Terug

2016_CBS_11148 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20161974 - district Antwerpen - Rigastraat 31 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/12/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_11148 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20161974 - district Antwerpen - Rigastraat 31 - Goedkeuring 2016_CBS_11148 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20161974 - district Antwerpen - Rigastraat 31 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: DCA
De aanvraag omvat: afbreken van een bestaand magazijn en het bouwen van 76 residentiële appartementen met een commercieel gelijkvloers en een ondergrondse parking
Dossiernummer: AN9/B//20161974

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Lastvoorwaarden

Het college besliste op 8 juli 2016 over de principes van stedenbouwkundige ontwikkelingslasten bij vergunningen.

Dit dossier haalt de normen voor het opleggen van stedenbouwkundige ontwikkelingslasten (sok).Het college beslist om stedenbouwkundige lasten op te leggen aan DCA NV in het kader van deze stedenbouwkundige vergunning. Stedenbouwkundige lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de aanvrager van de vergunning uit die vergunning haalt, en in de bijkomende taken die de overheid heeft door de uitvoering van de vergunning. Een opgelegde stedenbouwkundige last creëert een meerwaarde ten behoeve van het algemeen belang.

Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist. De last wordt als financiële last vrij van btw geheven.

De stedenbouwkundige lasten worden berekend overeenkomstig het collegebesluit van 8 juli 2016 (jaarnummer 6172).

Er wordt voorgesteld om enkel op het bouwvolume wonen lasten op te leggen en niet op het bouwvolume retail (brutovolume wonen bovengronds is ca. 8.300 m² opgegeven door ontwikkelaar; aan 50 euro/m² als normbedrag; retail is 1.757m² en blijft onder de norm van 2000m²) en dit als financiële last op te leggen. De normlast stedenbouwkundige ontwikkelingskosten bedraagt hiervoor 415.000 euro vrij van btw.

Twee percelen stadsgrond dienen vanuit stedenbouwkundige voorschriften verplicht in dit bouwproject opgenomen te worden. De ontwikkelaar heeft formeel zijn ongenoegen aan de stad geuit tegen het hoge bedrag van de verkoopsprijs en om daarbovenop nog een stedenbouwkundige last op te leggen. Door de stad werd eerder beslist om één perceel stadsgrond van 421m² aan 1,31 miljoen euro oftewel ca. 3.115 euro/m² aan te verkopen (vastgelegd in gemeenteraadsbesluit 24/10/2016, jaarnummer 692).

Om tot een oplossing te komen werd op 12 december 2016 voorgesteld om een verminderd bedrag aan stedelijke ontwikkelingslasten (sok) voor te stellen aan de ontwikkelaar, bovenop het bedrag van de verkoop van de twee percelen aan samen 1,35 miljoen euro. De ontwikkelaar heeft in deze onderhandeling zijn akkoord schriftelijk gegeven voor een bedrag van 150.000 euro aan stedenbouwkundige lasten, bovenop het besliste bedrag van de grondprijs van 1,35 miljoen euro.

De inkomsten voor de stad van stedenbouwkundige lasten moeten vanuit de regelgeving een expliciete bestemming krijgen met een link in de nabijheid van het project. Bij beslissing van de sok moet dit meteen vastgelegd worden.

De stad plant de bouw van een extra stedelijke school in deze buurt; daarnaast is er ook een stedelijk kinderdagverblijf voorzien, waarvoor op basis van informatie vanuit het betrokken kabinet op 15 december 2016 nog financiering nodig zou zijn. De realisatie van het bouwprogramma van het kinderdagverblijf zit niet onder de Cadixstolp.

Er wordt voorgesteld om deze stedenbouwkundige financiële last te bestemmen in de wijk “Eilandje” (ANT 05) voor een in 2017 te realiseren nieuw kinderdagverblijf in de Madrasstraat.

