Terug

2016_CBS_01075 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Stad Antwerpen, Ruggeveldlaan 480, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/499/NR - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
wo 10/02/2016 - 09:00 digitale
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2016_CBS_01075 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Stad Antwerpen, Ruggeveldlaan 480, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/499/NR - Goedkeuring 2016_CBS_01075 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Stad Antwerpen, Ruggeveldlaan 480, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/499/NR - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Stad Antwerpen - Grote Markt 1 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat een sportpark.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting, zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage en sluit zich aan bij deze motivatie.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.17.1;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.4.1;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • ten laatste zes maanden na dit besluit maakt de exploitant de verbrandings- en reinigingsattesten van de stookinstallaties over aan de dienst milieuvergunningen;
  • wat het lozen van huishoudelijk afvalwater betreft dient de exploitant binnen de zes maanden na dit besluit aan te tonen hoe de lozing van het huishoudelijk afvalwater op een reglementaire wijze zal verlopen (via een volledig functionele en regelmatig onderhouden IBA of via een aansluiting op de riolering, aanpassing bouwvergunning, overeenstemming zoneringsplannen, …);
  • de exploitant geeft binnen de zes maanden na dit besluit een eenduidig overzicht van de afgenomen debieten leidingwater en het geloosde afvalwater debiet.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.