Op 13 september 2013 (jaarnummer 9175) keurde het college de beleidsprincipes en projectaanpak voor de invoering van de lage-emissiezone (LEZ) goed, waaronder het gebruik van ANPR-camera’s voor de handhaving van de zone in.
Voor de controle van de voertuigen werd aanvankelijk voorzien dit te doen aan de hand van de geflitste nummerplaat die vergeleken zou worden met een lijst van toegelaten voertuigen (witte lijst). De databank van toegelaten voertuigen wordt beheerd door het departement leefmilieu, natuur en energie van de Vlaamse overheid. De basis van de databank zijn de voertuiggegevens die beheerd worden door dienst inschrijving voertuigen (DIV). In eerste instantie werd de stad op 7 april 2016 geweigerd op deze manier de handhaving uit te voeren, aangezien de werkwijze met een witte lijst de privacy buiten proportie zou schenden.
Op advies van de pirivacycommissie werd de datastroom aangepast om aan de privacyvoorwaarden te voldoen. Het nieuwe voorstel kreeg alvast een prinipiële goedkeuring van de privacysommissie.
Aan de basis van de uitspraak van het scetoraal comité ligt het feit dat volgens het Belgische kentekensysteem de voertuiggegevens persoonsgebonden zijn: een nummerplaat kan steeds aan wisselende voertuiggegevens gekoppeld zijn. Bijgevolg is er nood aan een continue bevraging van de hele databank van DIV. Dit betekent ook dat deze informatie privacygebonden is. Daarom kon het opvragen van de voertuiggegevens enkel mits machtiging door het sectoraal comité.
De huidige datastroom, die een principiële goedkeuringt kreeg, is uiteindelijk een ingewikkelde constructie waarbij eerst een nummerplaat onherkenbaar gemaakt wordt door VDI (Vlaamse Dienstenintegrator), vooraleer ze samen met de voertuiggegevens naar Vlaanderen gestuurd wordt om te controleren of het voertuig voldoet aan de toegangsvoorwaarden voor de lage-emissiezone. VDI houdt een lokale kopie bij van de databank van DIV zodat deze databank niet rechtstreeks toegankelijk is voor de stedelijke diensten.
Omdat het resultaat nog steeds een ingewikkelde constructie is, te wijten aan het feit dat het Belgische kentekensysteem persoonsgebonden is en niet voertuiggebonden (zoals in andere Europese landen, zoals Nederlands wel het geval is) heeft de administratie de twee bestaande kentyeeknsystemen vergeleken: persoonsgebonden versus voertuiggebonden. Het voertuiggebonden kentekensysteem blijkt meer voordelen te bieden dan het huidige persoonsgebonden systeem:
Administratieve efficiëntie
Bij “kentekenmutaties” (vb. een verkoop van het voertuig) moet enkel de gekoppelde voertuighouder worden aangepast. Dit in tegenstelling tot het Belgische systeem waar bij verkoop (dikwijls) nieuwe nummerplaten moeten worden aangevraagd.
Privacy
Aangezien er in een voertuiggebonden kentekensysteem geen directe link bestaat tussen een kenteken en de eigenaar van een voertuig is het eenvoudiger om data ter beschikking te stellen van derden (o.a. overheden, instellingen, particulieren). In Nederland kan iedereen op basis van een kenteken eenvoudig online de geschiedenis en technische informatie van een voertuig raadplegen. Het kenteken is in België steeds gekoppeld aan persoonsgegevens en dus bijzonder gevoelig aan de privacywetgeving.
Handhaving en traceerbaarheid
De performantie van handhaving ligt, in beide kentekensystemen, voornamelijk in de uitwisseling van gegevens en de correctheid van de informatie in de databases. Een voertuiggebonden systeem is hierin efficiënter (zie punt 1 en 2).
Het is daarom aangewezen een schrijven te richten naar de federale minister voor mobiliteit en hem te vragen een invoering van een voertuiggebonden kentekensysteem te onderzoeken.
Het college keurt de collegiale brief gericht aan de federale minister voor mobiliteit goed, waarin gevraagd wordt om de invoering van een voertuiggebonden kentekensysteem te onderzoeken.