De aanbestedende overheid keurt een prijsaanpassing goed tot aan de verbreking van de overeenkomst. Budgettair zijn de budgetten echter voorzien. Er moeten geen extra vastleggingen gebeuren.
Artikel 57 § 3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
Met collegebeslissing onder jaarnummer 11269 van 8 november 2013 gunde het college bestek GAC/2013/1991 aan de firma Van Gansewinkel NV, Berkebossenlaan 7 te 2400 Mol, met ondernemingsnummer 0437.748.330.
De overeenkomst ving aan op 1 januari 2014 en eindigt normaliter op 31 december 2017.
De houtafvalsector wordt reeds meerdere maanden gedomineerd door afzetmoeilijkheden. Er is de laatste tijd heel veel afvalhout uit Groot-Brittannië op de markt gekomen. Daardoor is er een overaanbod ontstaan en zijn de afzetprijzen compleet gekelderd.
Uiteraard heeft dit een enorme invloed gehad op de prijszetting van bestek GAC/2013/1991. Aangezien dit bestek enkel in een klassieke prijsherziening - gebaseerd op de loonindexen - voorziet, kon de opdrachtnemer zich enkel beroepen op artikel 56 van het KB Uitvoering om gewijzigde omstandigheden in te roepen. Op basis hiervan werd een eerste beperkte prijsaanpassing reeds aanvaard.
De opdrachtnemer diende enkele weken geleden echter opnieuw een aanvraag tot aanpassing in ; en vroeg om de overeenkomst enerzijds vroegtijdig te beëindigen en anderzijds om de overeengekomen eenheidsprijs terug te mogen aanpassen tot verbreking overeenkomst, teneinde niet verlieslatend te zijn.
De aanbestedende overheid heeft het verzoek van de opdrachtnemer grondig onderzocht, zowel naar formeel en juridische aspecten als naar de inhoudelijke aspecten (inclusief een prijsonderzoek).
Het verzoek van de opdrachtnemer beantwoordt aan alle vereisten:
Artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende:
Alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, strekken degenen die deze hebben aangegaan, tot wet. Zij kunnen niet herroepen worden dan met hun wederzijdse toestemming of op de gronden door de wet erkend.
Artikel 56 van het Koninklijk Besluit inzake algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten bepaalt het volgende:
In beginsel heeft de opdrachtnemer geen recht op enige wijziging van de contractuele voorwaarden om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbestedende overheid. De opdrachtnemer kan nochtans, hetzij om verlenging van de uitvoeringstermijnen, hetzij, wanneer hij een zeer belangrijk nadeel heeft geleden, om een andere vorm van herziening of de verbreking van de overeenkomst vragen, door omstandigheden te doen gelden, die hij redelijkerwijze niet kon voorzien bij het indienen van de offerte of de sluiting van de opdracht, die hij niet kon ontwijken en waarvan hij de gevolgen niet kon verhelpen niettegenstaande hij al het nodige daartoe heeft gedaan.
Het college keurt goed dat bestek GAC/2013/1991 met de firma Van Gansewinkel NV, Berkebossenlaan 7 te 2400 Mol beëindigd wordt met wederzijdse toestemming.