De aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd openbaar gemaakt van 11 juli 2016 tot 10 augustus 2016. Het proces-verbaal van openbaar onderzoek werd opgesteld op datum van 16 september 2016. Er werden 28 bezwaarschriften ingediend.
Bezwaarschriften: omschrijving en beoordeling
1. Het niet naleven van het bestuursakkoord van het district inzake burgerparticipatie, inspraak van de burger, openheid van bestuur, terugkoppeling, ...
Op vraag van het district werden door de bewoners verschillende opmerkingen doorgegeven (tijdens overlegmomenten en via de website). Er werd beloofd dat het definitieve ontwerp zou worden voorgelegd en dat er een terugkoppeling zou zijn met betrekking tot eventuele wijzingen. Dit gebeurde volgens de bezwaarindieners echter niet.
Beoordeling:
Het correct informeren van buurtbewoners kan zeker als wenselijk beschouwd worden in het kader van wijzigingen aan het openbaar domein, maar is in se geen argument dat een oordeel vormt over de ruimtelijke impact ervan. Er werden verschillende infomomenten georganiseerd waarop verschillende opmerkingen werden geformuleerd. Het terugkoppelen van deze informatie en het voorleggen van het definitief ontwerp gebeurde niet op de overlegmomenten zelf, maar werd gepubliceerd op de website. Het bezwaar is bijgevolg ontvankelijk, maar ongegrond;
2. De bewoners krijgen niet de kans om het plein een eigen identiteit te geven. Door bijvoorbeeld de implementatie van een werfcontainer of een platform op de publieke plek, de plaatsing van nieuwe speeltuigen, …
Beoordeling:
De aanleg van het plein voorziet onder meer in een klimtuig, een speelplein, plantenbakken, groenvoorzieningen, … die van de Sint-Andriesplaats een publieke ruimte met een zekere verblijfskwaliteit maken. Het is niet aan de buurtbewoners om een deel van het openbaar domein als eigendom op te eisen. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
3. Een aantal foutieve uitspraken die de aanleiding van de aanvraag moeten staven. De bezwaarindiener stelt het volgende: “Het klopt niet dat de zijbaan van de Sint-Andriesplaats is slechte staat is; dat de huidige opstelling van het straatmeubilair aanleiding geeft tot foutparkeren; dat de zitbanken en fietsbeugels het plein blokkeren voor voetgangers en fietsers.”
Beoordeling:
De redenen die leiden tot de aanvraag van deze verfraaiings- en herinrichtingswerken vormen geen oordeel over de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp. Het bezwaar betreft geen stedenbouwkundig argument waardoor het ontvankelijk is, maar ongegrond;
4. Behoud van de autoweg ter hoogte van de Sint-Andriesplaats in het kader van goede ruimtelijk ordening: De bezwaarindiener stelt dat niettegenstaande de Sint-Andriesplaats alleen toegankelijk is voor plaatselijk verkeer, de autoweg vandaag de dag meestal wordt gebruikt door doorgaand verkeer. De aanleg van de Sint-Andriesplaats als autovrij plein, zou kindvriendelijk zijn en zou ook de Costa en de bibliotheek veiliger bereikbaar maken. Volgens de bezwaarindieners werd reeds in een conceptstudie van 1998 (opgemaakt door Bob Van Reeth en Geert Driesen) vastgesteld dat het doorknippen van de doorgaande verkeersfunctie nodig was voor de herwaardering van het plein.
Beoordeling:
Het doorknippen van de doorgaande verkeersfunctie langs de Sint-Andriesplaats zou een wijziging betekenen van het circulatieplan van de stad. De aanpassingen die nodig zijn voor het autovrij maken van het plein hebben immers een impact op grotere schaal. Voorliggende aanvraag behelst slechts verfraaiingswerken van het plein en de heraanleg van de straat. Alleen voor de wijzigingen die deel uitmaken van deze aanvraag wordt de ruimtelijke impact beoordeeld. Het bezwaar is bijgevolg ontvankelijk, maar ongegrond;
5. Vernietigen van de woonerfaanleg aan de Westkant van het plein: Het verlengde van de Lange Ridderstraat wordt volledig opengesteld voor auto’s middels een recht stuk, door paaltjes afgebakende weg. Dit is volgens de bezwaarindiener in tegenspraak met hoe een woonerf opgebouwd zou moeten zijn, met verkeersremmers en doorlopend voetpad over de hele breedte.
