoppenhoflaan, Merksemsesteenweg, Van Cortbeemdelei en Torremansstraat in Deurne.
Omwille van de schaal en strategische ligging biedt de herontwikkeling van het bouwblok een unieke kans om uit te groeien tot een strategisch hefboomproject, die ook meerwaarden oplevert voor de omgeving. Door in te zetten op functiemenging kan een levendige woon- en werkomgeving ontstaan die naast bijkomend woonaanbod ook ruimte biedt voor (lokale) tewerkstelling. Daarnaast zou het project ook ruimte kunnen bieden om maatschappelijke noden op buurt- en wijkniveau in te vullen. De extra voorzieningen en ruimtelijke kwaliteitsverbetering (met bijzondere aandacht voor groen) kunnen een belangrijke rol spelen in het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk Kronenburg.
Naast de sociale lasten voorzien in het ondertussen gedeeltelijk vernietigde decreet betreffende het grond- en pandenbeleid, beschikt het college over de mogelijkheid om bij het verlenen van stedenbouwkundige vergunningen overeenkomstig artikel 4.2.20, §1 eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, lasten op te leggen aan de aanvrager.
Stedenbouwkundige lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de aanvrager van de vergunning uit die vergunning haalt, en in de bijkomende taken die de overheid heeft door de uitvoering van de vergunning. Een opgelegde stedenbouwkundige last creëert een meerwaarde ten behoeve van het algemeen belang.
Omdat het RUP de mogelijke bestemmingen en bouwenveloppe vastlegt, is het aangewezen om het principe en programma van stedenbouwkundige lasten reeds tijdens de opmaak van het RUP vast te leggen.
Op basis daarvan kan een richtinggevende norm voor het bepalen van de financiële last in het kader van op te leggen stedenbouwkundige lasten voor het project 'Stopkesfabriek', geraamd worden op een bedrag van 995.000,00 euro.
Dit bedrag kan in functie van de proportionaliteit van het bouwproject door het college worden aangepast. Wanneer een project een extra maatschappelijke waarde creëert (zoals bijvoorbeeld de creatie van een aanzienlijk aantal arbeidsplaatsen), kan het college opteren om een verminderde stedenbouwkundige last op te leggen.
De stedenbouwkundige last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in natura door de ontwikkelaar. In elk geval kan ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist.
Met betrekking tot het project 'Stopkesfabriek', kan op basis van de behoefte- en omgevingsanalyse, gedacht worden aan één of een combinatie van volgende publieke voorzieningen:
Indien de bestaande hal wordt afgebroken, is conform het voorontwerp-RUP enkel ten zuiden van de Van Hallestraat mogelijk om nieuwe bebouwing op te richten. De vrijgekomen ruimte (inclusief noordelijk deel van de Torremansstraat) kan in dat geval worden heringericht als buurtpleintje en na aanleg overgedragen worden naar het openbaar domein.
(2) In de Kronenburgbuurt zijn er momenteel twee basisscholen, de stedelijke basisschool De Bever (twee vestigingen, kleuter- en lager onderwijs) en vrije basisschool Sint-Godelieve (één vestiging, kleuter- en basisonderwijs). De twee scholen in de buurt kennen lange wachttijden en ouders kunnen zelfs niet altijd in Deurne-Noord terecht, waardoor een verplaatsing naar Merksem of Deurne-Zuid nodig is. Alleen al om de geweigerde kinderen een plaats te bieden, zou een nieuwe 1-stroom bij gecreëerd kunnen worden. Om aan alle kinderen een plaats te bieden zouden er tot vier stromen moeten bijkomen.
(3) De parkeerdruk in de Kronenburgbuurt is momenteel groot. De parkeerbehoefte van nieuwe voorzieningen moet conform de Bouwcode binnen het project (ondergronds) worden opgevangen. Het is de bedoeling om binnen het project één gemeenschappelijke ondergrondse parking te voorzien met in- en uitrit aan de Torremansstraat. Een deel van deze parking zou een ondergrondse buurtparking kunnen worden.
Dit zijn eerste ideeën en mogelijke scenario’s die nog verder dienen te worden uitgediept.
Dit besluit dient samen gelezen te worden met het besluit inzake de kennisneming van het voorontwerp-RUP 'Stopkesfabriek'.
Artikel 4.2.20, §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.
Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (Bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.
Het college keurt goed dat de schepen voor ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling en onroerend erfgoed in uitvoering van artikel 2, paragraaf 2, van de stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 een voorstel van programma van stedenbouwkundige lasten van het project 'Stopkesfabriek' voorlegt aan het college ter goedkeuring.
Het college keurt goed dat de schepen voor ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling en onroerend erfgoed aan het college een onderhandelaar uit de stadsadministratie voorstelt die gemandateerd wordt om op grond van het goedgekeurde programma van de stedenbouwkundige lasten inhoudelijke en financiële onderhandelingen te voeren met de betrokken projectontwikkelaar met het oog op het bekomen van een samenwerkingsovereenkomst die ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.
Het college keurt goed dat de opgelegde realisatie en/of financiële lasten in het kader van de stedenbouwkundige lasten zullen worden aangewend conform het goedgekeurde programma van stedenbouwkundige lasten en de samenwerkingsovereenkomst, en dus voor de verbetering van de omgeving van het projectgebied.
Het college keurt goed dat de opgelegde realisatie en/of financiële lasten in het kader van de stedenbouwkundige lasten zullen worden opgevolgd onder regie van de bedrijfsdirecteur van de bedrijfseenheid Stadsontwikkeling.