Terug

2016_CBS_04943 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/06/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_04943 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' - Definitieve vaststelling - Goedkeuring 2016_CBS_04943 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 2.3.2 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) zegt dat het college van burgemeester en schepenen belast is met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en de nodige maatregelen tot opmaak neemt.

Aanleiding en context

Op 11 december 2015 (jaarnummer 10386) nam het college kennis van de ontwerp verordening studentenhuisvesting.

De uitgangspunten voor de stedenbouwkundige verordening zijn:

  • afbakening van bepaalde buurten in de binnenstad waar een standstill van studentenhuisvesting geldt;
  • bijkomende studentenhuisvesting kan gerealiseerd worden op de campusterreinen van Middelheim en Drie Eiken;
  • buiten bovenstaande gebieden kan studentenhuisvesting worden toegelaten mits bijkomende voorwaarden.

Argumentatie

Aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen voor studentenhuisvesting worden vandaag geadviseerd op basis van de richtlijn van 2011. Een richtlijn is geen bindend juridisch instrument. Het is geen sinecure om per bouwaanvraag een juridisch sluitende motivering uit te schrijven.

Om duidelijke richtlijnen juridisch afdwingbaar te kunnen maken, worden deze verankerd in een stedenbouwkundige verordening die werd opgemaakt in nauw overleg met de betrokken partners.

Om voor heel het grondgebied van de stad Antwerpen de vestiging van studentenkamers te kunnen sturen is het noodzakelijk om een specifieke stedenbouwkundige verordening op te stellen en goed te keuren, volgens de procedure van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), in het bijzonder de artikelen 2.3.1. en volgende leggen de procedure vast voor de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen.

Adviezen

Advies GECORO Gunstig onder voorwaarden

De GECORO adviseert het streven van de stedenbouwkundige verordening studentenhuisvesting, om de concentratie van studentenhuisvesting in de binnenstad te doorbreken en een betere spreiding van studentenhuisvesting te verkrijgen, gunstig.

Om de rechtszekerheid te vergroten en om te kunnen inspelen op een positieve lokale dynamiek teweeg gebracht door bewoners, gaat de GECORO unaniem akkoord en stelt ze volgende aanpassingen aan de verordening voor: 

  • de begrenzing van het afgebakend gebied juridisch sluitend te definiëren aan de hand van een straatnamenlijst;
  • de flexibiliteit in te bouwen opdat in het afgebakend gebied toch beperkt en onder strikte randvoorwaarden maximaal 2 studentenkamers kunnen gecreëerd worden;
  • de stedenbouwkundige verordening te beperken in de tijd en deze na 5 jaar af te schaffen;
  • de campusterreinen en het overig gebied niet meer in de stedenbouwkundige verordening op te nemen.

De GECORO adviseert de stedenbouwkundige voorschriften in deze zin aan te passen en de procedure van stedenbouwkundige verordening verder te zetten.

De begrenzing van het afgebakend gebied juridisch sluitend te definiëren aan de hand van een straatnamenlijst: 

De straatnamenlijst voor het afgebakend gebied wordt in de stedenbouwkundige verordening opgenomen. 

De flexibiliteit in te bouwen opdat in het afgebakend gebied toch beperkt en onder strikte randvoorwaarden maximaal 2 studentenkamers kunnen gecreëerd worden: 

Het is de wens van de stad om een spreiding van studentenhuisvesting over het grondgebied van de stad te verkrijgen en geen verdere concentratie binnen het afgebakend gebied. 

De stedenbouwkundige verordening te beperken in de tijd en deze na 5 jaar af te schaffen: 

Naast de dag/maand/jaar van het in werking treden van de stedenbouwkundige verordening wordt opgenomen dat de verordening na 5 jaar afgeschaft wordt.

De campusterreinen en het overig gebied niet meer in de stedenbouwkundige verordening op te nemen:

Deze gebieden blijven behouden omdat: 

de campusterreinen bedoeld zijn voor studenten en er zich geen problemen naar leefbaarheid stellen. Hier kan bijkomende studentenhuisvesting gerealiseerd worden. 

In het overige gebied (hier maken de campusterreinen geen deel van uit) wenst de stad een spreiding van studentenhuisvesting in de vorm van kleinschalige projecten. Voor ruime projecten (meer dan 8 kamers of zelfstandige woningen voor studenten) wordt een mix met grotere woontypologieën en/of gemeenschapsvoorzieningen nagestreefd.

Advies gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar Ongunstig advies

Artikel 3 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘studentenhuisvesting’ zou het toepassingsgebied van de verordening zoals omschreven in artikel 2.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening overschrijden.

Bestemmings- en functiewijziging

Met de verordening wenst de stad geen bestemmingswijzigingen door te voeren. De bestemmingen blijven dezelfde.

Bovendien is het belangrijk dat de VCRO bepaalt dat de voorschriften van een stedenbouwkundige verordening gelden “voor het gehele grondgebied van de gemeente of voor een deel” (artikel 2.3.2, §2, eerste lid VCRO). De Raad van State heeft in dat verband geoordeeld dat het mogelijk is “om een stedenbouwkundig voorschrift in een dergelijke verordening territoriaal te differentiëren. (…) Deze territoriale differentiatie van het bestemmingsvoorschrift (…) kan niet worden gelijkgesteld met het vastleggen van de bestemming van een gebied, zoals dit in een ruimtelijk uitvoeringsplan aan bod kan komen.” (RvS 5 november 2010, nr. 208.710, nv Zon en Zee). 

We beogen in principe vooral het uitsluiten van functiewijzigingen van bijvoorbeeld handel naar studentenhuisvesting (hoofdfunctie wonen). Een wijziging van een woonfunctie naar studentenhuisvesting is geen functiewijziging. Studentenhuisvesting valt immers ook onder de hoofdfunctie “wonen”. De mogelijkheid tot uitsluiten van een bepaalde deelfunctie zoals studentenhuisvesting past binnen de ratio legis van de wijziging van het decreet in 2009.

Conclusie 

Artikel 3 van de verordening is in overeenstemming met de decretaal toegelaten inhoud van stedenbouwkundige verordeningen.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN02 - Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college stelt de gemeenteraad voor om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' definitief vast te stellen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.