Terug

2016_CBS_04756 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - TramContractors nv, Mexicostraat/Kattendijkdok-Oostkaai/Amsterdamstraat/Londenstraat/Rijnkaai/Sint-Laureiskaai/Sint-Paulusstraat zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/161/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 03/06/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_04756 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - TramContractors nv, Mexicostraat/Kattendijkdok-Oostkaai/Amsterdamstraat/Londenstraat/Rijnkaai/Sint-Laureiskaai/Sint-Paulusstraat zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/161/AV - Goedkeuring 2016_CBS_04756 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - TramContractors nv, Mexicostraat/Kattendijkdok-Oostkaai/Amsterdamstraat/Londenstraat/Rijnkaai/Sint-Laureiskaai/Sint-Paulusstraat zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2016/161/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager: TramContractors nv - Antoon van Osslaan 1 bus 2 - 1120 Neder-Over-Heembeek. De aanvraag omvat de exploitatie van een bouwwerf in kader van het Masterplan Antwerpen – Brabo II.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting, zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage en sluit zich aan bij deze motivatie.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

Om de veiligheid te garanderen en de kaaimuren als monument te beschermen, dienen volgende bijzondere voorwaarden nageleefd te worden:

  • indien nodig wordt een klip/klim melding gemaakt voor het uitvoeren van de ondergrondse kruising van de openbare weg;
  • er mag geen water langs de kaaimuur stromen. De afvoerbuis dient tot onder de waterlijn geplaatst te worden;
  • alle delen die uit het voorvlak van de kaaimuur steken dienen beschermd te worden door middel van een fendering of dergelijke;
  • men dient op te passen voor de ondergrondse kaaimuurelementen. Deze ondergrondse kaaimuurinstallaties kunnen zich tot diverse meters landinwaarts bevinden.

De stadshavendienst (stadshavendienst@stad.antwerpen.be) ontvangt graag volgende informatie voor de aanvang van de werken:

  • de exacte locatie van de lozing (positie eventueel verduidelijken door foto’s, technisch plan, …);
  • welke constructie er eventueel op de kaaioppervlakte geplaatst wordt en of deze constructie invloed heeft op het kaaioppervlak;
  • kunnen schepen veilig meren langs de voorgestelde locatie? Is er bijkomende hinder voor het aan- of afmeren van schepen in de omgeving? Zijn de nodige voorzieningen hiervoor getroffen ?
  • contactpersoon voor de opvolging van lozing en de eventueel betrokken constructie.

Een grondwateronttrekking kan een bodemverontreiniging in de omgeving verspreiden. Daarom dient u na te gaan of er een bodemverontreiniging aanwezig is in de buurt van de geplande grondwateronttrekking. Desgevallend moet de impact bepaald worden en moet beoordeeld worden of er geen verplaatsingen en/of  versnellingen van de verontreiniging zal optreden. Meer informatie hierover vindt u op www.ovam.be/technische-richtlijn-grondwaterhandelingen-beheer-van-bodemverontreiniging.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.