Ja
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | SCHOLENGROEP 1 : ANTWERPEN |
| De aanvraag omvat: | plaatsen van een tijdelijk modulair schoolpaviljoen |
| Dossiernummer: | ANL/B/20161234 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Inzake mobiliteit stelt het college vast dat geen bijkomende autoplaatsen opgelegd zijn in de vergunning. Tijdelijke functies genereren ook parkeerdruk die opgevangen dient te worden. Gelet op de perifere ligging van het complex en de grote afstanden is het voorzien van auto- en fietsparking aangewezen. In deze past het college de bepalingen uit de bouwcode toe en houdt zij rekening met het concrete gebruik van de tijdelijke gebouwen. Het betreft een complex met 10 klaslokalen. Er zal een bezetting zijn van 10 leerkrachten alsook ongeveer 250 lesvolgers per dag. Aangezien de bepaling van het aantal plaatsen op maat moet gebeuren, stel het college dat 10 plaatsen, bijkomend aan het reeds voorziene aanbod aan parkeerplaatsen aan de bestaande school, voldoende zal zijn om de extra voertuigen op te vangen en het straatparkeren niet te belasten. Tevens ligt dit in lijn met de parkeernorm voor secundair onderwijs. In de mobiliteitstoets wordt er aangegeven dat de huidige lessen reeds gegeven worden in het bestaande gebouwencomplex. Bijkomend is er voor het nieuwe administratieve gebouw tevens een parking en fietsenstalling voorzien. De tijdelijke klassen kunnen hier gebruik van maken wat betreft de wagens. Moest blijken dat de parking niet voldoende groot is voor het gebruik, dient deze uitgebreid te worden op eigen terrein. Indien hiervoor een vergunning nodig is, dient men eerst hiervoor deze te bekomen. Aangezien het terrein zeer groot is en voldoende open ruimte bevat, vormt dit naar vergunbaarheid geen probleem, zolang deze gelinkt is en in verhouding is tot de bijkomende tijdelijke klassen.
Volgens de fietsnorm moeten er 90 plaatsen voorzien worden. Indien er een teveel aan fietsen voorzien is bij de recent verleende vergunning mag dit overschot afgetrokken worden van de 90 plaatsen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Geldigheidsduur:
De werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan 2 jaar in stand blijven. Dit met uitzondering van de eventuele autoparkeerplaatsen en fietsenstalplaatsen die na de opbraak van de tijdelijke klassen behouden mogen blijven indien gewenst.