Beoordeling:
Een woonerf is een zone waar de verblijfsfunctie primeert en waar de betrokken wegen slechts een functie vervullen voor verkeer dat zijn bestemming of zijn herkomst heeft binnen het woonerf zelf. Het doorgaand verkeer wordt tegengegaan. De prioriteit gaat in een woonerf uit naar de voetganger, die dan ook de volledige breedte van de openbare ruimte binnen het woonerf mag gebruiken.
Het woonerf dient ingericht te worden in functie van het gelijktijdig aanwezig zijn van voetgangers en bestuurders, die beiden de volledige beschikbare ruimte van het woonerf mogen gebruiken. Dit gelijktijdig aanwezig zijn moet zo harmonieus mogelijk gemaakt worden, en de veiligheid van alle weggebruikers – in het bijzonder van kinderen, die overal in het woonerf mogen spelen – te verzekeren. De nieuwe aanleg van het verlengde van de Lange Ridderstraat voldoet aan bovenstaande definitie van een woonerf. Het bezwaar is bijgevolg ontvankelijk, maar ongegrond;
6. Rijrichting Lange Ridderstraat: Het verkeer dat vanuit de Kloosterstraat de Korte Vlierstraat inrijdt, rijdt zich niet meer vast op het plein, indien de Lange Ridderstraat van rijrichting kan veranderen. Bijkomend voordeel is dat verkeer voor de school De Musica minder geneigd zal zijn tot foutparkeren op het plein.
Beoordeling:
Het veranderen van de rijrichting van de straten zou een wijziging betekenen van het circulatieplan van de stad. De aanpassingen die nodig zijn, hebben immers een impact op grotere schaal. Voorliggende aanvraag behelst slechts verfraaiingswerken van het plein en de heraanleg van de straat. Alleen voor de wijzigingen die deel uitmaken van deze aanvraag wordt de ruimtelijke impact beoordeeld. Het bezwaar is bijgevolg ontvankelijk doch ongegrond;
7. De aanleg van de Pachtstraat: In voorliggend plan worden de voetpaden smaller en de rijweg breder. Door de aanleg van de Pachtstraat als woonerf zou de veiligheid van de zwakke weggebruikers worden verbeterd.
Beoordeling:
Het behoort tot de autonome keuze van de aanvrager om het type van de straat al dan niet te wijzigen. Het klopt dat de aanleg van de Pachtstraat als woonerf de veiligheid van de zwakke weggebruikers zou verbeteren. De aanvraag betreft echter een straataanleg, dit is ruimtelijk inpasbaar. Het bezwaar is dan ook ontvankelijk en ongegrond;
8. Aanleg fietscorridor van 6m breed: Aan de oostzijde van het plein (nrs. 18 tot 21) wordt een breed en rechtlijnig fiets-o-strade-effect gecreëerd. Door het verdwijnen van de banken tussen de bomen, is er meer ruimte voor doorgaand fietsverkeer wat kan leiden tot te snelle fietsers en onveilige situaties voor spelende kinderen en bewoners. Bovendien wordt het plein afgesneden van de bewoners door de aanleg van deze fietsdoorgang.
Beoordeling:
Momenteel staan er voor de gevels een plantvak, een buurttuin en 16 fietsbeugels. Deze zorgen voor een fysieke barrière tussen de huizen en het plein. Ook de doorgang van de Pompstraat naar de Pachtstraat is vooral voor fietsers niet duidelijk. Door het weghalen van dit meubilair wordt de doorgang en zichtbaarheid van fietsers en voetgangers verbeterd, wat ook de veiligheid verhoogd.
In de huidige situatie worden de fietsers gedwongen om of zeer dicht tegen de gevels te rijden of tussen de banken en fietsbeugels te rijden. Het eerste geval zorgt voor gevaar wanneer een bewoner zijn huis wil verlaten, in het tweede geval is er geen overzicht op het plein. De kans dat er een spelend kind uit het niets voor de fietsers loopt, is reëel. Door implementatie van een obstakelvrije doorgang van 6m breed, zal de fietser niet genoodzaakt zijn om dicht tegen de gevels te rijden en heeft hij een goed zicht op spelende kinderen. Rekening houdend met het feit dat de fietser op het kruispunt Pompstraat een schuine boordsteen moet oprijden en op het kruispunt met de Pompstraat voorrang van rechts moet respecteren, wordt gesteld dat er geen as voor snelle fietsers wordt gecreëerd. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
9. Behoud van bestaande verharding van het plein. De staat van de bestaande verharding is plaatselijk erg slecht wat leidt tot onveilige situaties. De ruwe klinkers kwetsen de kinderen vaak, ze kunnen er moeilijk krijttekeningen op maken en rolschaatsen / skaten is ook moeilijk.