Financiële gevolgen

 De stad legt de stedenbouwkundige financiële lasten op en de ontvangsten hiervan bedragen 150.000 euro vrij van btw (Art. 6  Wetboek BTW) en kunnen geboekt worden op budget 2017 met als bestemming investering in bouw van kinderdagverblijf in de Madrasstraat, waarvan de realisatie voorzien is in 2017.


Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is 

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen strikt na te leven;
  • De deuren naar de fietsenbergingen moeten automatisch open gaan.
  • De fietsenstalling wordt uitgevoerd zoals weergegeven op de als addendum aan het dossier toegevoegde plannen ADD 1 en ADD 2.
  • Het laden en lossen moet gebeuren op bestaande laad- en loszones in de omgeving
  • Indien er zou worden voorzien dat de belevering van de handelsruimtes inpandig zal plaatsvinden, moet men er rekening mee houden dat de voertuigen voorwaarts dienen te rijden bij zowel het in- als het uitrijden. Indien dit niet mogelijk is dient het laden en lossen plaats te vinden in de langsrichting op de openbare weg.
  • Voor elke commerciële unit groter dan 400 m2 dient een sociaal-economische vergunning te worden aangevraagd
  • De netto handelsoppervlakte mag na opdeling van het casco handelsgelijkvloers nooit groter zijn dan 400 m2.
  • Het programma voor het gelijkvloers wordt beperkt tot detailhandel, reca en/of kantoren om aan de parkeernorm te voldoen.
  • Bij het uitbreiden van commerciële ruimtes met bijkomende behoefte aan parkeergelegenheid verdient het een aanbeveling om een mobiliteitstoets op te maken.
  • er dient maximaal ingezet te worden op hergebruik van het hemelwater;
  • indien het hemelwater afkomstig van de groendaken en terrassen wordt opgevangen in de waterrecuperatietank, moet het nog gefilterd worden door een actieve koolstoffilter
  • er moet een infiltratievoorziening geplaatst worden, tenzij op basis van infiltratieproeven in combinatie met een profielbeschrijving kan aangetoond worden dat infiltratie niet realiseerbaar is.
  • voor bronbemaling moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II)
  • de lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 – 5 van Vlarem II
  • de ondergrondse constructie dient te worden uitgevoerd als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
  • M.b.t. toegankelijkheid dient het volgende worden aangepast:
    • Er moet een vrije wandruimte van min.50 cm voorzien worden naast en in het vlak van de toegangsdeuren van de appartementen indien ze dieper liggen dan 20 cm in de wand.
    • Eventuele kleedruimtes en pashokjes moeten aangepast voorzien worden
    • Wanneer er sanitair /doucheruimtes of combinatie douche en toilet voor klanten voorzien wordt moet dit aangepast sanitair zijn.
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist om op het bouwvolume wonen stedenbouwkundige ontwikkelingslasten op te leggen. Het college beslist om een financiële last op te leggen als stedenbouwkundige last die voor dit bouwproject van DCA NV in de Rigastraat vastgelegd wordt op 150.000 euro, vrij van btw. Het college neemt er kennis van dat de aanvrager akkoord is gegaan met dit bedrag na onderhandeling.

Artikel 4

Het college beslist dat inkomsten van deze stedenbouwkundige lasten zullen aangewend worden voor een concrete bestemming in de wijk "Eilandje", met name de financiering van de bouwkosten van een kinderdagverblijf in de Madrasstraat, waarvan de realisatie voorzien is in 2017.

Artikel 5

De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt: 

Omschrijving  Bedrag Boekingsadres Bestelbon
Stedenbouwkundige ontwikkelingslasten - kinderdagverblijf Madrasstraat

 150.000 euro

vrij van btw

Budgetplaats: 5150500000

Budgetpositie: 150600

Functiegebied: 1SWN050101A00000

Subsidie: SUB_NR (zal later verplaatst worden naar een subsidiefiche)

Fonds: INTERN

Begrotingsprogramma: 1SA010600

Budgetperiode: 1700

/

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.