Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Antwerp Mobile Repair bvba - Transcontinentaalweg 2, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat: uitbreiding en wijziging van een inrichting voor het wassen, herstellen en opslaan van containers.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Antwerp Mobile Repair bvba (AMR), Transcontinentaalweg 2, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres, een inrichting voor het wassen, herstellen en opslaan van containers uit te breiden en te wijzigen.
Het college wijst erop dat de exploitant de vergunningsvoorwaarden van de lopende vergunningen AN2012/018, AN2014/056 en MV2016/149 dient na te leven.
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere milieuvoorwaarden:
het herkeuringsverslag van de mazouttank dient binnen 3 maanden na het verlenen van de milieuvergunning bezorgd te worden aan dienst milieuvergunning van stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
het verwijderingsattest van de afvalolietank dient binnen 3 maanden na het verlenen van de milieuvergunning bezorgd te worden aan dienst milieuvergunning van stad Antwerpen;
het bewijs voor het plaatsen van een IBA dient binnen 6 maanden na het verlenen van de milieuvergunning bezorgd te worden aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen;
Indien het bedrijfsafvalwater geloosd wordt:
dient de exploitant het bedrijfsafvalwater te laten analyseren op minstens volgende parameters: zwevende stoffen, bezinkbare stoffen, olie en vet, fenolen, totaal stikstof, totaal fosfor, anorganisch gebonden fluoride, arseen, koper, mangaan, nikkel, tin, zilver, aluminium, chroom IV, totaal chroom, ijzer, lood, zink, cadmium, kwik, boor, kobalt, EOX en PAK. Het resultaat van de wateranalyse wordt binnen de 4 maanden na het verlenen van de vergunning bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen;
dient rubriek 3.4 ‘lozen van bedrijfsafvalwater’ via een nieuwe aanvraag toegevoegd te worden aan de milieuvergunning. Deze aanvraag moet binnen 6 maanden na het verlenen van de huidige milieuvergunning ingediend worden
Indien het bedrijfsafvalwater wordt opgevangen en opgehaald door een erkend verwerker:
blijft volgende bijzondere voorwaarde van de milieuvergunning met kenmerk AN2012/18 van toepassing: De aansluiting naar de openbare riolering vanuit de opvangputten voor waswater worden voorzien van afsluiters die zich in normale omstandigheden steeds in gesloten stand bevinden;
wordt een bewijs voor het plaatsen van de afsluiters bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen binnen een termijn van 4 maanden na het verlenen van de milieuvergunning;
wordt een bewijs van ophaling van het afvalwater bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de milieuvergunning;
De wasplaats wordt na elke werkdag grondig geveegd om zand en afval te verwijderen.
Brandweervoorwaarden:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC- dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte).
Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Muurhaspels
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Bovengrondse hydrant
Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van de inrichting.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 1 juli 2016 en eindigt op 30 maart 2032.