Op 13 maart 2015 (jaarnummer 2125) keurde het college het principe van een transitiefonds goed met het oog op het realiseren van investeringen om exploitatiekosten in de toekomst te kunnen verminderen en dat de gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium) terugvloeien naar het transitiefonds.
Het college keurde eveneens goed om de toekomstige reële besparingen via een 50/50-regeling te borgen, waarbij 50% wordt gestort in het transitiefonds en 50% mag worden herbesteed binnen dezelfde beleidsdoelstelling.
Op 29 mei 2015 (jaarnummer 4453) keurde het college de verdere uitwerking en principes goed voor het algemeen en de specifieke transitiefondsen. Het college keurde onder andere goed dat de autonome gemeentebedrijven en EVA-vzw's 50% van de restmiddelen kunnen inzetten voor nieuw beleid, mits goedkeuring van de herbestemming door het college. De overige 50% wordt toegevoegd aan het algemeen transitiefonds.
Op 12 juni 2015 gaf het college opdracht aan Inspectie Financiën (2015061201) om, in verband met het transitiefonds, de restmiddelen van alle betrokken entiteiten jaarlijks objectief te bepalen. Alle betrokken entiteiten dienen daarom jaarlijks hun cijfers zo snel als mogelijk ter beschikking te stellen aan Inspectie Financiën.
Op 8 januari 2016 (jaarnummer 10593) keurde het college de aanpak, werkwijze en planning goed met betrekking tot het transitiefonds. De ontwerpbeslissingen van de autonome gemeentebedrijven en EVA-vzw's met betrekking tot de terugstorting en herbestemming van de stedelijke restmiddelen werden op 25 maart 2016 aan het college voorgelegd.
Het college keurde op 25 maart 2016 de voorstellen van de autonome gemeentebedrijven en EVA-vzw's tot terugstorting en herbestemming van de stedelijke restmiddelen goed, met uitzondering van de voorstellen van de (districts-)vzw's Lokaal Cultuurbeleid.
De ontwerpbeslissingen met betrekking tot de (districts-)vzw's Lokaal Cultuurbeleid werden verdaagd met de bedoeling dat de stedelijke restmiddelen binnen deze (districts-)vzw's kunnen blijven.
Met de beslissing die nu voorligt, worden de (districts-)vzw's Lokaal Cultuurbeleid vrijgesteld van toepassing van de bepalingen van het transitiefonds, zoals deze werden goedgekeurd door het college op 29 mei 2015 (jaarnummer 4453) en 8 januari 2016 (jaarnummer 10593).
Het college beslist dat de (districts-)vzw's Lokaal Cultuurbeleid worden vrijgesteld van de bepaling dat 50% van de stedelijke restmiddelen dient te worden toegevoegd aan het algemeen transitiefonds.
Het college beslist dat artikel 1 van toepassing is op de stedelijke restmiddelen van de (districts-)vzw's Lokaal Cultuurbeleid vanaf boekjaar 2015.