In het Antwerpse klimaatplan (jaarnummer 541) stelt de stad Antwerpen dat het voor de tertiaire sector een instrumentarium zal ontwikkelen om bedrijven te stimuleren tot en ondersteunen bij maatregelen en investeringen met betrekking tot energie-efficiëntie en duurzame energie. Uit de emissie-inventaris blijkt immers dat de sector in vergelijking met huishoudens en stedelijke organisatie aanzienlijk minder bijdraagt aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen. De stad had naar deze doelgroep dan ook nog geen specifiek aanbod. Hier is dus nog veel potentieel om de komende jaren CO2 te besparen.
Op 18 september 2015 (jaarnummer 7750) gunde het college de opdracht “Het uitwerken van een concept ter ondersteuning van de tertiaire sector en industrie met betrekking tot energie-efficiënte en duurzame energie in samenwerking met stakeholders” aan het bedrijf DNV GL.
Deze opdracht past in de uitvoering van de flankerende maatregel "MT.14 – Oprichting van een centrale helpdesk energiezorg" van het klimaatplan van de stad Antwerpen. De opdracht was de ontwikkeling van een businessplan (dat los van subsidies van de stad kan functioneren) voor een instrument ter ondersteuning en stimulering van de tertiaire sector met als doel CO2-besparing,
Deze nota geeft een beknopt overzicht van de resultaten van deze opdracht. Volgende aspecten komen aan bod:
Het proces: co-creatie met belanghebbenden
Een goede mix van ongeveer 70 belanghebbenden (bedrijven, netwerkorganisaties, semi-publieke organisaties en overheden) participeerde onder de leiding van DNV GL en professor Matty Paquay aan het proces. De methodologie van Osterwalder inzake het bouwen van verdienmodellen werd over de verschillende fases gevolgd.
Sommige belanghebbenden participeerden aan alle fases. Andere belanghebbenden beperkten zich tot één of twee van de drie.
Het model: de belangrijkste krachtlijnen
Het model dat tijdens het proces werd uitgewerkt faciliteert marktontwikkeling van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Het heeft volgende kenmerken:
Het model haalt zijn inkomsten uit reclame, publicatierecht van de offertes en het toegangsrecht tot het offerte-platform. De eenmalige kosten zijn voornamelijk de ontwikkeling van de sleutelgatmethode (modulair stappenplan en bijhorende tools) en de platformen. De belangrijkste variabele kosten zijn het loon van de communitymanager en de energie-expert(en).
Het model beoogt drie klanten:
De bedrijven gebruiken hiertoe de sleutelgatmethodiek. Bijkomend kunnen ze volgens deze methode offertes ontwikkelen en deze plaatsen op de offerte-module. De stad biedt hen een drieledige visibiliteit:
3. Het model biedt aan de leveranciers van oplossingen een grotere markt, kwaliteitsvolle offertes (met minder acquisitiekosten) en interessante promotiemogelijkheden via het platform. Innovatieve leveranciers kunnen samen met hun klanten meedingen naar een award.
Vervolgstappen
Aan het college zal een bestek ter goedkeuring voorgelegd worden om het concept verder te ontwikkelen tot gebruiksklaar instrumentarium. Stad Antwerpen zoekt voor deze ontwikkeling ook ondersteuning bij de Vlaamse overheid met de bedoeling om het model na een pilootfase in Antwerpen ook naar andere Vlaamse steden uit te rollen. Dit betekent een meerwaarde voor de financierbaarheid en de robuustheid van het model.
De belangrijkste processen die verder worden uitgewerkt, zijn:
Het college neemt kennis van de resultaten van de voorstudie van het uitwerken van een concept ter ondersteuning van de tertiaire sector en industrie met betrekking tot energie-efficiëntie en duurzame energie.