Terug

2016_CBS_08762 - Duurzame stad - Biomassa-inventaris voor energievalorisatie van de stad Antwerpen - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 07/10/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08762 - Duurzame stad - Biomassa-inventaris voor energievalorisatie van de stad Antwerpen - Kennisneming 2016_CBS_08762 - Duurzame stad - Biomassa-inventaris voor energievalorisatie van de stad Antwerpen - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De biomassa-inventaris voor energievalorisatie kadert binnen het strategisch energiebeleid dat de stad Antwerpen wenst te voeren. Op 27 juni 2011 keurde de gemeenteraad het klimaatplan van de stad Antwerpen goed (jaarnummer 920). Hierin wordt onder meer voorop gesteld om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Om deze doelstelling te bereiken moeten vandaag onderbouwde beleidskeuzes gemaakt worden. Daarom heeft de stad de afgelopen jaren gewerkt aan het opmaken van GIS-kaarten (Geografische Informatie Systemen) die energievraag- en energieaanbod karteren.

Het betreft een totaalaanpak die toelaat om voor de verschillende Antwerpse buurten energiepotenties te identificeren, waaronder het potentieel van biomassastromen voor hernieuwbare energieproductie. Voorliggende studie heeft als doel de energiepotenties van biomassastromen in de stad Antwerpen - inclusief havengebied en bij uitbreiding de aansluitende buurgemeenten - te identificeren, inventariseren, analyseren en om deze tenslotte in kaart (GIS) te brengen. Het resultaat dient als aansluiting bij reeds bestaande kaartlagen omtrent energie.

Het lokale karakter van de biomassastromen stond voorop als uitgangspunt in deze studie waardoor bijvoorbeeld geen biomassa-importstromen worden behandeld die aanleiding kunnen geven tot discussies omtrent de duurzaamheidswaarde van de herkomst.

Argumentatie

De studie bekijkt 33 verschillende biomassastromen, geaggregeerd in 12 hoofdcategorieën en vier sectoren (afval, landschapsmanagement, bosbouw en landbouw). De resultaten werden niet enkel kwalitatief (MWh-potentieel) verwerkt maar ook geografisch gekaderd (GIS-rasterkaarten – pixelgrootte 50m*50m). De geografische weergave op kaart geeft een essentiële meerwaarde aan de data. Het laat toe om de effectieve mobilisatie, één van de grote bottlenecks voor biomassavalorisatie, beter te kaderen en optimaliseren. Voor al de biomassastromen werd het potentieel voor de stad Antwerpen bepaald. Bij uitbreiding werd voor heel wat biomassastromen - voornamelijk deze uit landschapsmanagement, landbouw en bosbouw - ook het ‘regionale’ Antwerpse potentieel bepaald.

Methodologie

Indeling van de biomassastromen

De biomassastromen worden onderverdeeld in 4 clusters: afval, landschapsmanagement, landbouw en bosbouw. Elke cluster werd op zijn beurt in hoofdcategorieën en eventueel ook subcategorieën onderverdeeld. Voor de cluster landbouw zijn dit bijvoorbeeld de hoofdcategorieën "mest" en "gewasresten". De subcategorieën voor mest zijn dan bijvoorbeeld "runderen", "varkens", en  "pluimvee". Een indeling is nodig om het onderscheid naar aard, herkomst, valorisatieketens en potentieel van de stromen te kunnen onderscheiden. Biomassa is namelijk een zeer heterogeen gegeven in vergelijking tot andere hernieuwbare energiestromen zoals bijvoorbeeld riothermie.

Bepaling van de valorisatiemogelijkheden

Met deze studie worden realistische valorisatiemogelijkheden bepaald van de biomassastromen. Hierbij houdt de studie rekening met valorisatiemogelijkheden die van hogere waarde worden geacht dan de energietoepassing. Voor elke biomassastroom wordt dus rekening gehouden met de mate waarin deze vandaag of in de nabije toekomst aangewend kan worden voor voedsel-, voeder- of materiaaltoepassingen.

Stakeholderbetrekking

Gezien het heterogene karakter van biomassa is de kennis hierover verspreid. De afbakening van een realistisch potentieel is daarbij ook een oefening die het nodige debat kan ontlokken. Daarom werden bij de inventarisatie diverse stakeholders bevraagd en werden in een aantal stakeholdermomenten de ontwerpversie van het rapport en zijn resultaten voorgelegd. Dit moet ertoe leiden dat de gevoerde methodologie, resultaten en conclusies kunnen rekenen op gedragenheid.

