Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager: Van Gansewinkel nv - Berkebossenlaan 7 - 2400 Mol. De aanvraag omvat de tijdelijke opslag en mechanische behandeling van houtafval.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 1 goed te keuren aan Van Gansewinkel nv, Berkebossenlaan 7, 2400 Mol, om op Rostockweg 1B, 2030 Antwerpen, tijdelijk houtafval op te slaan en mechanisch te behandelen.
Het college beslist dat volgende bijzondere en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
- bijzondere voorwaarden:
- brandweervoorwaarden:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type
aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Bovengrondse hydrant
De primaire bluswatervoorziening is vastgelegd op een voeding door middel van het openbaar leidingnet van minimaal Ø 150 mm met een onmiddellijke beschikbaar debiet van tenminste 3 600 lpm, gedurende tenminste 2 uur [debiet over twee bovengrondse hydranten type BH100]. Bij ontstentenis van het vereiste debiet van tenminste 3 600 lpm door middel van de voeding van het openbaar leidingnet van minimaal Ø 150 mm, zoals hierboven bepaald, dient men over een eigen (ring)leidingnet op druk in eigen beheer te beschikken.
De bewijsvoering van het vereiste debiet is ten laste van de eigenaar/exploitant en dient op eenvoudige vraag voorgelegd te kunnen worden. Voor wat betreft de openbare waterleiding kan een debietmeting aangevraagd worden bij de waterleverancier. De primaire bluswatervoorziening dient voorzien op niveau van het perceel.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 7 oktober 2016 en eindigt op 7 april 2017.