Beoordeling:
Er wordt gebruik gemaakt van het standaard materiaal (uitgewassen betonstraatstenen met natuursteengranulaten, straatkeien en asfalt). Dit om een uniform en leesbaar beeld te verkrijgen op het grondgebeid van de stad.
Het klopt dat de stenen rond de boomcirkels plaatselijk omhoog worden geduwd door de wortels. De veiligheid van de gebruikers moet a priori gegarandeerd zijn. Als voorwaarde wordt daarom opgelegd de betegeling waar nodig aan te passen zodoende de loopvlakken op het plein te egaliseren. Het bezwaar is ontvankelijk en deels gegrond;
10. Asfaltering van de rijweg: De bezwaarindiener stelt dat het gebruik van asfalt ‘in het kader van de klimaatproblematiek/hittestress’ niet geschikt is. Volgens de bezwaarindiener strookt dit niet met de invoering van diverse maatregelen om de gezondheidsimpact van autoverkeer te verminderen en de opwarming binnen de stad te verlagen (zoals invoering lage-emissiezone).
Beoordeling:
Niettegenstaande een deel van de weg wordt aangelegd in asfalt, verkleint de geasfalteerde oppervlakte aanzienlijk. Alleen het berijdbare gedeelte wordt geasfalteerd, de parkeerstroken en verkeersdrempels worden voorzien met klinkers. In het kader van de klimaatproblematiek/hittestress betekent de heraanleg een verbetering van de situatie. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
11. Het vervangen van de bestaande moestuintjes door ronde plantenbakken van 30 cm hoog. De bezwaarindiener stelt de geschiktheid (oppervlakte, hoogte, ligging,…) van de ronde bakken als moestuintjes in vraag.
Beoordeling:
Het gebruik van de plantenbakken als moestuintjes is vastgelegd in een overeenkomst tussen de gebruikers en het district. Deze overeenkomst betreft een burgerrechtelijke regeling en is niet van stedenbouwkundige aard. Het plaatsen van ronde plantenbakken betekent geen verstoring van de goede ruimtelijke kwaliteit. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
12. Verarming van het groen op het plein en geen toekomstvisie voor de bomen: De bezwaarindiener stelt dat het nieuwe ontwerp in minder groenoppervlakte voorziet ten opzichte van de bestaande toestand. Bovendien wordt één boom gerooid zonder dat die wordt vervangen. De bezwaarindiener stelt dat die boom niet in slechte conditie is. Andere bomen zouden wel in slechte staat zijn.
Beoordeling:
Voorliggende aanvraag wordt gunstig geadviseerd door de stedelijke groendienst. Zij bevestigen dat de boom ter hoogte van huisnummer 23 (Salix babylonica ‘Tortuosa’) in slechte conditie is en daarom gerooid mag worden. In straten die op Sint Andriesplaats uitkomen worden er 5 nieuwe bomen (Carpinus betulus ‘Frans Fontaine’) door de groendienst aangeplant in voetpad uitstulpingen (Lange Vlierstraat 2st, Pachtstraat 2 st, Korte Vlierstraat 1st). Daarnaast worden de bestaande plantenbakken vervangen door nieuwe. De totale oppervlakte van de nieuwe plantenbakken is groter dan in de bestaande toestand. Dit betekent dat de heraanleg een verbetering is van de situatie. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
13. De hygiëne in de boomcirkels. De hygiëne van de boomcirkels laat volgens de bezwaarindiener te wensen over. Bovendien zou de schors van de bomen worden aangetast door de urine van de honden. Dit zou volgens de bezwaarindiener verbeterd kunnen worden met roosters.
Beoordeling:
De aanvrager besliste geen roosters te plaatsen op advies van de groendienst; de kans op beschadiging van de wortels is te groot. De kwaliteit van het onderhoud van het openbaar domein is in se geen argument dat een oordeel vormt over de ruimtelijke impact ervan. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
14. De aanleg van geveltuintjes: tijdens het laatste buurtoverleg werd de mogelijkheid voorzien om een plantenbak te laten inkleuren tegen de gevels van de bewoners. De bewoners die niet op dit overleg aanwezig konden zijn, kregen deze keuze niet. De bezwaarindiener stelt bovendien dat de geveltuintjes erg smal zijn. Er wordt verwezen naar de geveltuintjes in de Rijke Beukelaarstraat.
