Terug

2016_CBS_08776 - Remuneratie - Uitvoering eindrapport HAY – Wijzigingen rechtspositieregeling - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/10/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_08776 - Remuneratie - Uitvoering eindrapport HAY – Wijzigingen rechtspositieregeling - Goedkeuring 2016_CBS_08776 - Remuneratie - Uitvoering eindrapport HAY – Wijzigingen rechtspositieregeling - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

De budgettaire gevolgen van deze beslissingen zullen gedragen worden binnen de personeelslijnen van stad, respectievelijk ocmw en er wordt hier geen financiële tabel voorzien. 

Regelgeving: bevoegdheid

De aanstellende overheid voor deze topfuncties van de stad is het college van burgemeester en schepenen. Op 26 september 2016 (jaarnummer 0598) delegeerde de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststelling van de rechtspositieregeling naar het college.

Aanleiding en context

Op 15 januari 2016 nam het college kennis van het eindrapport van HAY en gaf ze goedkeuring tot uitvoering ervan zodra hiervoor de mogelijkheden in het gemeentedecreet voorzien waren. 

Argumentatie

Op 3 juni 2016 gaf het Vlaams parlement goedkeuring aan de wijzigingen van het gemeentedecreet. Artikel 106 van dit decreet voorziet sindsdien de mogelijkheid voor de stad om, op basis van schaalgrootte, gemotiveerd af te wijken van de minimale voorwaarden inzake de bezoldigingsregeling en salarisschalen, de toekenning van toelagen en vergoedingen en het verlof en de afwezigheden, met uitzondering van de ondergrenzen die de Vlaamse Regering daarin vaststelt. Dit artikel trad in werking op 8 juli 2016. Het collegebesluit van januari kan daardoor uitgevoerd worden en kunnen er specifieke bepalingen omtrent verloning in de rechtspositieregeling worden opgenomen.

Voor de argumentatie van de inhoudelijke beslissingen kan integraal verwezen worden naar de HAY-studie waaraan het college goedkeuring heeft gegeven. Het college treedt op als overkoepelend remuneratiecomité.

Juridische grond

Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd op 3 juni 2016.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB08 - Iedere medewerker zet zich elke dag ten volle in om de doelstellingen te realiseren
1TSB0801 - Personeelsinzet wordt optimaal georganiseerd in functie van de klant
1TSB080103 - De interne organisatie is efficiënt en klantgericht
1TSB080103P05546 - RPR

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat aan de rechtspositieregeling van stad en OCMW onder Deel 6 Salaris een volgende titel wordt toegevoegd:

Titel 6.6 Specifieke bepalingen voor topfuncties

Artikel 1

Deze titel is van toepassing op de topfuncties van stad en OCMW, waaronder volgende functies worden begrepen: de stadssecretaris, de OCMW-secretaris, de financieel beheerder,  de strategische coördinator en de bedrijfs- en bestuursdirecteurs.

Artikel 2

Het personeelslid in een topfunctie wordt bezoldigd in de salarisschaal van het verantwoordelijkheidsniveau (hierna: level) waarin zijn functie is gewogen zoals opgenomen in bijlage. Deze bedragen worden geïndexeerd conform de geldende bepalingen.

Elke level bestaat uit 5 trappen van telkens 5 jaar. Het bepalen van de juiste trap binnen een level voor de inschaling van een personeelslid in een topfunctie gebeurt bij aanstelling op basis van relevante ervaring.

Als relevante ervaring wordt beschouwd: alle jaren en maanden in een mandaatopdracht bij stad of OCMW Antwerpen in de voormalige graden A10a-A10b en/of in de mandaatfunctie bestuurscoördinator district.  Voor de meerekenbaarheid van externe ervaring uit de publieke of private sector wordt door de selectiejury een advies aan de aanstellende overheid uitgebracht. De aanstellende overheid beslist welke externe ervaring kan worden meegenomen in de weddevaststelling en/of deze al dan niet in aanmerking komt voor een trapverhoging.

Artikel 3

Bij de start van een volgende mandaatopdracht en onder voorwaarde van een gunstige eindevaluatie bij de vorige mandaatopdracht in een topfunctie, stijgt het personeelslid in een topfunctie naar een volgende trap binnen de level waarin zijn functie is ondergebracht.

Om de overgang te maken van de inschaling in het voormalige barema A10a-b naar de nieuwe level behoudt de functiehouder zijn wedde totdat de juiste trap van zijn level gunstiger wordt.

Artikel 4

Het personeelslid in een topfunctie kan jaarlijks na gunstige waardering en het behalen van de vereiste resultaten een variabele verloning toegekend krijgen. Het variabele bedrag dat kan worden toegekend bij het behalen van 100% van de resultaten is opgenomen in bijlage. De stadssecretaris of de OCMW-secretaris beslist bij de jaarlijkse evaluatie welk percentage per titularis van toepassing is. Deze bedragen worden geïndexeerd conform de geldende bepalingen. 

Artikel 2

De budgettaire gevolgen van deze beslissingen zullen gedragen worden binnen de personeelslijnen van de stad, respectievelijk het OCMW.