Overeenkomstig artikel 2.3.2. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening keurt de gemeenteraad gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen goed.
Op 27 juni 2016 (jaarnummer 450) besliste de gemeenteraad om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' definitief vast te stellen.
De uitgangspunten voor de stedenbouwkundige verordening zijn:
De stedenbouwkundige verordening werd opgemaakt omdat aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen voor studentenhuisvesting tot nu toe nog steeds worden geadviseerd op basis van de richtlijn van 2011. Een richtlijn is geen bindend juridisch instrument. Het is geen sinecure om per bouwaanvraag een juridisch sluitende motivering uit te schrijven.
Om duidelijke richtlijnen juridisch afdwingbaar te kunnen maken, werden deze verankerd in een stedenbouwkundige verordening die werd opgemaakt in nauw overleg met de betrokken partners.
Overeenkomstig artikel 2.3.2. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beschikt de deputatie over een termijn van 60 dagen om de stedenbouwkundige verordening goed te keuren.
Indien de deputatie geen beslissing heeft genomen binnen deze termijn kan het schepencollege de deputatie rappeleren. De deputatie heeft dan opnieuw een termijn van 35 dagen om een beslissing te nemen.
Op 7 juli 2016 werd de door de gemeenteraad definitief vastgestelde stedenbouwkundige verordening voor goedkeuring overgemaakt aan de deputatie. Vermits binnen de termijn van 60 dagen door de deputatie geen beslissing werd genomen, werd op 15 september 2016 een rappelbrief gestuurd.
Tot op heden nam de deputatie nog steeds geen beslissing in dit dossier.
Motivering intrekking
Op inhoudelijk vlak is het de bevoegdheid van de lokale overheid om een beleid inzake de ruimtelijke ordening van studentenkoten uit te werken en toe te passen in haar vergunningenbeleid (in dit geval: het tegengaan van overmatige concentratie van studentenkamers). Op juridisch vlak is er tussen de lokale en de bovenlokale overheid een meningsverschil in de interpretatie van het te hanteren verordenend instrumentarium. Daarom wordt voorgesteld om de visie van de bovenlokale overheid te volgen, en het gewenste beleid te verankeren in een gemeentelijk RUP in plaats van in een stedenbouwkundige verordening. Tevens wordt verwezen naar de omzendbrief van de deputatie inzake de beoordeling als beroepsinstantie van beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in het kader van stedenbouwkundige en verkavelingsvergunningen.
Motivering om als beleidsrichtlijn te hanteren
Inhoudelijk bestaan er geen bezwaren tussen lokale en bovenlokale overheid over het voorgestelde beleid. Aangezien de gemeenteraad op 27 juni 2016 (jaarnummer 450) reeds het voorgesteld beleid inzake de studentenhuisvesting goedkeurde (aan de hand van de definitieve vaststelling van de stedenbouwkundige verordening) wordt identiek dezelfde beleidsvisie overgenomen als beleidsrichtlijn.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), in het bijzonder de artikelen 2.3.1. en volgende leggen de procedure vast voor de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen.
Het college verzoekt de gemeenteraad om zijn beslissing van 27 juni 2016 (jaarnummer 450), houdende definitieve vaststelling van de stedenbouwkundige verordening 'Studentenhuisvesting' in te trekken.
Het college beslist de principes, vervat in de door de gemeenteraad van 27 juni 2016 (jaarnummer 450) definitief vastgestelde verordening 'Studentenhuisvesting', verder te hanteren als beleidsrichtlijn bij de beoordeling van aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen.
Het college beslist om de principes, vervat in de door de gemeenteraad van 27 juni 2016 (jaarnummer 450) definitief vastgestelde verordening 'Studentenhuisvesting', juridisch te verankeren door het opmaken van een ruimtelijk uitvoeringsplan.
| Dienst | Taak |
| SW/R | de leegstand van de studentenverblijven monitoren en gebieden waar 15% leegstand is aan de beleidsrichtlijn onderwerpen, alsook monitoren hoeveel studentenverblijven in type eengezinswoningen voorzien zijn op dit moment. |