Beoordeling:
Elke bewoner is in de mogelijkheid om een geveltuin aan te leggen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De politiecodex legt onder meer op dat een geveltuin een maximale diepte heeft van 30 cm. De bewoners moeten hiervoor geen toelating vragen. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
15. De omheining ter hoogte van het klimrek wordt gedeeltelijk verwijderd. Dit zou de veiligheid van de spelende kinderen niet ten goede komen. De bezwaarindiener stelt dat er niets voorzien is voor de ouders om daar op eenvoudige manier toezicht te kunnen houden.
Beoordeling:
De omheining rond het klimrek wordt inderdaad ingekort. Deze wijziging heeft geen impact op de veiligheid van de spelende kinderen, daar de omheining ter hoogte van de straatrand behouden blijft. De omheining wordt uitgevoerd als zitmuur, met gedeeltelijke leuning, zodat de ouders op een aangename manier toezicht kunnen houden. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
16. De opstelling van de ronde banken. Ronde banken waarbij de gebruikers met de rug naar mekaar toe zitten, zijn volgens de bezwaarindiener ongeschikt voor de buurtvergaderingen die vaak op het plein worden georganiseerd. Bovendien bevorderen ze niet de functie van het plein als ontmoetingsruimte. Het is voor de bezwaarindiener niet duidelijk of de banken voorzien zijn van een rugleuning.
Beoordeling:
De negatieve beoordeling van het plein als ontmoetingsruimte omwille van de plaatsing van de banken, betreft louter een interpretatie en kan niet als een stedenbouwkundig argument gebruikt worden.
De banken in voorliggend ontwerp zijn allemaal voorzien van een rugleuning. Door deze leuning op sommige plaatsen te supprimeren, bestaat de mogelijkheid om zich naar mekaar toe te richten. De aanvrager biedt dit zelf aan als een oplossing voor dit bezwaar. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
17. De locatie van het VELO-station. De bezwaarindiener stelt dat het VELO-station beter aan de zijde van de Costa en de bibliotheek wordt geplaatst.
Beoordeling:
Het behoort tot de autonome keuze van de aanvrager om de locatie van het VELO-station al dan niet te wijzigen. Het VELO-station wordt ingeplant aan de rand van de straat, zo blijft de afscherming van de straat voor spelende kinderen intact. Deze locatie betreft geen verstoring van de goede ruimtelijke ordening. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
18. De plaatsing van ondergrondse afvalbakken. De stad Antwerpen zou in de toekomst geen huisvuilophaling met vrachtwagens meer doen, maar sorteerstraatjes inbouwen. Het is voor de bezwaarindiener niet duidelijk waar de ondergrondse afvalbakken worden voorzien.
Beoordeling:
De plaatsing van de ondergrondse afvalbakken maakt geen deel uit van voorliggende aanvraag. De ruimtelijke impact van een eventuele toekomstige plaatsing van containers, wordt op dit moment nog niet beoordeeld. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond;
19. Het oneigenlijke gebruik van het plein door de horeca. De vooropgestelde implementatie verhoogt, volgens de bezwaarindiener, dat oneigenlijk gebruik nog meer; het levert extra zitplaatsen op voor de horeca.
Beoordeling:
Voor de plaatsing van een horecaterras moet een terrastoelating worden aangevraagd. De inplanting van het terras moet voldoen aan het politiereglement open horecaterrassen. De ruimtelijke impact van de horecaterrassen, wordt in het kader van deze aanvraag niet beoordeeld. Het bezwaar is ontvankelijk, maar ongegrond.
Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure.
Aanvragers: stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen
Ligging van het perceel: Sint-Andriesplaats en Pachtstraat ZN, 2000 Antwerpen
Kadastrale gegevens: (afd. 4) sectie D 0
Onderwerp: Sint-Andriesplaats en Pachtstraat, heraanleg
Dossiernummer: 20161291
Intern dossiernummer: AN1/B/Digitaal/GR/
Type dossier: reguliere procedure
De gemeenteraad neemt kennis van het aanvraagdossier, het verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar en in het bijzonder volgende plannen:
De gemeenteraad stelt vast dat het college van oordeel is dat op basis van het bijgevoegd verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, de stedenbouwkundige vergunning kan verleend worden aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De gemeenteraad neemt kennis van het aanvraagdossier, het verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor wat betreft de 'zaak van de wegen' en inzonderheid volgende plannen:
De gemeenteraad beslist om de bezwaren inzake de staat van de bestaande verharding vermeld onder de punt 9 als deels gegrond te aanvaarden en hiervoor milderende maatregelen op te leggen in de vergunning en de overige bezwaren als ongegrond te verwerpen op basis van het advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar wat betreft de bespreking van deze bezwaren en de beoordeling ervan tot zijn eigen standpunt te maken.
De gemeenteraad beslist: