Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Philip Heylen, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Koen Kennis, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_06405 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Harry's Wafelbakkerij bvba, Kaarderstraat 15, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/132/NR - Goedkeuring
Motivering
Gekoppelde besluiten
Vlarem. District Hoboken. Milieuvergunning klasse 2 aan Hendrick
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: Harry's Wafelbakkerij bvba, Kaarderstraat 15, 2660 Hoboken-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een wafelbakkerij.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een milieuvergunning op proef, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Harry's Wafelbakkerij bvba, Kaarderstraat 15, 2660 Hoboken-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een wafelbakkerij.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen
|
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid
|
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
|
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht
|
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6 en hoofdstuk 4.10;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – licht
|
hoofdstuk 4.6.
|
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen
|
hoofdstuk 5.15;
|
|
behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen
|
hoofdstuk 5.16.1;
|
|
fysisch behandelen van gassen
|
hoofdstuk 5.16.3;
|
|
opslag van gevaarlijke producten - gemeenschappelijke bepalingen
|
hoofdstuk 5.17.1;
|
|
gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen - algemene bepalingen
|
hoofdstuk 5.17.4.1;
|
|
gevaarlijke vloeistoffen - opslag in bovengrondse houders
|
hoofdstuk 5.17.4.3;
|
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures
|
hoofdstuk 5.43.1 en 5.43.4;
|
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW - 5 MW)
|
hoofdstuk 5.43.2.3;
|
|
voedingsnijverheid en handel - algemeen
|
hoofdstuk 5.45.1.
|
Artikel 3
Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:
- het buizenstelsel van de inrichting dient vooreerst gereinigd te worden en nadien gecontroleerd op lekken of andere beschadigingen. Uiterlijk één jaar na ingang van de proefvergunning dient hiervan een verslag bezorgd te worden aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
- er dient een meetcampagne voor het bedrijfsafvalwater opgestart te worden waarbij minimum drie staalnames gebeuren met telkens een tussentijd van minstens één maand. De parameters waarvoor bijzondere lozingsnormen aangevraagd werden, worden telkens geanalyseerd. Uiterlijk één jaar na ingang van de proefvergunning dienen de resultaten van deze meetcampagne bezorgd te worden aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
- verder onderzoek dient uitgevoerd te worden om de reden van de overschrijdingen te achterhalen. Uiterlijk één jaar na verlenen van de proefvergunning wordt hiervan een verslag bezorgd aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
- indien niet wordt gekozen voor het opvangen en afvoeren van het bedrijfsafvalwater, worden tijdens de proefvergunning van twee jaar volgende bijzondere lozingsnormen aan een debiet van maximaal 1 m³/uur, 2 m³/dag en 300 m³/jaar opgelegd:
|
Parameter
|
Eenheid
|
Bijzondere lozingsnorm
|
|
arseen
|
mg/liter
|
0,025;
|
|
zink
|
mg/liter
|
0,3;
|
|
koper
|
mg/liter
|
0,15;
|
|
cadmium
|
mg/liter
|
0,008;
|
|
lood
|
mg/liter
|
0,25;
|
|
fosfor totaal
|
mg/liter
|
10.
|
5. om in orde te zijn met de stedenbouwkundige verordeningen, dient de exploitant een vetvang te plaatsen.
Het college wijst erop dat volgende brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
- muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;
- snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
- snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
- in het gebouw dienen maatregelen genomen te worden om melding van brand en alarm door te geven;
- de inrichting moet voorzien worden van pictogrammen en van veiligheidsverlichting die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Artikel 4
Het college wijst erop dat de milieuvergunning op proef ingaat op 20 juli 2016 en eindigt op 20 juli 2018.
Artikel 5
Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.
Artikel 6
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.