Woensdag 12 oktober besliste de raad van bestuur van ISVAG om een nieuwe verbrandingsoven in Wilrijk te bouwen. Een oven met meer capaciteit dan de huidige.
De beslissing van ISVAG om een nieuwe verbrandingsoven te bouwen gaat in tegen het kersverse Vlaams Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen dat stelt dat in het Vlaams gewest, aanbod aan afval en capaciteit voor de verwerking ervan in evenwicht is. De nieuwe verbrandingsoven zou jaarlijks 190.000 ton afval kunnen verbranden, ruim een kwart meer dan de huidige oven (150.000 ton). Onnodig, want er is in Vlaanderen voldoende capaciteit om afval te verwerken. ISVAG zorgt op Vlaams niveau dus voor overcapaciteit. Het ondergraaft ook de inspanningen op het gebied van preventie, hergebruik, selectieve inzameling en recycling.
Kan de schepen van leefmilieu toelichten
- waarom het stadsbestuur niet bij ISVAG aandringt of heeft aangedrongen om te wachten op het in het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen aangekondigde onderzoek naar nieuwe afvalverwerkingstechnieken;
- of zij ook net zoals de voorzitter van ISVAG van oordeel is dat de keuze die Rotterdam zopas maakte voor de chemische recyclage van restafval tot methanol niet haalbaar is;
- waarom dit stadsbestuur er niet toe komt om samen met de randgemeenten een toekomstgericht, duurzaam en geïntegreerd afvalstoffenplan op te stellen waarbij naar integratie en synergie gezocht wordt van de verwerking van ons huishoudelijke afval met de verwerking van ons GFT en de toekomst van de intercommunales Hooge Maey en Igean.
Deze interpellatie wordt samen besproken met:
De vermelde raadsleden stellen hun vragen.
Schepen Heylen geeft antwoord op de vragen.
De vermelde raadsleden houden nog een wederwoord.
Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.