Resultaten en de interpretatie hiervan

Het totale realistische potentieel van de geïnventariseerde biomassastromen voor hernieuwbare energieproductie binnen het grondgebied van de stad Antwerpen bedraagt ongeveer 172.000 MWh (megawattuur) (output). Dit is het equivalent van het jaarlijkse energieverbruik voor verwarming en elektriciteit van ongeveer 6.500 huishoudens. Het potentieel van organische afvalstromen (huishoudelijk- en bedrijfsafval) vertegenwoordigd veruit het grootste deel (87%), maar ook reststromen uit landschapsmanagement bieden een relevant potentieel (10%). Stromen uit land- (2%) en bosbouw (1%) zijn marginaal. Het beperkte potentieel van land- en bosbouw is in lijn met de hoge verstedelijkingsgraad van de stad Antwerpen.

Voor de productie uit huishoudelijk en bedrijfsafval werd enkel het aandeel hernieuwbare energie meegenomen in de potentieelbepaling. In realiteit is bijvoorbeeld voor huishoudelijk restafval de energieproductie ongeveer het dubbele waarvan ongeveer de helft niet als hernieuwbaar wordt aanzien.

Daarnaast dient opgemerkt dat biomassa levende materie is en de opbrengsten afhankelijk zijn van tal van parameters (seizoenen, oogst-, beheer- en opslagstrategieën, valorisatie-technologieën, enzovoort). De potentiëlen, zowel de biomassahoeveelheden als hun energieproductiepotentiëlen, zijn het resultaat van afgeleide berekeningen, waarbij voor de parameters gemiddelde opbrengstgegevens worden gebruikt. De resultaten dienen dan ook als in de grootteorde van en oriënterend te worden geïnterpreteerd eerder dan als exacte resultaten.

Conclusies

Veel van de biomassastromen (bijvoorbeeld bedrijfsafval, havenafval) zijn reeds opgenomen in bestaande valorisatieketens waar al energie- of meer hoogwaardige valorisatie wordt toegepast. Het lijkt weinig opportuun om voor deze stromen een uitgebreid stedelijk beleid uit te werken. Niettemin blijven er voor een aantal stromen optimalisaties mogelijk. Bijvoorbeeld in die gevallen waar momenteel enkel elektriciteitsproductie plaatsvindt moet in de toekomst meer aandacht gaan naar gelijktijdige valoriatie van warmteproductie.

Het grootste potentieel van hernieuwbare energieproductie is toe te schrijven aan de verwerking van huishoudelijk afval. Dit is een stabiele en omvangrijke bron die voor vele jaren in hernieuwbare warmte en elektriciteit kan voorzien. Het is primordiaal dat bij de bouw van een nieuwe ISVAG-installatie (intergemeentelijke samenwerking voor afvalverwerking) het warmtekracht potentieel maximaal wordt benut.

Daarnaast werden ook de reststromen van landschapsbeheer aangehaald als een belangrijke potentiële bron waar momenteel energievalorisatie eerder uitzondering dan regel vormt. Dit heeft in hoofdzaak met de economische rendabiliteit te maken. Gezien het omvangrijke potentieel is het aan te bevelen dat het stedelijk beleid de ontwikkelingen en test cases vanuit de landschapsbeheerders en Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) blijft opvolgen. Wanneer de economische haalbaarheid hiervan waarschijnlijker wordt kan de stad alsnog beslissen actief beleid te voeren om het potentieel mee te valoriseren.

Tenslotte vormt de energievalorisatie van GFT een ander belangrijk potentieel. Het energiepotentieel van de stad Antwerpen bedraagt ca 9089 MWH ofwel het equivalent voor verwarming en elektriciteitsverbruik van ongeveer 340 huishoudens. Momenteel wordt het stedelijk GFT-afval (groenten-, fruit-, en tuinafval) verwerkt via IGEAN (Intercommunale Grondbeleid en Expansie Antwerpen) te Brecht. Het is interessant om te onderzoeken in welke mate het stedelijke GFT-afval bij einde levensduur van de huidige installaties van IGEAN meer in de stedelijke periferie kan worden verwerkt waarbij de energie-output kan dienen om te voorzien in de energiebehoefte van een kleine woonwijk.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1HWN01 - Antwerpen is een duurzame stad
1HWN0102 - Een onderbouwd, gedragen en ondersteunend energie- en milieubeleid is gevoerd en het goede voorbeeld is door onszelf gegeven
1HWN010204 - De voorbeeldrol van de stad op vlak van duurzaamheid komt systematisch tot uiting in haar werking en producten

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van het eindrapport van de stedelijke biomassa-inventaris voor energievalorisatie.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • 2016-SCT-R-0627 Rapport_final_DEFINITIEF.pdf