Overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 kan een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tegen een aanslag, een belastingsverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college.
Het college handelt in deze procedure als administratieve overheid.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan in zijn bezwaarschrift vragen om gehoord te worden. Indien dit gevraagd wordt, is het wettelijk verplicht om de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger ten minste 15 kalenderdagen voor de dag waarop de hoorzitting zal plaatsvinden uit te nodigen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan gehoord worden door:
Bij collegebesluit van 25 januari 2013 (jaarnummer 556) werd beslist dat de hoorzitting zal plaatsvinden onder het voorzitterschap van de schepen van Financiën, de heer Koen Kennis, bijgestaan door de stadssecretaris, de heer Roel Verhaert, en een afvaardiging van de administratie.
Gelet op het feit dat de stadssecretaris voor lange tijd verhinderd is en zijn bevoegdheid in dit kader niet kan delegeren bestaat de noodzaak om de organisatie van de hoorzitting te herbekijken.
Artikel 9 van decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief van 10 juni 2011, met refertenummer BB 2011/01, van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Artikel 3 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het college is, overeenkomstig artikel 9§5 van het decreet van 30 mei 2008, bevoegd voor het nemen van een beslissing met betrekking tot ingediende bezwaarschriften. Indien dit gevraagd wordt door de belastingschuldige moet een hoorzitting georganiseerd worden. Er zijn meerdere opties om de hoorzitting te organiseren. Zo kan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger gehoord worden door het voltallige college, door een lid van het college of door een aangesteld lid van de administratie. De tijdens de fiscale hoorzitting ingenomen standpunten worden, overeenkomstig artikel 9§5 van het decreet van 30 mei 2008, ter bevestiging voorgelegd aan het voltallige college.
Bij het nemen van een beslissing met betrekking tot de organisatie van de hoorzitting dient rekening te worden gehouden met een aantal elementen.
Om de belastingschuldige niet nodeloos lang te laten wachten vooraleer hij gehoord wordt, wordt er naar gestreefd om de hoorzitting periodiek te organiseren.
Hierdoor wordt eveneens vermeden dat de wettelijke termijn van 6 maanden om een beslissing te nemen wordt overschreven, indien er bijvoorbeeld naar aanleiding van de uiteenzetting tijdens de hoorzitting bijkomend onderzoek moet uitgevoerd worden.
Uit de praktijk blijkt dat de aanwezigheid van een collegelid verschillende voordelen met zich meebrengt.
Door de aanwezigheid van een collegelid wordt de fiscale hoorzitting een moment waarop het stadsbestuur en de burgers/ondernemingen rechtstreeks met elkaar in contact treden. De aanwezigheid van een collegelid draagt bovendien bij tot het gevoel van de belastingschuldigen of hun vertegenwoordigers dat ze effectief gehoord werden.
De belastingschuldigen komen regelmatig persoonlijk, en dus zonder bijstand van een advocaat, hun zaak bepleiten. De aanwezigheid van het voltallige college kan een overweldigende indruk nalaten op de belastingschuldige die gewoon zijn verhaal wenst te vertellen.
Voor het voltallige college is een periodieke hoorzitting, die ongeveer een halve dag in beslag neemt, een grote tijdsinvestering die soms tot agendaproblemen kan leiden.
Gelet op dit alles is het aangewezen om de fiscale hoorzitting periodiek te laten plaatsvinden onder het voorzitterschap van de schepen van financiën, bijgestaan door de (waarnemend) stadssecretaris en/of de directeur financiën en/of een of meer bijkomende leden van de administratie financiën.
Het college beslist om het collegebesluit van 25 januari 2013 (jaarnummer 556) op te heffen.
Het college beslist dat de fiscale hoorzitting periodiek zal plaatsvinden onder het voorzitterschap van de schepen van Financiën, bijgestaan door de (waarnemend) stadssecretaris en/of de directeur financiën en/of een of meer bijkomende leden van de administratie financiën.