Terug

2016_CBS_04287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Derek Bandencentrale vof, Herentalsebaan 162, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/058/VS - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 20/05/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_04287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Derek Bandencentrale vof, Herentalsebaan 162, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/058/VS - Kennisneming 2016_CBS_04287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Derek Bandencentrale vof, Herentalsebaan 162, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2016/058/VS - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager: Derek Bandencentrale vof - Herentalsebaan 162 - 2100 Deurne-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een bandencentrale.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen

hoofdstuk 5.16.3.


Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  1. brandcompartimentering van de bandenopslagruimte tegenover de rest van het gebouw is verplicht (minstens EI 60 voor muren en vloeren, zelfsluitende deuren minstens EI1 60);
  2. brandcompartimentering van de uitgangen voor bewoners in het gebouw ten opzichte van de bandenopslagplaats is verplicht (minstens EI 60 voor muren/vloeren, zelfsluitende deuren minstens EI1 60);
  3. bandenopslag wordt enkel toegestaan op de gelijkvloerse verdieping;
  4. het diepste punt voor de opslag van banden tegenover de opstelplaats voor een brandweerwagen is 60 meter;
  5. er moet een algemeen automatisch branddetectiesysteem geplaatst worden met duidelijke signaaloverdracht naar alle bewoners. Na plaatsing moet de installatie goedgekeurd worden door een externe dienst voor technische controle;
  6. opslag van ontvlambare producten en werkzaamheden die brand kunnen veroorzaken, zijn verboden in de opslagplaats;
  7. de stedenbouwkundige situatie dient in orde te zijn alvorens de exploitatie kan aanvatten;
  8. op het openbaar domein mag zich geen wachtrij vormen. Wachtende klanten moeten dus inpandig hun wagen kunnen stallen.


Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.